China verandert meer dan we denken - Stefan Blommaert

Het leek op een donderslag bij heldere hemel: China geeft zijn eenkindpolitiek op. Donderslag? Niet echt. Het moment van de aankondiging kwam misschien onverwacht. Maar de evolutie was al lang "in the making". De huidige Chinese autoriteiten houden niet van schokken. Daarvoor zijn ze te grote controlefreaks.

Stefan Blommaert is journalist buitenland bij VRT nieuws en was correspondent in China.

En dus was dit ook geen echte schok. Het zat eraan te komen, al had de beslissing evengoed nog een jaar of twee op zich kunnen laten wachten. Hervormingen in het hedendaagse China verlopen geleidelijk. Geen grote sprongen voorwaarts of culturele revoluties meer. Pas na jaren stelt de oppervlakkige waarnemer vast dat er iets drastisch veranderd is.

Zo duurde het tot het begin van het vorige decennium voor de wereld plotseling merkte dat de economische ontwikkeling in China spectaculaire vormen had aangenomen. Terwijl de opening van de geïsoleerde en verarmde Chinese economie op dat ogenblik toch al twintig jaar aan de gang was.

De eenkindpolitiek sprak sinds haar invoering op het einde van de jaren zeventig wereldwijd tot de verbeelding. Bij ons in het Westen was er ongeloof over hoe zoiets kon werken, én verontwaardiging over het brutale ingrijpen van de overheid in het privéleven van gezinnen. De Chinezen hebben er zich geleidelijk aan mee verzoend. Niet het minst omdat de gevolgen voor het niet naleven van de beperking tot één kind per gezin behoorlijk zwaar waren.

Hoge boetes, uitsluiting uit het systeem van sociale zekerheid en onderwijs, sociale-pariastatus voor de overtreders, om er maar enkele te noemen. Overigens waren er flink wat uitzonderingen op de eenkindregel. Op het platteland werd een tweede kind in heel wat gevallen toegestaan, en ook etnische minderheden mochten twee kinderen krijgen. Twee jaar geleden kwam er een grote versoepeling: koppels waarvan de man of vrouw zelf uit een eenkindgezin kwam, kregen voortaan recht op een tweede telg.

Tikkende tijdbom

De versoepeling volgde op jaren discussie binnen de Communistische Partij over de noodzaak om de eenkindpolitiek te herzien. De toenemende vergrijzing na drie decennia geboortebeperking dreigde tot een demografische en economische crash te leiden. Steeds minder actieve jongeren waren er om te zorgen voor het pensioen van een steeds groter wordende groep ouderen. Tikkende tijdbom.

Bovendien ondervinden sommige sectoren van de economie en sommige regio’s in China nu al sporadisch tekorten op de arbeidsmarkt. Vandaar de geplande migratiestromen in de komende jaren: tegen het volgende decennium willen de autoriteiten nog eens een kwart miljard Chinezen van het platteland naar de steden laten verhuizen. Om te werken in de fabrieken. Maar ondanks zo’n drastische ingreep zal dat op langere termijn wellicht onvoldoende zijn. En dus moet de eenkindpolitiek eraan geloven. Een tweede kind is vanaf nu voor ieder koppel toegelaten. Zij het na toestemming van de bevoegde dienst voor gezinsplanning, dat gold ook al voor het eerste kind.

Geleidelijk

De versoepeling van twee jaar geleden – die voorzichtig, provincie per provincie, werd doorgevoerd – had duidelijk dienst gedaan als experiment. De autoriteiten wilden er zeker van zijn dat er niet plotseling een oncontroleerbare babyboom zou ontstaan. En die kwam er ook niet. Terwijl zowat 11 miljoen koppels door de versoepeling in aanmerking kwamen voor een tweede kind, waren er vorig jaar minder dan een miljoen aanvragen.

Opvoeden kost namelijk geld, en dat is voor heel wat Chinese gezinnen een probleem. Opvoeden kost bovendien tijd, en vermits man en vrouw in China vaak beiden uit werken gaan (en soms niet één maar twee of drie jobs hebben) ligt ook dat moeilijk. Geen spectaculaire stijging dus van het aantal geboortes na de versoepeling, en bijgevolg werd het licht op groen gezet voor een algemene afschaffing van de eenkindpolitiek. De geleidelijkheid zegeviert, en zo hoort het volgens de Chinese autoriteiten.

Geleidelijkheid, dat is ook het motto in de economische hervormingen van de voorbije 35 jaar. Precies op de oktoberbijeenkomst van het Centraal Comité waar de beslissing over de afschaffing van de eenkindpolitiek werd genomen, ging het eigenlijk in de eerste plaats over het nieuwe vijfjarenplan van China. Ooit – tijdens de Maoperiode – was zo’n plan het tot in de puntjes uit te voeren draaiboek voor de staatseconomie, van hoog tot laag (er zijn nationale, provinciale en stedelijke vijfjarenplannen). Met alle gevolgen van dien, want als streefcijfers onrealistisch hoog bleken, werden ze vervalst en dus verwezenlijkt.

