Justitie te koop - Joris Van Cauter

Hartje zomer van 2013 raakt bekend dat het parket en de fiscus een definitieve minnelijke schikking hebben getroffen met het Antwerpse bedrijf Omega Diamonds. Omega Diamonds koopt met een boete van 160 miljoen € verdere vervolging af in een dossier van belastingfraude ten bedrage van 2 miljard euro. Een cliënt van mij vergeet een jaar eerder een flesje calvados te betalen in de AD Delhaize van Lede. Het flesje kost 4,45 €. Ik probeer voor de rechtbank van Dendermonde een veroordeling af te kopen en bied 0,36 € aan als afkoopsom. Mijn aanbod wordt niet aanvaard en uiteindelijk kan ik pas in beroep, in Gent, opschorting van uitspraak bekomen.

Joris Van Cauter is strafpleiter. Zijn opiniebijdrage is gebaseerd op de rede die hij uitsprak voor de Gentse balie.

Het zijn natuurlijk niet meer dan een aantal bedenkingen van een advocaat die zijn zin niet heeft gekregen. Maar wie beslist hier dat ik mijn zin niet krijg? Niet zoals je in een rechtstaat misschien zou verwachten een rechter maar mijn tegenpartij in de strafprocedure: het openbaar ministerie. En dat openbaar ministerie is één en ondeelbaar maar aan de smalle Schelde-oever in Dendermonde toch blijkbaar een pak rigider dan aan de brede Scheldemond in Antwerpen. En de wegen van het openbaar ministerie kan niemand verklaren net zo min als we de bochten die de Schelde maakt kunnen verklaren.

Binnengeslopen

De afkoopwet is in 2011 ons wetboek ingeslopen. De mogelijkheid tot afkopen werd ingevoerd in ruil voor de opheffing van het bankgeheim. De wet is dan ook niet afkomstig uit een commissie justitie maar wel uit de Kamercommissie financiën en begroting. De wet zelf is een amendement dat geen enkel raakpunt heeft met de wet waarop het betrekking had. Het moest snel gaan. Een terloops ontdekt probleempje – in de eerste versie kwam er geen rechter bij kijken – werd opgelost via een reparatiewet die werd ingediend op het ogenblik dat in de Kamer gestemd werd over de oorspronkelijke wet… De marsrichting werd aangegeven vanuit het Antwerpse parket dat aan tafel had gezeten met de ondernemingswereld en de Antwerp Diamond Board in het bijzonder. Diegenen die beweren dat ons land onder de regering Michel bestuurd wordt vanuit Antwerpen hebben ongelijk. Het was toen ook al het geval.

De theorie

Wat heeft de wet van 14 april 2011 ons gebracht?
Op materieel vlak is de regel is dat alles kan worden afgekocht. Enkel misdrijven die bestraft worden met een levenslange gevangenisstraf of een gevangenisstraf van 20 tot 30 jaar zijn uitgesloten. Ook misdrijven die een “zware aantasting” inhouden van de lichamelijke integriteit zijn uitgesloten.
De aardverschuiving doet zich vooral op procedureel vlak voor. Er kan nog worden afgekocht nadat de strafvordering is ingesteld, dit wil zeggen ook nog nadat een zaak bij een rechter werd aanhangig gemaakt. Zelfs na door de eerste rechter en vervolgens door het hof van beroep te zijn veroordeeld kan hangende de cassatieprocedure nog een minnelijke schikking worden bereikt.

Daarmee is het aloude principe dat het slechts de rechter is die beschikt over de strafvordering eens deze werd ingesteld naar de prullenmand verwezen. Hierdoor kan het openbaar ministerie zaken aan de rechter weg trekken op eender welk ogenblik dat het dit geschikt acht. De rechter zelf kan zich daar op geen enkele manier tegen verzetten. Wanneer de besprekingen succesvol verlopen en de beklaagde tot een overeenkomst komt met het openbaar ministerie zal de rechter dat akkoord enkel formeel mogen toetsen en vervolgens het verval van de strafvordering uitspreken.

De wet zorgt voor een kleine stoelendans in de zittingszaal: het openbaar ministerie kruipt op de stoel van de rechter en de rechter gaat op de stoel van de griffier zitten. Het openbaar ministerie dat zoveel macht krijgt zonder dat daarop enige controle van een rechter is, houdt dat geen gevaren in?

The proof of the pudding

Ik ben er niet gerust op. Maar zeggen de Engelsen niet terecht: “The proof of the pudding is in the eating”?
Juist, maar het is moeilijk om van deze cakete proeven.
Er bestaat geen rechtspraak over de toepassing van de minnelijke schikking. Toepassing van de wet leidt immers tot vaststelling van het verval van de strafvordering, zonder dat dat enige wijze gemotiveerd wordt. Niet toepassing ervan leidt tot een strafprocedure waarin wordt veroordeeld, vrijgesproken of opschorting verleend zoals bij onze Calvados liefhebber. Daar word je ook niet wijzer van.

