“Alles wat ze over mij weten, hebben ze gelezen in mijn dossier”

"Jeugdrechters, kom uit uw ivoren toren." Dat is de boodschap die zeven jongeren uit een jeugdinstelling brengen in een open brief. Ze voelen zich niet begrepen omdat de magistraten onvoldoende naar hen luisteren. Voer voor debat. Wij spraken met een jongere, een opvoeder en een jeugdrechter.

Jari (14), jongere in een jeugdinstelling

Jari is een van de zeven jongeren die de open brief ondertekende. Hij zit nu acht jaar in een jeugdinstelling, en hij heeft nog steeds het gevoel dat er niet naar hem geluisterd wordt.

“Ik zit in een instelling, ja. Maar eigenlijk weet ik niet goed waarom. Ik moet opdraaien voor de fouten van mijn ouders, denk ik. Maar er is niemand die met mij praat en zegt: dit is nu de reden waarom je hier bent.”

Vooral het gebrek aan persoonlijk contact zit hem dwars. “Iedere keer als ik bij de rechter kom, dan zegt die: Jari, 14 jaar. Punt. Verder kennen ze mij niet. Ze begrijpen mijn situatie niet en niemand vraagt hoe ik me voel. Alles wat ze over mij weten, hebben ze gelezen in mijn dossier.”

Graag zou hij hebben dat er wat meer tijd in hem werd geïnvesteerd. “Als ik mijn jeugdrechter zie, dan is dat enkel als er een uitspraak gedaan moet worden. En dan is het naar binnen en snel terug naar buiten. Het is werk aan de lopende band, alsof we een product zijn zonder gevoelens.”

Hannelore, campusverantwoordelijke van een jeugdinstelling

Hannelore werkt als opvoeder in een jeugdinstelling. Volgens haar klopt het dat jeugdrechters moeite hebben om hun dossiers af te werken, maar ze vindt niet dat hen veel te verwijten valt.

“Zeggen dat de jeugdrechters ongeïnteresseerde mensen zijn die geen moer geven om de jongeren, dat strookt niet met de realiteit. Die mensen zijn wel degelijk bekommerd om de vaak moeilijke situatie waarin de jongeren zich bevinden."

Al dertien jaar zit Hannelore in het vak. In al die jaren merkt ze een positieve evolutie op. “De jeugdrechters doen nu echt wel moeite om langs te komen. Ik heb al geweten dat ze telefonisch contact zoeken, of zelfs via video met elkaar communiceren. Maar die mensen hebben ook maar vierentwintig uur in een dag. En een serieuze stapel dossiers op hun bureau.”

Hoe het gevoel van onbegrip dan wegwerken? “Ik denk dat we vooral moeten blijven streven naar meer participatie. Nog vaker met de jongere aan tafel gaan zitten, met alle betrokkenen erbij. De jongeren nog meer inspraak geven. Dat gebeurt al binnen de mate van het mogelijke, maar we zijn nog niet verzadigd. Er is ruimte voor vooruitgang.”

Mieke Dossche, jeugdrechter

Mieke Dossche werkt al veertien jaar als jeugdrechter. Ze zegt begrip te hebben voor de open brief van de jongeren. “Meer nog, ik versta hen. Ze hebben gelijk wanneer ze zeggen dat er meer naar hen geluisterd moet worden, absolúút.”

Maar er is te weinig tijd. Naast het werk als jeugdrechter krijgt Dossche wekelijks familierechtzaken op haar bureau omdat er te weinig rechters zijn.

“Het gros van de jongeren onder mijn hoede komen in een jeugdinstelling terecht. Ik zou niets liever willen dan hen een hart onder de riem te steken, want zij hebben niets mispeuterd. Maar daar is zelden de tijd voor.”

“Zo heb ik net een afspraak gemaakt met een 17-jarige jongen in een instelling, omdat hij het niet meer ziet zitten en zelfmoord wil plegen. Gewoon om hem te laten zien dat hij er niet alleen voor staat. Maar jammer genoeg zijn die momenten zeldzaam, want we blijven op grenzen botsen. En zolang dat niet verandert, zie ik weinig beterschap.”

Hoe het volgens de jongeren beter kan

1. Spreek met ons voor een zitting. Leer ons kennen.
2. Laat enkel onze eigen jeugdrechter de doorslaggevende beslissing nemen.
3. Bezoek af en toe onze instelling. Zie waar wij wonen.
4. Doe uw toga af wanneer u met ons praat.
5. Laat ons niet de dupe zijn van de problemen van onze ouders.
6. Stuur ons naar een instelling die hoort bij ons profiel.
7. Heb meer persoonlijk contact met ons.
8. Verdiep u in onze cultuur.
9. Toon gevoelens en heb empathie.