Twintig jaar na de moord op Rabin... - Nicky Aerts

Terwijl Israël de moord op politicus en Nobelprijswinnaar Yitzhak Rabin herdenkt, worden we opnieuw dagelijks overspoeld met berichten van terreuraanslagen in Israël, op de Westelijke Jordaanoever en in Jeruzalem. Zouden we van dit alles gespaard zijn gebleven, mocht Rabin op 4 november 1995 niet vermoord zijn?
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Nicky Aerts is correspondente in Jeruzalem.

Het is een vraag die velen zich stellen. Meer dan een maand voor de eigenlijke verjaardag van de moord op Yitzhak Rabin stonden de Israëlische kranten en tijdschriften al vol met ‘what if’-scenario’s. Want twintig jaar na datum is de politieke moord op de toenmalige Israëlische premier nog altijd gefundenes Fressen voor politieke speculaties.

En het gaat alle richtingen uit. Van "Rabin was geen vredesduif", "Rabin was een pragmaticus", "een gewiekst staatsman" over "Rabin was een verrader" tot "Rabin was God".

Rabin was een vechter

Yitzhak Rabin heeft zijn hele leven lang gevochten tegen de Palestijnen en de Arabische buurlanden - sommigen noemden hem zelfs Mister Security- en heeft pas op latere leeftijd ingezien dat er toenadering moest komen, om vrede en veiligheid te brengen. Onder zachte dwang van partijgenoot en toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Shimon Peres kwam er een toenadering tot de vijand in de gedaante van Yasser Arafat, werden uiteindelijk de vredesakkoorden van Oslo ondertekend en kregen Rabin, Peres alsook Arafat de Nobelprijs voor de Vrede.

Maar die vrede is er nooit gekomen en de Oslo-akkoorden hebben alleen maar frustratie en paranoia opgeleverd. Misschien net omdat Rabin vermoord werd en de vredesakkoorden nooit in de praktijk konden worden omgezet.

Gevaar van rechts

Israël was begin jaren negentig zo gefocust op de dreiging van buitenaf (lees: de dreiging vanuit de Palestijnse gemeenschap) dat niemand ooit had durven denken dat de Israëlische premier vermoord zou worden door iemand uit de eigen rangen, door een Israëliër. Achteraf bleken er nochtans genoeg aanwijzingen voor geweest te zijn, maar de Shin Bet -de Israëlische geheime dienst- had de handen vol en alle ogen gericht op een mogelijke aanslag vanuit Palestijnse hoek.

Een grote vergissing? Opgezet spel, zeggen sommigen.

Er is in Israël lang gespeculeerd over een mogelijk complot. Yigal Amir, de moordenaar van Rabin, zou niet alleen gehandeld hebben, maar via een tussenpersoon op aangeven van de Shin Bet.

Foute koers

Extreemrechtse, joods-nationalistische Israëli’s waren al langer ontevreden met de koers die hun premier gezet had. De toenadering tot de PLO -een voormalige terreurorganisatie- en de andere Arabische staten viel niet bij iedereen in goede aarde. De Oslo-akkoorden betekenden in de ogen van de nationalisten en religieuze extremisten niet alleen een toegeving aan de Palestijnen, maar vooral ook territoriumverlies, want Rabin ruilde land in voor vrede.

De moord op Rabin was een bijzonder symbolische daad, temeer omdat Rabin vermoord werd vlak na een gigantische vredesmanifestatie in Tel Aviv waar maar liefst honderdduizend mensen aan hadden deelgenomen. De ironie wil dat Rabin nog getwijfeld had of hij wel naar de manifestatie zou gaan. Hij vreesde dat er een beschamend lage opkomst zou zijn, net wegens de kritiek op zijn beleid.

Samen met Rabin zou meteen ook het vredesproces begraven worden en alle hoop op een toekomstige Palestijnse staat voor de Palestijnen. Dat is hoe het linkse kamp het ziet. Rechts zegt dan weer dat het naïef is te denken dat Rabin dat had kunnen bereiken, waar vijf premiers na hem nog altijd niet in geslaagd zijn.

