Haatboodschappen doen Duitse gerecht achter Facebook aangaan

In Duitsland heeft het parket van Hamburg een onderzoek geopend naar de topman van Facebook in Noord-Europa, Martin Ott. Hij wordt verdacht van hulp aan volksopruiing. Dat schrijft Der Spiegel.
Facebook-boodschap over Syrische vluchtelingen: "Misdadigers, geen vluchtelingen".

Het onderzoek is een volgende stap in de strijd tussen het Duitse gerecht en Facebook. In tegenstelling tot in België wordt het bedrijf in Duitsland verweten te weigeren haatboodschappen en oproepen tot geweld te schrappen, alhoewel die gemeld zijn.

Een advocaat had eerder al een klacht ingediend tegen drie andere managers van Facebook omdat het weigerde haatboodschappen te verwijderen. Ook tegen deze drie is een onderzoek geopend. De advocaat had 200 gevallen van haatboodschappen gemeld aan Facebook, maar een groot deel daarvan bleef gewoon staan omdat ze volgens Facebook niet tegen de regels ingaan.

Volgens de advocaat valt Facebook onder de Duitse wetgeving, terwijl het bedrijf zich alleen door de Ierse wetten gebonden voelt. Eenzelfde argument speelde het bedrijf ook uit in de discussie over de bescherming van de privacy in België.

Managers verantwoordelijk?

De vraag is nu of de managers van Facebook strafrechtelijk vervolgd kunnen worden voor gevallen van opruiing of andere misdaden die op Facebook verschijnen en die niet verwijderd worden, ondanks het melden ervan.

Critici in Duitsland klagen al langer aan dat Facebook weigert uitspraken te verwijderen die tegen de eigen regels ingaan of tegen het Duitse recht. Het bedrijf zegt dat het wel optreedt bij het overtreden van de eigen regels, maar dat het in andere gevallen niet kan beoordelen of er een overtreding van de Duitse wetgeving gebeurt.

Na een ontmoeting met de Duitse minister van Justitie heeft Facebook wel toegezegd zijn werkwijze te willen aanpassen en ook Mark Zuckerberg, de grote baas van Facebook, heeft kanselier Angela Merkel beterschap beloofd.

België

Ook in eigen land is in theorie een klacht tegen Facebook mogelijk, zegt Patrick Charlier van het Interfederaal Gelijkekansencentrum. De vraag om een haatboodschap te verwijderen moet komen van een officiële instantie zoals het Gelijkekansencentrum en Facebook moet een verwijdering hebben geweigerd.

In de praktijk wil het centrum niet telkens een klacht indienen. "Als het gaat om haatboodschappen hebben we een strategie Notice and take down", zegt Charlier, "dus niet direct naar de rechter stappen. We verwittigen Facebook dat we een haatboodschap hebben gevonden en in zekere gevallen wordt die dan verwijderd".