Nederlanders misleid, Duitsers getart

Honderd jaar geleden nam het Belgisch leger in Baarle-Hertog een radiostation in gebruik. Om het te bouwen, moesten de Belgen alle onderdelen door het neutrale Nederland smokkelen naar de Belgische enclave. Het Duitse leger was woedend, maar moest machteloos toekijken.

Zowat iedereen weet dat het Belgisch grondgebied achter de IJzer tijdens de Eerste Wereldoorlog in Belgische handen bleef. Dat ook nabij de Belgisch-Nederlandse grens een stuk grondgebied niet door de Duitsers werd bezet, is veel minder bekend.

Het gaat om de Belgische gemeente Baarle-Hertog, helemaal in het noorden van de provincie Antwerpen. Die Belgische gemeente bestaat uit 26 stukken, waarvan er 22 omsloten worden door Nederlands grondgebied. Op hun beurt omsluiten die 22 Belgische enclaves nog eens 7 Nederlandse enclaves.

Het resultaat is een lappendeken van stukjes Belgisch en Nederlands grondgebied, waarbij je om de haverklap van het éne land in het andere belandt en de grens soms dwars door huizen en tuinen loopt.

Kaart van het "lappendeken"  Baarle-Hertog, de cirkel volgt de lijn van de afrastering die de Nederlanders in 1916 rond het grootste deel van de Belgische enclave bouwden

Het tweede stukje Vrij België

Het noorden van de provincie Antwerpen wordt door de Duitsers pas eind oktober 1914 bezet, de grensovergangen pas vanaf november bewaakt.

Baarle-Hertog blijft vrij: om de Belgische enclaves te bereiken zouden de Duitsers enkele kilometer over Nederlands grondgebied moeten trekken.

Zo zouden zij de Nederlandse neutraliteit schenden en het risico lopen dat ook Nederland bij de oorlog betrokken wordt en het kamp van de geallieerden nog versterkt.

Bovendien hebben de Duitsers er alle belang bij dat de Nederlandse havens openblijven, zodat zij via deze havens grondstoffen en voedingsmiddelen vanuit andere neutrale landen kunnen invoeren.

Toevluchtsoord

Buiten het bereik van de Duitsers, vormen de Belgische enclaves van Baarle-Hertog bij het begin van de oorlog een veilig toevluchtsoord, waar niet minder dan 24.000 Belgische vluchtelingen onderdak zoeken. Later vormt Baarle-Hertog een draaischijf voor de briefwisseling tussen de soldaten aan het front en hun familie in bezet België.

In Baarle-Hertog passeren ook veel Belgische jongemannen die het vaderland zijn ontvlucht en via Nederland naar het IJzerfront trekken. Tussen oktober 1914 en maart 1915 alleen al gaat het om ruim 2.000 Belgische jongemannen. In Baarle-Hertog krijgen ze op kosten van het gemeentebestuur onderdak, eten en een treinticket naar het Belgische consulaat in Den Haag.

De site waar het radiostation werd opgebouwd, de gebouwen op de achtergrond liggen allemaal op Nederlands grondgebied.

Begin 1915 besluiten de Belgen in één van de enclaves een radiostation te bouwen, waarmee ze Duitse berichten kunnen onderscheppen en zelf inlichtingen kunnen uitwisselen met de legerleiding achter de IJzer en de Belgische regering in Frankrijk.

Burgemeester Henri van Gilse – een overtuigde patriot, die reeds meer dan 10 jaar burgemeester is – biedt een geschikt stuk grond aan, dat aan drie kanten aan Nederlands grondgebied grenst, waardoor het veilig is voor eventuele Duitse beschietingen.

Het neutrale Nederland mag wel niet te weten komen wat de Belgen van plan zijn, want het kan de bouw van zo’n radiostation niet toelaten.

Het neutrale Nederland mag het niet weten

In maart 1915 arriveren luitenant Paul Goldschmidt en Leon De Pauw – kabinetschef van minister de Broqueville – in Baarle-Hertog om de bouw van het radiostation voor te bereiden.