Twintig jaar na de moord op Rabin zitten links en rechts elkaar meer in de haren dan ooit tevoren. Het enige wat veranderd is, is dat rechts zich een betere plaats heeft weten te verwerven binnen de mainstream.

De Israëli’s leven ook vandaag verder in angst en onveiligheid en de haat en onverdraagzaamheid binnen de Israëlische maatschappij is nog verder aangescherpt. ‘Het land is niet veranderd. Dezelfde samenleving, nog even verdeeld, staat voor dezelfde problemen', zei Tom Segev, een bekend Israëlisch publicist, een jaar na de moord al.

Bergaf met de democratie?

De dochter van Rabin omschreef de moord op haar vader jaren later als een van de meest ondemocratische daden die iemand ooit kon plegen. Rabin was democratisch verkozen. Yigal Amir heeft met de moord op de democratisch verkozen premier een eind willen maken aan diens beleid door hem nota bene lafweg in de rug te schieten.

En daar is hij in geslaagd. Tot op de dag van vandaag.
Het vredeskamp bestaat wel nog – getuige de massale opkomst afgelopen zondag voor de jaarlijkse herdenking - maar heeft in tegenstelling tot wat de meeste mensen dachten, geen extra boost gekregen door de moord. Israël was in shock, maar zou weldra bij de hand genomen worden door politici als Ariel Sharon en Benjamin Netanyahu. En die hadden andere plannen.

Van marginaal naar mainstream

Sinds begin dit jaar wordt Israël bestuurd door een rechtse regering. Er zitten een aantal ministers in het kabinet naast wie zelfs Netanyahu een doetje lijkt. Het extreemrechtse kamp krijgt hierdoor nog meer legitimiteit. De rechterkant is niet langer marginaal en kan niet meer zoals twintig jaar geleden als verwaarloosbaar worden afgedaan.

Kolonisten gedragen zich met de dag driester. Zowel tegenover Palestijnen als tegenover de gematigde Israëli’s. Eén van de joodse slachtoffers van een aanslag op een bus afgelopen oktober in Jeruzalem gaf les aan de Arabisch-Israëlische ‘Hand in Hand’-school in Jeruzalem. Op zijn Facebook-pagina stond ‘coexist’ te lezen, geschreven met de symbolen van de verschillende religies. Hij werd in koelen bloede vermoord door twee Palestijnen uit Oost-Jeruzalem. De extreemrechtse reacties die volgden zijn bijna niet te geloven: ‘Begraaf hem in Gaza en ontlast je op zijn graf’ of ‘Dit komt ervan als je met de vijand heult.’ Het zijn dit soort stuurloze rechts-extreme elementen die ook doodsbedreigingen uiten aan het adres van de Israëlische president, wanneer die zich naar hun aanvoelen te solidair opstelt met de Palestijnen. En op onschuldige sportmanifestaties wordt de naam van de moordenaar van Rabin naar believen gescandeerd.

Geen Palestijnse staat

Yasser Arafat zou gehuild hebben toen hij het nieuws van de moord op Rabin vernam. Misschien wist hij wel wat komen zou.
Met de moord op Rabin werd de hoop op vrede begraven en is een onafhankelijke Palestijnse staat een verre droom geworden. Twintig jaar, een tweede intifada en ettelijke pogingen om het vredesproces te reanimeren later, zijn we terug bij af. Erger zelfs, een tweestatenoplossing wordt met de dag minder waarschijnlijk en misschien nog minder gewild nu er al een half miljoen Israëlische kolonisten op de Westelijke Jordaanoever wonen. Aan de verkeerde kant.

De Palestijnen en de Israëli’s zitten als een onontwarbaar kluwen in elkaar verweven. Een gordiaanse knoop, noemde iemand het onlangs nog. Ze ademen constant in elkaars nek, schurken elke dag tegen elkaar aan … maar gunnen elkaar het licht in de ogen niet.

Frustratie en paranoia zijn geen goed recept voor vrede! Dat merken we hier elke dag opnieuw.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.