Lage olieprijzen dwingen Shell tot forse ingreep in eigen organisatie

Shell neemt zijn eigen organisatie flink op de schop omdat het concern verwacht dat de olieprijzen voorlopig laag zullen blijven. Vandaag werd onder meer de verkoop van 30 miljard dollar aan onderdelen bevestigd en Shell maakte bekend dat het op schema ligt om de overname van gasbedrijf BG begin volgend jaar af te ronden.

"De lage olieprijzen leiden tot een grote verandering in onze sector. Ik ben vastbesloten dat Shell daarin vooroploopt en eruit komt als een meer gefocust en meer concurrerend bedrijf", zei bestuursvoorzitter Ben van Beurden.

De Brits-Nederlandse energiegroep probeerde met de aankondiging van extra besparingen zorgen van beleggers weg te nemen dat de overname van BG in gevaar komt door de aanhoudend lage olieprijzen. Volgens het concern pakt de aankoop goed uit bij een olieprijs van circa 65 dollar per vat. Bij de aankondiging van de transactie voorzag Shell nog een herstel naar 90 dollar per vat in 2020.

Shell denkt 3,5 miljard dollar aan kostenvoordelen te kunnen behalen door de overname van BG, waarop het in april een bod uitbracht van 64 miljard euro. Dat is 1 miljard dollar meer dan een eerdere inschatting van de besparing.

Dit jaar werden de kosten en uitgaven al met 11 miljard dollar verlaagd, onder meer door 7.500 banen te schrappen en projecten uit- of af te stellen. Vorig jaar en dit jaar stootte Shell voor in totaal 20 miljard dollar aan onderdelen af. Na de afronding van de overname van BG gaat het bedrijf in die lijn verder met een beoogde 30 miljard dollar aan verkopen.

De organisatorische ingrepen betreffen vooral de divisie Upstream, waar het zoeken naar en winnen van olie en gas onder valt. Het onderdeel Integrated Gas, waartoe vloeibaar gemaakt aardgas (LNG) en het omzetten van gassen in vloeistoffen (GTL) behoren, is de afgelopen jaren zo sterk gegroeid, dat het op eigen benen komt te staan.