Sinds de invoering van het kapitalistisch socialisme – of socialistisch kapitalisme – in China is het plan meer een richtlijn, een soort strategische doelstelling. En alweer, met dit dertiende vijfjarenplan voor 2016-2020 (*) is alles gericht op geleidelijkheid. Voorzichtige hervormingen. Details zijn er nog niet – het plan wordt pas officieel goedgekeurd op het jaarlijkse Volkscongres, in maart 2016 – maar de partij mikt voortaan op een ‘gematigd hoge groei’.

Het Nieuwe Normale

Definitief voorbij zijn de spectaculaire +10% groeicijfers van het vorige decennium. Voor dit jaar was nog een groei van 7% voorzien, maar heel wat experts twijfelen eraan of dat cijfer gehaald wordt. Sommigen zeggen zelfs dat als opgeblazen statistieken – ook vandaag nog – buiten beschouwing blijven, de echte groei zich veeleer in de buurt van 4 of 5 procent bevindt.

Of dat nog genoeg is voor een gestage verbetering van de levensstandaard van de bevolking (waar de Chinese communisten om legitimiteitsredenen zo obsessief naar streven), is niet zeker. In elk geval wordt in dit nieuwe vijfjarenplan gesproken over een verdubbeling van het gemiddelde inkomen van 2010 tegen 2020. En dat veronderstelt volgens economisten een volgehouden groei van rond de 7%.

De focus op minder spectaculaire groeicijfers is geen verrassing. De Chinese leiders spreken al een tijdje van ‘Het Nieuwe Normale’, een uit het kapitalistische Westen overgenomen slogan die aangeeft dat de economie is overgeschakeld van turbo naar een lagere versnelling. Maar dus zonder dat de verbetering van de levensstandaard daaronder hoeft te lijden.

De autoriteiten willen die bescheidener groei vooral bereiken door een stimulering van de binnenlandse consumptie. Gedaan met de volledige afhankelijkheid van export of gigantische staatsinvesteringen. Of toch, dat is het plan. Het veronderstelt natuurlijk een gestage verbetering van de levensstandaard, en vertrouwen bij de bevolking in de economische en politieke stabiliteit van hun land. Kortom, alles hangt van alles af.

Behalve consumptie moeten innovatie en eigen research volgens het dertiende vijfjarenplan voor verdere groei zorgen. Ook op dat vlak zijn de Chinezen bezig met een geleidelijke inhaalbeweging. Wie denkt dat China uitsluitend producten maakt die uitgedacht en ontworpen zijn in het Westen, die staat met zijn wereldbeeld intussen flink wat jaren achter. Nu al kennen we smartphones zoals Huawei of OnePlus, en het zal niet heel lang duren voor we vaststellen dat het aantal honderd-procent-Chinese goederen in onze winkels stelselmatig stijgt.

Nog een geleidelijke evolutie

Het vijfjarenplan houdt het niet alleen bij strikt economische vooruitzichten. Ook ecologie speelt een rol. China is het land met de grootste CO2-uitstoot ter wereld. Veel minder bekend is dat het ook op nummer één staat wat betreft de productie van hernieuwbare energie. Er worden in een razend tempo windturbineparken gebouwd, zonnepanelen beslaan een steeds indrukwekkender wordende oppervlakte.

Voor de komende jaren beloven de communistische autoriteiten een volgehouden aandacht voor milieubekommernissen. Een radicale breuk is dat met de praktijken gedurende de eerste decennia van economische hervormingen, toen alleen groei en productie een factor waren. Ecologie was een non-issue. Dat verandert dus stilaan. Wat niet wegneemt dat vervuiling in China een levensgroot probleem blijft.

Maar opnieuw wordt het pad van de geleidelijkheid bewandeld. Schone lucht in alle steden bijvoorbeeld zou immers alleen kunnen door van vandaag op morgen fabrieken en steenkoolcentrales te sluiten en het autoverkeer drastisch in te perken. De verregaande economische en maatschappelijke gevolgen daarvan zijn evident.

En wat met de democratie?

Waar we de komende jaren in China ongetwijfeld géén veranderingen moeten verwachten, dat is inzake politiek en vrijheden allerhande. Democratisering, een vrijere pers, meer recht op meningsuiting, een liberalisering van het internet, daar geldt de Chinese wet van de geleidelijke evolutie allerminst. Op dat vlak zijn de autoriteiten niet alleen allergisch voor schokken, maar voor elke beweging tout court.

We zien de voorbije jaren – sinds het aantreden van de nieuwe generatie leiders – zelfs verstarring en verstrenging. Geen lagere versnelling, maar gewoon in achteruit. Het gaat erom dat de communistische leiders panisch zijn om eenzelfde weg op te gaan als de Sovjet-Unie, of de landen met de zogenoemde ‘kleurenrevoluties’ (Oekraïne, Georgië…), of nog: de Arabische Lente. En dus staan ze geen duimbreed politieke ruimte toe. Ook niet geleidelijk. China verandert, ja, maar heel gericht en heel geleid.

(*) voor de liefhebbers van Monty Python: zie over het dertiende vijfjarenplan een bizar filmpje van het Chinese propagandadepartement.

Meest gelezen