"Christus heeft zijn leven niet gegeven opdat ik gewoon naar de mis zou gaan"

Zesentwintig jaar. Zo oud is de jongste priester van Vlaanderen volgens Kerknet. Hij heet Matthias Noë en woont in Izegem, in West-Vlaanderen, waar hij samen met de lokale deken vier parochies onder zijn hoede heeft. In het kader van de reeks "Jong bloed, oud beroep" zocht onze redacteur hem op voor een gesprek over geloof, de kerk en een welbepaalde film van Mel Gibson.

We ontmoeten Matthias Noë in de plaatselijke pastorie in de schaduw van de Heilige Familiekerk in Izegem. Aan de deurbel hangt nog de naam van de vorige priester – Noë heeft pas recent zijn intrek in het sneeuwwitte huis genomen. Ondanks zijn jonge leeftijd maakt hij een statige indruk: rijzig van gestalte, gemillimeterd haar, een imposante baard en een stoere zwartleren jekker. Het priesterschap 2.0, zo lijkt het.

Met dit interview is Noë niet aan zijn proefstuk toe. Sinds hij in april jongstleden tot priester werd gewijd, heeft hij de (lokale) pers al enkele keren te woord gestaan. Hoewel hij met overtuiging spreekt, doet die ervaring hem geregeld aarzelen. “Als priester is het soms moeilijk uitspraken te doen in de pers. Een citaat gaat al snel een eigen leven leiden.” We beloven zijn woorden niet uit de context te rukken, op ons communiezieltje.

“The passion of the Christ”

“Ik ben in een normaal werkersgezin in Damme opgegroeid”, steekt hij van wal. “Op vlak van religie waren we veeleer passief gelovig. In het middelbaar ging ik zelfs een poosje niet meer naar de kerk, tot een schooldienst in de kerk van Male me weer over de streep trok.”

De echte klik volgde in het zesde middelbaar, toen Noë “The passion of the Christ” zag. Die film uit 2004 van regisseur Mel Gibson, een overtuigd katholiek, vertelt het verhaal van de laatste levensuren van Christus. “Die film vond ik erg confronterend. Ik begon na te denken over wat “christen zijn” betekent. In vergelijking met wat Jezus is overkomen, deed ik als christen maar weinig. Christus heeft zijn leven niet gegeven opdat ik één keer om de drie weken naar de mis zou gaan.”

“Vrij snel is toen het idee gekomen priester te worden. Ik besloot mijn leven radicaal om te gooien, in de goeie zin van het woord. Ik wou mijn leven geven en mij inzetten voor wat ik geloof. Met mijn ouders en met mijn vrienden praatte ik erover, maar zij lachten mij uit. Ze dachten dat het een flauwe mop was, of een bevlieging.”

“Pas nadat ik met de toenmalige pastoor van Male had gesproken, begon het bij hen te dagen dat het misschien wel serieus was. Toch ben ik na het middelbaar eerst rechten gaan studeren in Gent. Na dat jaar heb ik de omslag gemaakt en ben ik aan de priesteropleiding begonnen.”

“Mijn wijding was een mijlpaal”

“De opleiding duurt zes jaar. Tijdens de eerste twee jaar ligt de focus op filosofie, als opstap naar de lessen theologie die vanaf het derde jaar starten. De opleiding telt verschillende stages. We gaan langs in scholen, we doen ziekenbezoeken, we geven catecheselessen. Dat zijn nuttige momenten voor een seminarist. Op die manier leer je de praktische kant van het beroep kennen.”

“Mijn priesterwijding was een mijlpaal waarbij alles samenkwam. Enerzijds sloot ik een periode af, anderzijds begon ik een nieuw hoofdstuk. Eerder was ik al tot diaken gewijd, een noodzakelijke stap om priester te worden. Nu werd ik opgenomen in het priesterkorps in aanwezigheid van de hele kerkgemeenschap.”

“Mijn agenda loopt elke week aardig vol”

“Mijn benoeming in Izegem is een keuze van de bisschop. Hij polst bij de priester naar zijn voorkeuren, maar uiteindelijk neemt hij de beslissing. Het is geen democratisch proces, maar dat weet je op voorhand.”