Gelukkig is er op 6 juni 2014 in opdracht van het college van procureurs-generaal een evaluatierapport gemaakt over de toepassing van de verruimde minnelijke schikking. Helaas is dat rapport geheim. Gelukkig is door een gunstige westenwind het rapport toch op mijn bureau beland en kan ik de resultaten ervan met u delen.De evaluatie is tot stand gekomen op grond van een bevraging van de bevoegde parketmagistraten die weliswaar anoniem blijven. Uit dat rapport blijken toch enkele problemen.

Pottenkijkers

De in de wet voorgeschreven procedure blijkt door het OM niet te worden gevolgd. Toch niet als de media niet toekijken. Een parketmagistraat zegt hierover het volgende: “In de tientallen dossiers waarin er bij ons echte vormen van negotiatie hebben plaatsgevonden, is het slechts twee keer gebeurd dat wij partijen formeel hebben opgeroepen. Eén keer was dit omwille van het gegeven dat het heel mediagevoelig lag en we het in alle omstandigheden procedureel correct wilden doen
Als er geen rechterlijke controle is om de spelregels te volgen, dan worden ze ook niet gevolgd. Het enige waar het openbaar ministerie nog voor bevreesd is, is de media.
Die formele oproeping waarvan sprake is nochtans niet zonder belang. Het luidt immers het vertrekpunt in van de vertrouwelijkheid van de gesprekken. En die vertrouwelijkheid is toch wel van belang als je bij de duivel te biechten gaat.

Koehandel

Het gevaar van een koehandel is niet denkbeeldig. Hoewel in theorie de verruimde minnelijke schikking niet genegotieerd wordt maar een gevolg is van een partijbeslissing door het openbaar ministerie is dat in de praktijk toch gans anders. Enkele parketmagistraten zijn zelfs vragende partij voor een opleiding onderhandelingstechnieken voor de toepassing van de verruimde minnelijke schikking. Al stelt zich zeer de vraag of sommige parketmagistraten zo een opleiding nog nodig hebben.
Een parketmagistraat verwoordt het als volgt:

Tot nu toe hebben we al altijd gehad wat we wilden hebben. Er is ruimte om te marchanderen, vind ik. Dat is altijd mogelijk bij mij, maar ik krijg altijd wat ik wil, dus dat is geen probleem voor mij. Als ik een bepaald bedrag wil hebben dan stel ik mijn eerste berekening tamelijk hoog en daarover kan dan onderhandeld worden. Ik onderhandel echter enkel tot aan mijn grens. De tegenpartij denkt dan dat hij iets gewonnen heeft maar in werkelijkheid heb ik wel gekregen wat ik wou."

"Te softe rechters"

Straffe kost.
Als je dit hoort lijkt er misschien eerder bij de advocaten nood te zijn aan een opleiding onderhandelingsstrategieën. Of gewoon een betere kennis van het recht… Of misschien moeten we er vandaag maar vanuit - het is hier toch een feestelijk samenzijn - gaan dat die ongelukkige afkoper niet werd bijgestaan door een advocaat.Wie afkoopt is dan ook niet altijd beter af. Soms gaat het parket schikken om in hun ogen te softe rechters te ontwijken!

De machteloze rechter

Dit brengt ons terug bij onze calvadosman. Waarom niet schikken ten aanzien van hem en bv wel ten aanzien van Omega Diamonds die gedurende vele jaren ten onrechte werkloosheidssteun heeft getrokken?
Dat de rechterlijke macht daar machteloos moet op toekijken zorgt voor een legitimiteitsprobleem.
In dit opzicht dien ik er u op te wijzen dat de Belgische verruimde minnelijke schikking in rechtsvergelijkend perspectief de enige is waarbij de rechterlijke macht dermate buiten spel is gezet. Voor Straatsburg is controle van de rechterlijke macht op dergelijke systemen nochtans cruciaal: sufficient judicial review is het sleutelwoord in de arresten van het Hof.
 

Plea bargaining

Gelukkig is er de Gentse kamer van inbeschuldigingstelling die dit alles niet zomaar heeft laten passeren en hieromtrent een aantal fundamentele vragen heeft gesteld aan het Grondwettelijk hof. In de komende maanden mogen we een antwoord verwachten van het Grondwettelijk Hof op deze vragen.
Wat ook het antwoord moge wezen, het valt te hopen dat aan de aangekondigde introductie van plea bargaining wat meer denkwerk vooraf gaat dan hier het geval is geweest.
Het is een systeem dat er in het Angelsaksische systeem is gekomen omwille van de onhoudbaarheid van de organisatie van jury processen die daar de regel zijn in strafzaken. Die efficiëntie vereiste heeft er wel voor gezorgd dat werkelijke processen met een jury de uitzondering zijn geworden en dat in de regel +/-90% van de zaken wordt afgehandeld met een guilty plea.

Voor de calvadosman misschien geen probleem. Maar wat te denken van de man die schuldig pleit (en gestraft wordt) voor aanranding van de eerbaarheid omdat het parket ermee dreigt hem te vervolgen voor verkrachting. En dat in de omstandigheid dat geen van beide misdrijven bewezen is?
Het zorgt in de VS (dat blijkt van langs om meer) voor onschuldigen die veroordeeld worden en zo in de gevangenis belanden.

En was het minder bevolken van de gevangenissen niet ook een doel van onze minister? Wel oppassen dat je niet denkt de ene kwaal te genezen door de andere nog zieker te maken.
 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen