Oostenrijk voert "asiel van bepaalde duur" in

Door de grote toestroom van vluchtelingen verstrakt Oostenrijk zijn asielbepalingen. Vanaf 15 november zal het land enkel nog "asiel voor bepaalde duur" toestaan. Voortaan zal over het algemeen enkel nog een termijn van drie jaar worden toegekend worden, daarna loopt het verblijfsrecht automatisch af. De Alpenrepubliek nadert daarmee dezelfde golflengte in haar asielbepalingen als Duitsland.

Tot nog toe kregen mensen die asiel werd verleend in Oostenrijk principieel een duurzaam verblijfsrecht. Indien er geen redenen voor asiel meer zijn, bijvoorbeeld vervolging in het land van herkomst, kon de asielstatus weer afgenomen worden. Dit werd echter niet systematisch gecontroleerd.

"We willen iedereen beschermen die het nodig heeft", zei minister van Binnenlandse Zaken Johanna Mikl-Leitner (ÖVP). "Wat echter momenteel gebeurt, is vaak geen bescherming meer zoeken, maar een zoektocht naar het economisch aantrekkelijkste land". Het asielrecht moet een tijdelijke bescherming garanderen.

In Duitsland krijgt wie als vluchteling is erkend ook een voorlopige verblijfsvergunning van drie jaar. Wordt die na afloop van de termijn niet herroepen, kan een vergunning van onbepaalde duur volgen.

In Oostenrijk wordt bovendien de gezinshereniging gekoppeld aan verschillende voorwaarden. Daartoe behoren een voldoende inkomen, een onderkomen en een ziekteverzekering. Oostenrijk is als transit- en asielland door de vluchtelingencrisis net zo zwaar getroffen als Duitsland. Voor 2015 verwacht de regering in Wenen in totaal zowat 85.000 asielaanvragen. In 2014 waren het 28.000. Het land telt ongeveer 8,4 miljoen inwoners.