Schildwacht Vandeput - Jens Franssen

199 dagen. Zoveel dagen is minister Steven Vandeput (N-VA) intussen over tijd met zijn aangekondigde strategische plan voor Defensie. Al komt het nu niet op één dag aan. Na decennia van politieke stiefmoederlijke behandeling en gebroken budgettaire beloftes moet het leger zich immers helemaal heruitvinden.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Jens Franssen is defensiespecialist bij VRT Nieuws.

Er moet geïnvesteerd worden in militair materieel, rekening houdend met de mogelijke bedreigingen die de komende decennia op ons af komen. Eén ding lijkt zeker. Er komen onrustige tijden. In het Oosten schuurt een assertief Rusland tegen Europa aan, in het Midden-Oosten wil Amerika niet langer politieman spelen en Noord-Afrika staat voor de explosieve cocktail van een zeer sterke bevolkingsgroei en een volatiel klimaat. Allemaal bedreigingen die ons sociaal en economisch model bedreigen. Want daar gaat defensie tenslotte om; het veilig stellen van onze strategische belangen.

Keuzes

Het strategisch plan voor defensie moet antwoorden bieden op hoe we met die bedreigingen omgaan. Gaan we in de toekomst vooral Europees denken (al lijkt Europa de laatste jaren elke zes maanden uiteen te spatten), of blijven we inzetten op de NAVO? Kopen we dan beter Europees of Amerikaans militair materieel? En wat willen we nog helemaal zelf kunnen doen? Om toekomstige politici voldoende keuze te geven, mocht het ooit spannen, houden we dus best in alle componenten (land, lucht, zee, cyber) wat capaciteiten over. Liefst in zoveel mogelijk geweldsspectra, want wie alleen maar een hamer overhoudt, moet altijd slaan.

Het leggen van die complexe militaire puzzel wordt bemoeilijkt door het sluimerende wantrouwen tussen defensie en de politiek. Zo vertelde een vicepremier me onlangs dat het knap lastig werken is met de cijfers die de defensietop naar voren schuift. ‘Krijgen we wel het volledige plaatje te zien?’ Dat is inderdaad maar de vraag. Uit vertrouwelijke documenten, bijvoorbeeld over de opvolger van de F-16, bleek dat niet altijd alle kaarten op tafel liggen. Moeten we bijvoorbeeld nu wel beslissen over die opvolger voor het gevechtstoestel F-16? Of kunnen we door nu op een lager pitje te vliegen die beslissing geen vijf jaar uitstellen? Heeft defensie die piste ooit grondig onderzocht?

Wat evenmin helpt is dat het vertrouwen tussen stafchef Van Caelenberge en de minister onder het vriespunt zit. De stafchef heeft zich nooit boven de melée van zijn generaals kunnen stellen om een creatief en coherent plan naar voren schuiven. Medewerkers van zijn kabinet geven toe dat Vandeput not amused is dat de stafchef in tijden van budgettaire krapte én na een publieke terechtwijzing rustig blijft rondvliegen met opleidingstoestellen van defensie, en dat ten koste van operationele piloten.  

Lame duck

Maar it takes two to tango. Toen ik vorig jaar in het hoofdkwartier in Evere op de koffie was bij een generaal omschreef die de defensieminister als a lame duck.

Die analyse was meer feitelijk dan als kritiek bedoeld. Voor de N-VA, de partij van Vandeput, lijkt het oer-Belgische departement defensie nu eenmaal niet de hoogste politieke prioriteit te hebben. In geen enkel federaal departement heeft de huidige regering zo diep het mes gezet als in defensie.

De N-VA zet in het binnen halen van politiek trofeeën dan weer volop in op die twee andere veiligheidsdepartementen die het binnenhaalde, namelijk Binnenlandse Zaken (Jambon) en Asiel en Migratie (Francken). Militairen vrezen dat Vandeput in de regering het gevecht om meer centen voor zijn departement moet aangaan met één arm op de rug gebonden.

In die zin is voormalig backbencher en technocraat Vandeput overigens de ideale N-VA-partijsoldaat. Wie met de man praat zal opvallen dat maar weinig toppolitici zo onthecht zijn van de macht, als Vandeput. Waarschijnlijk siert hem dat zelfs.

Politiek

De cijfers die Defensie aanlevert om de toekomst van het leger mee uit te tekenen zijn uiteindelijk niet meer dan de grondstof waarmee politici moeten beslissen. Tot nu toe kon Vandeput de boot afhouden door te verwijzen dat de kaarten op tafel liggen en dat de oplossing politiek moet zijn.

Maar hoe lang kan een vakminister zich achter politieke onenigheid verschuilen? Het behoort tot de politieke hygiëne dat defensieministers, zeker na meer dan 199 dagen over tijd te zijn, naar een doordacht politiek compromis moeten kunnen manoeuvreren. Dat is de essentie van het politieke metier. De defensieminister kan maar beter haast beginnen maken.

Dat zou hij deels moeten doen omdat zijn 30.000 soldaten nu wel al erg lang wachten op de marsrichting. Maar vooral, als vandaag de vluchtelingen bij ons voor de deur staan, dan wil dat vooral zeggen dat Europa’s –en dus ook België’s- veiligheidsstrategie ver over de houdbaarheidsdatum heen is. Al zeker 199 dagen.