Schafft Deutschland das?

Kanselier Angela Merkel was deze zomer rotsvast overtuigd van wel. 800.000 vluchtelingen zou Duitsland zonder enig probleem kunnen opvangen. Aan het begin van de winter slaat de twijfel toe. In de grootste deelstaat Noordrijn-Westfalen hoorden we vooral dat Duitsland wel degelijk een belangrijke rol te vervullen heeft, dat het land zelfs honderdduizenden vluchtelingen nodig heeft, maar of het er zoveel op zo korte tijd moeten zijn, daarover is minder eensgezindheid.

Aan de zuidrand van de stad Aken ligt een grote legerkazerne. Het gros van de gebouwen wordt nog steeds gebruikt door de Bundeswehr, maar vooraan is een stuk afgesloten met snel geplaatst traliewerk. Dat stuk is dit jaar ingericht als een “Notunterkunft”, een tijdelijke opvangplaats voor vluchtelingen die net in Duitsland aangekomen zijn. De bedoeling is dat ze hier met een paar honderd slechts een paar weken verblijven, voor ze naar een definitieve opvangplaats kunnen. “Maar die weken zijn door de grote toestroom maanden geworden”, zegt Evelin Wölk, woordvoerster van de stad Aken.

We ontmoeten Bayan, een 32-jarige zwangere Syrische moeder met haar dochtertje. Zij verblijft hier intussen ook al een maand. Ze is tevreden: de Duitsers zijn vriendelijk, ze mogen gratis op bezoek in de Zoo, en ze voelt zich erg veilig in haar kamer met twee stapelbedden en wat gekregen speelgoed. En toch heeft Bayan zorgen: haar man is nog in Syrië. Ze hoopt dat hij naar Duitsland zal kunnen komen, als het kan nog voor de bevalling. Maar tot haar grote frustratie lijkt dat moeilijk te lukken: een maand ver is ze nog geen stap verder in haar procedure geraakt. Door de overbelasting loopt alles traag, te traag wellicht voor Bayan.

"Ik maak me zorgen over de situatie buiten Europa, met de winter voor de deur"

De verzorging - van eten en drinken tot medisch onderzoek - draait hier praktisch volledig op vrijwilligers, gecoördineerd door het Rode Kruis. Wij zijn er rond het middaguur. In een van de kamers is een dokterspraktijk ingericht. Esther Kaldenhoff, een gynaecologe, onderzoekt er na haar eigen consultaties de vluchtelingen, in het bijzonder de kinderen. “De meeste zijn gezond”, zegt ze. “Maar waar ik me zorgen over maak, is de situatie buiten Europa, met de winter voor de deur”.

Beneden staat een tent: witte doorkijkzeilen, verwarmd, houten vloer, lawaaierig. Hier dienen een vijftal vrijwilligers het eten op. Duitse kost op het menu, bonen. Het Rode Kruis hoopt dat ze de mensen gemotiveerd kunnen houden. Voorlopig lukt dat: “Met mij gaat het niet slecht”, zegt Ursula, die hier al sinds september helpt, “ik kan wat geven door hen te helpen. En nu moet ik doorwerken, want ze hebben honger.”

Die houding is volgens Wölk een gevolg van de manier waarop de stad het aangepakt heeft: positief, en met voldoende informatie voor de bevolking. En Gabi van het Rode Kruis is duidelijk: “De 800.000 vluchtelingen zijn nodig om de Duitse bevolking op peil te houden, voor het behoud van de welvaart in het land, want de Duitse bevolking zelf krimpt elk jaar moet ongeveer hetzelfde aantal.”

Kunnen vluchtelingen Duitse economie redden?

Zal de huidige massale instroom van vluchtelingen de Duitse economie redden en van arbeidskrachten voorzien? Bepaalde sectoren hebben het inderdaad niet gemakkelijk om personeel te vinden. Slagers, bijvoorbeeld. Bernd Himperich is de vijfde generatie Himperichs die heel wat inwoners van Bergisch-Gladbach, bij Keulen, van vlees voorziet. Hij zou tien extra mensen kunnen gebruiken, maar hij vindt ze niet. Het beroep is te onsexy voor de gemiddelde Duitser, weet hij te vertellen.

Sinds een jaar werkt Eric bij hem, een Ghanees die via Engeland in Bergisch-Gladbach belandde. Van aan zijn snijmachine vertelt hij ons dat hij het werk erg graag doet. Het leven valt mee in Duitsland voor wie wil werken. Bovendien kan je er een opleiding krijgen, zoals ook Youssef. De 19-jarige Palestijn leert het vak van elektricien bij een kmo in Würselen. In zijn vrije tijd speelt hij bij een toneelvereniging. Hij straalt als hij over zijn leven in Duitsland vertelt. En hij wil nog verder studeren. ‘Meister’ worden is z’n droom.