De volgende dagen arriveren Belgische monteurs. Om geen argwaan te wekken, reizen zij in groepjes van twee. De volgende weken worden de plannen en ook het materiaal voor het radiostation -dat de codenaam MN7 krijgt- clandestien de Belgische enclaves binnengesmokkeld.

Kleine apparatuur arriveert onder de groenten in een hondenkar. Belangrijke onderdelen worden in een diplomatieke koffer vanuit Engeland geleverd.

In Calais wordt een zendinstallatie met een vermogen van 5 kW bijeengebracht, die in Nederland wordt ingevoerd door een privé-ondernemer, die de lading op zijn beurt als "schroot" verkoopt aan een Belgische handelaar in oud ijzer.

In rieten manden binnengesmokkelde gasgenerator.

Nabij het perceel van de burgemeester trekken de Belgen een aantal barakken op. Die zijn zogezegd bedoeld voor de opvang van Belgische vluchtelingen "die niet langer in Nederland welkom zijn", maar dienen om de ontvangst- en zendinstallatie in onder te brengen.

Bij de Amsterdamse firma Stokvis & Zoon wordt een gasmotor besteld, zogezegd om de barakken van de Belgische vluchtelingen te verlichten, maar in werkelijkheid om elektriciteit voor het toekomstige radiostation op te wekken.

Zinken platen – nodig voor de aardleiding van het radiostation – worden rond het middaguur over de weg per kar binnengevoerd. Hoewel zij een hels lawaai maken, passeren zij zonder problemen de grens: de Nederlandse douaniers zijn net hun middagmaal aan het nuttigen!

Vanuit Zaandam worden 40 scheepsmasten van maar liefst 18 m lang ingevoerd. Als bestelling voor de plaatselijke timmerman worden zij zonder problemen in het station van Baarle-Hertog afgeleverd.

Montage van de gasgenerator en bouw van het lokaal waarin die wordt ondergebracht.

Begin oktober begint men met het opstellen van de antenne en het installeren van de post. Er wordt een 40 m hoge zendmast opgetrokken, ondersteund door een aantal kleinere masten.

Bij het optrekken van de masten steken Nederlandse soldaten zelfs een handje toe, wellicht zonder goed te beseffen wat de bedoeling is! De masten van de zendinstallatie staan tot net op de rand van het perceel, waardoor het voor de Duitsers onmogelijk is om de installatie te beschieten zonder Nederlands grondgebied te raken.

Vanop het grensstation van Weelde hebben zij de bouwactiviteiten gevolgd en beseffen ondertussen maar al te best wat de Belgen van plan zijn. Maar zij kunnen niet anders dan machteloos toekijken.

Het rechttrekken van de zendmast.

Op 17 oktober 1915 is radiostation MN7 klaar: het wordt met champagne ingehuldigd door de oudste dochter van de burgemeester en stelt zich voor het eerst in verbinding met het IJzerfront.

Het wordt bemand door 15 telegrafisten, terwijl 25 rijkswachters in burger de installatie beschermen tegen spionnen en saboteurs.

Kort daarop bouwen de Belgen – o.m. op vraag van de Fransen – een eind verder nog een tweede mast, eveneens met een hoogte van 40 meter. Die is bedoeld om aan de hand van uitgezonden radiogolven de positie van Duitse U-boten te berekenen. Om interferenties tussen beide installaties te vermijden, worden beide masten op een kilometer van elkaar opgetrokken.

Beide stations worden met elkaar verbonden, alsook met het telegraafkantoor van Baarle-Hertog zodat de Belgen in geval van nood ook per telegraaf de Belgische consul in Den Haag kunnen bereiken. Om op Belgisch grondgebied te blijven, dienen de verbindingen tussen beide masten een ingewikkelde weg door tuinen en huizen te volgen.

Burgemeester Henri van Gilse en zijn vijf dochters.

