Het leven zoals het is in het asielcentrum van Koksijde

Over het opvangcentrum voor vluchtelingen in Koksijde is de voorbije weken veel gezegd en geschreven. Maar wie we nog niet gehoord hebben, zijn de mensen die er wonen en werken. Verslaggever Annelies Hemelsoet kreeg als eerste een rondleiding in het centrum.

Op 7 oktober ging het tijdelijke opvangcentrum voor vluchtelingen in Koksijde open. Het is een van de tijdelijke centra die een antwoord moet bieden op de grote toestroom aan vluchtelingen in ons land.

Op de luchtmachtbasis, die we kennen van de tv-reeks "Windkracht 10" of waar Niels Albert enkele jaren geleden wereldkampioen veldrijden werd, wonen nu tijdelijk een 200-tal asielzoekers. Op termijn moeten dat er 400 worden. De meesten komen uit Irak, Syrië, Afghanistan, Somalië en Rusland.

"Wij voeren uit"

De zones voor de militairen en de vluchtelingen worden van elkaar gescheiden door een hek. Er is ook een aparte ingang. De vluchtelingen verblijven in het gedeelte waar voorheen militairen konden overnachten die op oefening kwamen. 

Hoe de militairen zelf over hun nieuwe buren denken, daarover laten ze niet in hun kaarten kijken. Er wordt veel over gepraat onderling, maar naar buiten toe zijn de rangen gesloten. "Het asielcentrum is een politieke beslissing en wij voeren uit", klinkt het. "Dat loopt heel goed."

Met 12 op een kamer

Sofie Desseyn van Fedasil leidt ons rond in het asielcentrum zelf. Je ziet aan alles dat het centrum nog maar enkele weken open is. De ruimtes zijn nog in volle aanbouw en er worden nog volop nieuwe medewerkers aangeworven.

Grote luxe is er allerminst. Per kamer verblijven er 12 mensen. Dat kunnen 12 alleenstaande mannen zijn, maar op 1 kamer kunnen er bijvoorbeeld ook 2 of 3 families slapen. "Wij willen het aantal bedden optimaal benutten, zodanig dat er zo weinig mogelijk mensen op straat moeten slapen", zegt Desseyn.

Niet iedereen wil met 12 op een kamer slapen, maar veel keuze is er niet. Een familie die eerst hun slaapplaats had geweigerd, komt met  hangende pootjes terug. Maar ze zijn hun bed al kwijt. Wie langer dan drie dagen afwezig is, verliest zijn plaats en moet weer naar Brussel gaan aanschuiven bij de Dienst Vreemdelingenzaken.

De vluchtelingen knappen klusjes op en helpen mee het centrum te onderhouden. Er zijn ook veel kinderen. Die kunnen naar school gaan, maar de situatie verandert dagelijks, waardoor er ook veel kinderen in het centrum rondlopen. Ze tekenen met krijt op de paden tussen de gebouwen. "Kleren krijgen ze genoeg, maar buitenspeelgoed, zoals voetbalgoals en fietsjes zijn zeker nog welkom", klinkt het.

De reportages van Annelies Hemelsoet zijn te beluisteren via de website van Radio 1. Klik hier voor meer info.