Kandidaten brandweer zijn geen "handige Harry's"

Vier op de tien kandidaat-brandweermannen in Antwerpen zijn niet geslaagd voor de handvaardigheidstest, ook bekend als de "handige Harry-test". Op de gevreesde fysieke tests scoorde 96 procent onverwacht wél goed. Dat schrijft Gazet van Antwerpen.

Vanaf dit jaar moeten brandweermannen, zowel vrijwilligers als beroepsbrandweermannen, een geschiktheidsattest behalen. Daarvoor moeten ze een aantal proeven tot een goed einde weten te brengen, waaronder fysieke tests en technische handigheid. 

Tegen alle verwachtingen in blijkt vooral dat laatste een probleem. Slechts 6 op de 10 kandidaten -in Antwerpen alvast- spartelden zich door de technische proeven. Het gaat dan bijvoorbeeld om binnen een bepaalde tijd een verbinding maken met een paar tuinslangen en wat attributen of van planken een constructie bouwen.

Minimale handigheid

"Kandidaten moeten bewijzen dat ze een minimale handigheid hebben, vergelijkbaar met huiselijke klussen", zegt codirecteur brandweeropleidingen Luc Heylen in de Gazet van Antwerpen. "Een brandweerman moet nu eenmaal vaak met zijn handen dingen oplossen, een muur stutten bijvoorbeeld. Het pure blussen doe je maar 20 procent van de tijd. En ze moeten een opdracht snel kunnen begrijpen en uitvoeren." Maar dat valt dus tegen: 4 op de 10 Antwerpse kandidaten presteerden ondermaats op deze tests.

Verrassend genoeg bleken de fysieke tests, waarvan gedacht werd dat die een struikelblok zouden vormen, voor de meeste kandidaten dan weer geen probleem: 96 procent (op een totaal van 471 kandidaten) blijkt fit genoeg om die proeven zonder kleerscheuren door te komen.

"Meer begeleiding nodig"

"Een brandweerman moet inderdaad handig zijn, maar wij vragen meer begeleiding in plaats van ze zo in het bad te gooien", zegt Geert Ollevier van de Vereniging van Brandweervrijwilligers. "Op deze manier steven je over een paar jaar af op een vrijwilligerstekort. Wat gaan we dan doen?"