Leerlingenbegeleiding hangt te veel af van individuele medewerker

De Vlaamse centra voor leerlingenbegeleiding, of CLB's, zijn te vaak individuele eilandjes die weinig of niet met elkaar communiceren. Dat blijkt uit een doorlichting van adviesbureau PwC in opdracht van de Vlaamse overheid, als onderdeel van een toekomstige hervorming. Die versnippering creëert inefficiëntie, zegt het rapport.

De audit, die in handen kwam van De Tijd, lijst de sterktes maar ook de zwaktes van het CLB op. Zo werken de centra over het algemeen deskundig, behouden ze hun neutraliteit binnen de school en verwijzen ze goed door. Het grootste werkpunt daarentegen is dat de centra te veel op zichzelf werken: er is geen gemeenschappelijke visie, waardoor de kwaliteit van de hulpverlening sterk afhangt van de individuele medewerker.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) erkent in "De ochtend" de nood aan meer samenwerking. "Over praktische zaken kan men veel beter samenwerken. Ook de manier waarop men leerlingen aanpakt is niet overal gelijk. Maar dat wil niet zeggen dat het werk dat nu geleverd wordt slecht zou zijn."

Naast het gebrek aan samenwerking is de drempel om langs te gaan bij het CLB te hoog, staat te lezen in de doorlichting. Het CLB zou te onzichtbaar zijn op school. "Maar dat is net omdat ze niet ingebed zijn in de school, en dat is een goeie zaak", zegt Crevits. "Maar ze kunnen zich wat meer profileren als een sterk merk."

Na deze doorlichting komt er nog een wetenschappelijk onderzoek, eind deze maand. Op basis van de twee onderzoeken komt er een hervorming. Eind dit jaar hoopt Crevits dan ook nog met een model voor die hervorming te komen.