"Wij zijn de grootste toeristische attractie van de kust"

Met zo’n vijftien zijn ze momenteel, de garnaalvissers te paard uit Oostduinkerke. Wie denkt dat het om een uitstervende soort gaat, heeft het voorlopig fout. Steeds meer jongeren starten met de traditie, die ondertussen is opgenomen op de lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van Unesco. Voor onze reeks “Jong bloed, oud beroep” trokken we naar zee om te praten met Gregory Debruyne, met zijn 18 jaar een van de jongste garnaalvissers.

We ontmoeten Gregory bij hem thuis in Oostduinkerke. Samen met de rest van het gezin woont hij er op amper 3 kilometer van de zee. De zee waar hij bijna elk weekend vertoeft. Niet om languit na te denken over het leven en de toekomst of om te zonnebaden, wel om op traditionele wijze - te paard - garnalen te vissen. Iets wat duidelijk is doorgegeven van vader op zoon.

“Ik zit er al heel mijn leven in”, zegt hij. “Van kinds af aan ging ik vaak mee met mijn vader naar zee. Zo’n vier jaar geleden (Gregory was toen 14 jaar, nvdr.) zei mijn vader dat ik het maar eens zelf moest proberen en ging ik voor het eerst alleen met een paard in zee. Twee jaar geleden heb ik dan mijn aanvraag gedaan bij de gemeente om officieel erkend te worden. Als zoon van een garnaalvisser was dat niet meteen een probleem.”

De jongeman werkt doorheen de week als metaalarbeider. Het paardenvissen is een mooi bijberoep (en hobby) in het weekend, maar daar stopt het ook. “Je kan hier simpelweg niet van leven”, verklaart hij. “In de zomer en de winter vang je al niets. Het mag namelijk niet te warm of te koud zijn, want dan gaan de garnalen te diep in zee. Nu zou normaal een goed seizoen moeten zijn, maar het blijft nog te warm. Momenteel vangen we maar zo’n 6 of 7 kilogram, andere jaren gaat het soms om tientallen kilo's. We hangen af van Moeder Natuur.”

“Daarnaast zijn er ook heel wat kosten die je moet maken. Als je al je materiaal volledig in orde wil hebben, gaat het al snel om zo’n 10.000 euro. Je kan daar normaal wel jaren mee voort, dus dat geraakt wel terugverdiend. En dan is er ook nog de verzorging van de paarden. Kosten die ook wel eens kunnen oplopen. Zeker de helft van wat we verdienen met de garnalen gaat naar de verzorging van onze beesten.”

Robert Henno

Tijdens het gesprek wordt al snel duidelijk dat het vissen een echte passie is van Gregory. Hij beantwoordt vol enthousiasme onze vragen en toont even later spontaan het materiaal dat hij gebruikt.

Bovendien kijkt hij ook op naar zijn vader die al jaren “in het vak” zit. “Ik vis het liefst van al samen met “de oude garde”. Zij kennen er alles van en doen het ook op de ouderwetse manier. Van hen kan ik nog veel leren.”

Hoewel de zomer lang niet het ideale seizoen is om garnalen te vissen, kunt u de garnaalvissers net in die maanden toch massaal aan het werk zien. De gemeente organiseert op speciaal vooraf aangekondigde dagen namelijk een “presentatie” voor toeristen.

“Normaal gaan wij niet naar de zee in de zomer, want je vangt amper een garnaal. Het zijn vooral krabben en vuil dat we dan ophalen. Maar de mensen komen blijkbaar graag naar ons kijken. Wij zijn de grootste toeristische attractie van de kust. Elke keer staan er duizenden toeschouwers. Mochten we aan iedereen die dan een foto van ons neemt 0,5 euro vragen, zouden we allemaal schatrijk zijn”, lacht hij.

“De aandacht voor onze traditie is zeker vergroot sinds we erkend zijn door de Unesco”, zegt hij. “Vroeger kregen we ook al heel wat aanvragen van cameraploegen uit het buitenland, maar nu zijn het er toch een pak meer. Onlangs hebben we nog moeten figureren voor een Amerikaanse film. Nergens anders worden garnalen op deze manier gevangen en dat gaat nu de wereld rond.”

En dan rest ons nog één vraag: koopt Gregory wel eens voorverpakte gepelde garnalen in de supermarkt? “Neen. Nooit”, klinkt het resoluut.

“Dat is net plastic dat je in je mond steekt. Die garnalen zijn vaak al minstens anderhalve week oud, omdat ze naar Marokko gaan om gepeld te worden. Ze zitten dan ook vol met bewaarmiddelen, want verse garnalen kan je maximum drie dagen houden. Wij proberen ze daarom altijd zo snel mogelijk te verkopen.”

“Ik wil dit heel mijn leven doen”, besluit de jongeman. “Het is de mooiste hobby die er is, op voorwaarde dat je liefde voor paarden en liefde voor de zee koestert. En mocht ik er ooit mee stoppen om een of andere reden zou ik mijn paarden nooit wegdoen. Ik zou ook nooit in het binnenland kunnen leven. Zonder de zee en mijn paarden zou ik niet kunnen. Neen, hier ga ik nooit weg. Dat ben ik wel zeker.”