Maar onze slager is bezorgd: de instroom van vluchtelingen verloopt te snel en te ongeordend, waardoor veel potentiële arbeidskrachten niet bij de werkgevers geraken. “Dat komt omdat Duitsland niet voorbereid was op zo’n grote instroom op zo’n korte tijd”, zegt Wido Geis, onderzoeker bij het Institut für Deutsche Wirtschaft in Keulen. "Het is eigenlijk te veel. 300.000 mensen kunnen we onderdak en werk bieden, 800.000 misschien, maar niet zo vlot.

Duitsland heeft in elk geval in de toekomst veel werkkrachten van buitenaf nodig, om de krimp in de bevolking op te vangen en de welvaartsstaat in stand te houden. Daarom hebben we meer structuur en orde nodig, een snelle toegang tot taallessen en tot opleidingen."

Kazerne van Soest krijgt tweede leven

Orde en structuur, dus. Ook in de opvang. De winter staat voor de deur, opvangcentra zitten vol. Er zal dus snel gebouwd moeten worden, want Duitsland wil niet het land zijn dat vluchtelingen in de koude laat overnachten. In Soest denken ze daarbij aan de Kanaal-Van-Wessem-kazerne. Tot 1994 een stukje België in Noordrijn-Westfalen. Generaties Vlaamse soldaten deden er hun plicht, maar nu staan de gebouwen al meer dan 20 jaar te verkommeren: ingeslagen ruiten, kapotte waterleiding, overwoekerde binnenplaatsen.

De kazerne opknappen kost geld en tijd. Zo veel tijd hebben ze in Noordrijn-Westfalen niet en dus is intussen het compleet onderkomen paradeplein opgeruimd, geasfalteerd en voorzien van comfortabele tenten. Basic uitgerust en niet al te ruim, maar degelijk. De eerste vluchtelingen stromen er intussen toe. Op infrastructureel vlak redt Duitsland het dus wel, maar zit de gemiddelde Duitser wel te wachten op honderden vluchtelingen in zijn achtertuin?

"Duitsland heeft geen andere keuze"

Als we het letterlijk vragen aan de man of vrouw in de straat, dan krijg je (hoogst) zelden een negatief antwoord. Vaak schemert er wel een bezorgdheid door: komen er niet te veel? En gaan we dat wel aankunnen. Maar vaker nog hoor je: “We moeten het gewoon doen, Duitsland heeft geen andere keuze.”

“Er zijn wel tegenstanders”, zeggen ze op het stadhuis van Soest, “maar ze zijn met niet veel.” Op Facebook vind je die wel, fervente zelfs, eentje met de titel ‘Kreis Hamm und Soest gegen die Uberfremdung’ dweept met de jonge voorzitter van de NPD, de Nationaldemokratische Partei Deutschlands. “Een schoolvoorbeeld van een extreem-rechtse pagina”, zegt Fabian Virchow, expert op het vlak van extreem-rechts in Duitsland.

Maar er circuleren op het internet nog veel meer dingen die je niet zo gemakkelijk aan de NPD kan linken, maar wel extreem-rechts van toon zijn. Virchow vindt dat de stemming in Duitsland wel degelijk ‘gekippt’, omgeslagen is. Zo ziet een deel van de bevolking er geen graten meer in om bijeenkomsten bij te wonen waar ook de NPD aanwezig is. Dat was vroeger wel anders. Een partij als AfD (Alternative für Deutschland) lag op apegapen, maar trekt nu met een stevig migratiediscours weer aan in de peilingen, net als de betogingen van Pegida in Dresden. Een deel van de aanwezigen daar is wellicht verloren voor de democratie, meent Virchow. Die anderen zal de politiek moeten proberen terug te winnen, door helder en open te communiceren en vooral door angsten weg te nemen.

De polarisering is een probleem voor Duitsland, maar een nog groter is dat van het groeiend aantal aanslagen gelinkt aan het vluchtelingendebat. 461 heeft het Bundeskriminalamt er dit jaar al geteld, dubbel zoveel als in heel 2014. De politie is bang voor een verdere escalatie, net als professor Virchow, “ik vrees dat we de laatste daad van geweld nog niet gezien hebben.”

Herbeluister hier de radioreportages in de reeks.