Het Vervoortmuseum - Luckas Vander Taelen

Waarin de auteur een oplossing heeft voor het moeilijke dossier van de Citroëngarage in het centrum van Brussel.

Luckas Vander Taelen is gewezen parlementslid voor Groen, muzikant en freelance journalist.

De minister-president van het gewest waar ik woon heet Rudy Vervoort. In Vlaanderen is hij niet zo bekend en dat is jammer want hij is bijzonder minzaam en goed tweetalig. Maar je moet hier al een aantal jaren wonen om je weg te vinden in het kluwen van de Brusselse instellingen. Het is iets waar ik droevig van word, als ik zie hoe mijn stad bestuurd wordt. Dat gebeurt niet echt slecht, maar veel energie en geld gaat verloren door het gebrek aan samenwerking tussen de 19 gemeenten, het Gewest, de gemeenschappen en het federaal niveau.

Het zou al veel eenvoudiger zijn als al die gemeenten zouden verdwijnen en Vervoort gewoon burgemeester zou worden van een ééngemaakte stad. Er wonen hier tenslotte veel minder inwoners dan in pakweg Londen, New-York of Parijs : die noemen zichzelf geen “Gewest”, maar gewoon “stad” met aan het hoofd één burgemeester.

Wachten op de bus

Die verwarde Brusselse structuur zorgt er dus voor dat Yvan Mayeur, de burgemeester van Brussel-stad, op eigen houtje een nieuw verkeersplan kan bedenken en de centrale lanen afsluit, zonder dat de andere gemeenten of het gewest daar iets aan te zeggen hebben. Of zonder dat het openbaar vervoer naar het centrum verbeterd wordt, nu het moeilijk is om daar nog met de auto te komen. Maar dat is dan weer een bevoegdheid van het Gewest en er is geen geld voor een aan de nieuwe verkeerssituatie in het centrum aangepast aanbod. En dus wacht ik nog altijd even lang op mijn bus of tram in het onzalige Zuidstation. Het zal Mayeur een zorg zijn...

De Brusselse burgemeester kreeg wel veel aandacht met zijn verkeersvrije boulevards. Dus was het tijd dat ook minister-president Rudy Vervoort met iets voor de dag kwam. Als een kind zo blij verscheen hij in de media met de mededeling dat hij voor 20,5 miljoen de Citroën-garage aan het Saincteletteplein had kunnen kopen. Dat is een schitterend gebouw, dat U wel kent als U Brussel niet via de tunnels binnen- of buitenrijdt.

Citroën

Vervoort kocht het gebouw niet om er zijn ministeriële auto's te parkeren. Er zou een museum komen, vertelde hij fier, om aan de buurt een nieuw elan te geven. Voorwaar een nobel streven, dacht ik als ik dat goede nieuws hoorde, maar 20,5 miljoen, dat is toch wel een smak geld. Er zijn in Brussel wel wat musea die dat goed zouden kunnen gebruiken. In mijn buurt in Vorst bijvoorbeeld is het kunstencentrum “Wiels” er in korte tijd in geslaagd om een internationale reputatie op te bouwen, ondanks het schrijnende gebrek aan belangstelling van Brusselse politici en een veel te klein budget.

Maar goed, er kan altijd een museum bij in een grootstadje als Brussel. En de Citroën garage is een mooi gebouw. Het enige probleem is dat Vervoort een gebouw aankoopt maar geen project heeft en eigenlijk niets om zijn lege garage op te vullen. Er is géén project, laat staan een curator die een doordacht plan zou uitgewerkt hebben, met geld om dat waar te maken. Er is enkel een gebouw, waarvan kenners meteen zeiden dat het allerminst geschikt is om als tentoonstellingsruimte te dienen. Dat belet hem niet om naar eigen zeggen het niveau van New-Yorkse musea als Moma of Guggenheim na te streven.

Jubelpark

Ik hou wel van enige ambitie, maar van lege grootspraak word ik niet goed. 20,5 miljoen voor een garage dus. Al een aantal jaren staat een collectie moderne kunst te verkommeren ergens in donkere kelders van het Museum van Schone Kunsten, maar dat is een federale instelling. En de bevoegde minister Sleurs voelt er niets voor om het Brusselse gewest die schat aan schilderijen te schenken.

Ik denk niet dat ze zich zorgen moeten maken daar in het Moma en het Guggenheim. De Citroën-garage is niet meer dan een mooie, maar lege doos...

Ik heb een tip voor de minister-president : aan het Jubelpark staat één van de minder gekende verzamelingen van Brussel. Niet van schilderijen evenwel, wel van auto's. Van over heel de wereld komen kenners kijken naar prachtige auto's uit de hele vorige eeuw. Zou het geen goed idee zijn om die auto's op een plek te zetten waar ze eigenlijk thuishoren : in een garage? Die van Citroën aan het Saincteletteplein bijvoorbeeld...

lees ook