“Elke priester vult zijn dagtaak in afhankelijk van de noden en de mogelijkheden. Naast het voorgaan in eucharistievieringen geef ik in twee parochies vormselcatechese. Ik ben ook betrokken bij de eerstecommuniewerking en de pluswerking voor jongeren. Daarnaast woon ik heel wat vergaderingen bij en leg ik tal van bezoeken af. Uiteraard zijn er ook speciale diensten, zoals uitvaarten, huwelijken en doopsels. Mijn agenda loopt elke week aardig vol.”

“De mensen hebben me erg goed ontvangen. Ik heb me ook nederig opgesteld en mij geschikt in de gang van zaken. Ik vind niet dat ik mijn wil moet opleggen want uiteindelijk ben ik slechts een passant. Ooit stuurt de bisschop mij waarschijnlijk naar een andere plek en moeten de mensen hier met een andere priester verder. Als priester moet je een goeie impact op je gemeenschap hebben, maar je moet erover waken dat die gemeenschap niet van jouw persoon afhankelijk wordt.”

“Achter de standpunten van de kerk gaat een redenering schuil”

“Zelf heb ik het altijd belangrijk gevonden dat, als ik priester zou worden, ik me ook achter de standpunten van de kerk zou kunnen scharen. Ik ben immers een deel van het instituut én een vertegenwoordiger. Tijdens mijn opleiding heb ik opmerkelijke uitspraken van de paus altijd verder onderzocht. Ik nam zijn teksten integraal door om na te gaan of ik erin kon thuiskomen. Uiteindelijk kan ik me achter de meeste controversiële standpunten van de kerk scharen, maar niet zoals ze in de media tot uiting komen.”

“Uiteraard moeten sommige dingen worden aangepakt, zoals bijvoorbeeld misbruik. Maar achter de standpunten van de kerk gaat steevast een redenering schuil die vaak niet aan bod komt. Als je je niet achter die redenering kan scharen, ben je als christen niet verplicht binnen de grenzen van de katholieke kerk te blijven. Het spectrum aan kerken is breed. In de protestantse kerk kunnen vrouwen dominee worden, in andere gemeenschappen kunnen koppels van hetzelfde geslacht trouwen. Mensen moeten voor zichzelf uitmaken waar ze zich als gelovige het beste thuis voelen.”

AP2012

“Een gemis dat me toelaat het gemis van anderen aan te voelen”

Hoe gaat een jongeman in de fleur van zijn leven om met het celibaat? “Gebed helpt mij enorm. Ook Christus ging celibatair door het leven en ik wil hem daarin volgen. Daarnaast heeft het celibaat ook positieve kanten. Als priester ben je altijd beschikbaar. Als mensen mij ’s avonds laat in nood opbellen, dan kom ik langs. Ik heb geen enkel excuus.”

“Waarschijnlijk word ik ooit nog wel eens verliefd. Dat wordt dan gewoon een moeilijke periode. Iemand die getrouwd is en verliefd op een ander wordt, moet daar ook doorheen. Intimiteit kan ik niet vergelijken. Dat is in zekere zin een gemis, maar wel één dat me toelaat het gemis van andere mensen misschien beter aan te voelen.”

“Het verplichte celibaat is geen goddelijk recht, de kerk heeft het gewoon ingevoerd. Het kan dus weer worden afgeschaft. Zelf zou ik dat spijtig vinden want ik vind het belangrijk dat een ambt bestaat dat op die manier uiting geeft aan het leven van Christus. De kerk zou wel manieren moeten vinden om de inzet van leken in de kerk te vergroten. Dat vind ik een interessantere piste.”

Belofte aan god

“Ik heb de gemeenschap, de bisschop en God beloofd dat ik altijd priester blijf. Als ik zelfs een belofte aan God niet kan houden, welke waarde heb ik dan nog als christen? Er kan nog van alles gebeuren in mijn leven, dat besef ik. Toch heb ik de vaste intentie te doen wat ik heb beloofd.”