De installatie van het militaire luister- en zendstation MN7 biedt de Belgen voortaan de mogelijkheid om inlichtingen over Duitse troepenbewegingen in bezet België rechtstreeks naar de geallieerden en het Belgisch opperbevel achter de IJzer te zenden.

Daarnaast worden in Baarle-Hertog berichten van Duitse onderzeeboten onderschept, waardoor men de positie van de U-boten kan bepalen. Tenslotte worden ook Duitse zeppelins geobserveerd, zodat men tijdig kan waarschuwen voor luchtaanvallen.

Hoewel MN7 letterlijk onder de ogen van de Nederlanders wordt opgetrokken, ziet de Nederlandse regering geen directe reden om op te treden. "Op hun grondgebied mogen de Belgen doen wat zij goed vinden", stelt zij.

Zicht op de zendmast en de barakken er rond.

Onder Duitse druk – en om hun neutraliteit te bewaren – moeten de Nederlanders er wel voor zorgen dat er geen militaire goederen naar Baarle-Hertog getransporteerd worden. In Baarle-Nassau installeren zij een aanzienlijke troepenmacht die hierop moet toezien. Voortaan worden er patrouilles uitgezonden, huiszoekingen uitgevoerd en personen gefouilleerd.

"Militaire goederen" wordt aanvankelijk ruim opgevat. Zo mogen er geen in zilverpapier verpakte pralines of chocolade worden ingevoerd, en zijn ook kaarsen, mosterd en boter verboden goederen. Die kunnen immers allemaal als smeermiddel worden gebruikt en zijn daarom verboden!

Om het toezicht te vergemakkelijken, trekken de Nederlanders rond de centrale Belgische enclave waar de zender, ontvanger en meetinstallatie staan een afrastering op. Belgen kunnen voortaan enkel passeren via Nederlandse wachtposten, waar ze voortdurend gecontroleerd worden.

Aan de hoeken van het perceel waarop de zendmast staat, trekken Nederlandse schildwachten voortaan dag en nacht de wacht op.

Ondanks de Nederlandse blokkade is het Belgische radiostation nooit werkelijk in de problemen gebracht: nog voor de installatie in werking trad, hadden de Belgen voldoende voorraden brandstof aangelegd.

Het ontvangsttoestel van het radiostation MN7.

Ondanks de geografische bescherming van het neutrale Nederland is bij de Belgen de vrees voor een Duitse aanval nooit helemaal weg. Regelmatig worden spionnen in de buurt van de radio-installatie gesignaleerd.

Een Duitse aanslag blijft een permanente bedreiging: het Belgische station ligt binnen het schootsveld van de Duitse artillerie en ook een aanval vanuit de lucht is niet ondenkbaar. Een tijdlang wordt ook gevreesd voor een Duitse aanval, uitgevoerd met een pantsertrein.

Alle vrees is echter ongegrond: de Nederlandse neutraliteit blijkt voldoende bescherming te bieden.

Rijkswachters bewaken het zendstation en omgeving.

MN7 blijft de hele oorlog operationeel. Jammer genoeg zijn de transcripties van de afgeluisterde en verzonden berichten niet bewaard gebleven (op uitzondering van de berichten uit november 1918 die een boeiend inzicht bieden op de onderhandelingen en de doortocht van de Duitse onderhandelaars bij de Wapenstilstand).

Na de oorlog wordt MN7 gesloten. In augustus 1919 wordt de zendapparatuur per trein naar Brussel gebracht. Op 2 oktober worden in Baarle-Hertog door het Bestuur der Registratie en Domeinen "gebouwen, materialen en voorwerpen van de draadloze telegraafinrichting te Baarle-Hertog" openbaar verkocht.

Mark De Geest is VRT-medewerker en auteur "Brave little Belgium"

Illustraties: Heemkundige Kring Amalia van Solms, Baarle-Hertog

Meer informatie: MN7 – HET MILITAIRE RADIO LUISTER- EN ZENDSTATION IN BAARLE-HERTOG / Jacques Boone / Amalia van Solms, 2010

lees ook