Time-out/ burn-out - Celia Ledoux

We zitten met goed 27 graden op een terras met zoete muntthee. Het is zo'n oktoberdag die je stiekem voordelen in klimaatsverandering doet zien. In de herfst lijken de juiste Brusselse straten net Parijs (de heel foute straten ook, maar dan anders). Nu is het Marseille, inclusief gezelligheid, zon, af en toe een toeterend drifkikkertje en dampende luchtvervuiling.

Celia Ledoux is auteur en columniste.

Zij interviewt me. Ze is echt goed voorbereid en het gesprek loopt vlot. Ze haalt een romanpersonage aan dat na veel werkdruk halsoverkop in een reis vlucht. Het doet haar denken aan burn-outs, zegt ze. Zo actueel, en die reis. Zoals in het verhaal van Eva Daelemans. Hoe het leven fictie inhaalt. “Zou het een goed idee zijn als we tegen dat we erdoor zitten, elke keer drie maand op reis gingen?”, vraagt ze.

Grappig, hé? De een komt zoiets voor als een perfect geregelde uitlaatklep, de ander hoort er een nachtmerrie in. Eva Daelemans had blijkbaar inzicht gepuurd uit haar reis, maar die leek me geen gezellig jaarlijks uitstapje. Je ongelukkig werken, nog net rechtop vluchten tot je half in orde bent, nog draaierig weer de carroussel in kan. Als systeem pas je daarvoor.

“Nee”, zeg ik, loom van de zon. “Als je gewoon kan leven ín je werk en ontladen, moet je niet weglopen.”

Ik zit daar mooi te praten. Het klopt dat ik graag zo leef. Je werk inrichten zodat het prettig is op zich. Kleine momenten tussenin om te landen, dan is vakantie fijn in plaats van ademhalen na een jaar onder water zwemmen.

Verbazing

Maar mijn gedachten dwalen wel af. Zo'n drie maand hiervoor is mijn geregelde leventje in een enorme stroomversnelling geraakt. Het leek alsof er opeens een dam mocht openvallen. Energie stormde mijn leven in en alles veranderde. De flow: zo voelde het. Eng, fris, onverwacht heerlijk. Zo'n drie weken voor dit moment kwam een point of no return. Het uitstippelen en overwegen sloeg om in lange dagen vol werk, een nieuwe toekomst in. De weg focuste stilaan. Het was bevrijdend, compleet anders, superspannend.
Je ziet er anders uit, zegden mensen. Met wat aarzeling vroeg een kennis-hoofdredacteur, een van de weinigen die iets vermoedde: “Je ziet er eigenlijk echt niet depressief uit?”, en ging onderzoekend door met “Je hebt iets... lichts.”

Je begrijpt die verbazing. 38, twee kinderen, het roer om. Als statistiek wed je niet op zo'n vrouw. Kijk naar die verzamelde verandering: dat heeft iets engs. Vlak voor het slapengaan deed het mijn ogen open vliegen. Ik dacht er 's avonds niet meer aan. Overdag kwam het nog wel voor. Dan moest ik lachen. Met enorme projecten is het zoals met een boreling. Je weet losvast waar je heen wil. Maar bekijk dat kind in je armen, bedenk dat het nu van je afhangt, en je verliest gegarandeerd een hoop slaap die je de zes maanden daarop deerlijk zal missen.
Je maakt je lijstjes, schrapt wat je hebt gedaan. Je stelt bij en neemt het dag na dag.

Elektrische onrust

Soms verstrakt iets in mij. De accountant zegt boven zijn brilletje uit dat ik als werkloze een hele tijd méér zou “verdienen” dan met mijn huidige plannen. Het helpt het niet dat hij zijn oordeel daarna verzacht: de zin doet me dagenlang rillen als kikkerhuid. Oei, zo erg? Soms komt de spanning vanzelf, als ik lang doorga zonder tien minuten pauze. Soms komt het onverwacht, wanneer een geslaagde onderneemster iets in mijn idee ziet en zegt: hoe groot wil je dat aanpakken? Ze begint over teams, SWOT en business plans. Denk er eens over na, sluit ze af. Oei... zo goed?!

Je huid lijkt iets transparanter. Gevoeliger. En toch vind je vaak rust.
Permanent bezig zijn en veel leren op heel korte tijd is een zegen. Dat staat je niet toe in een gat te gaan tobben – niet dat je dat wil. Af en toe dobbert een zorg op. Hoe zou ik zus? Wat als zo? Een soort elektrische onrust die je kwijt wil. Voorlopig smelt hij. Op momenten als deze, in de zon. Zon, thee, en al die gedachten op die ene vraag: ze komen en ebben weg.

IJsberg

Misschien zit iedereen het meest met zijn eigen fouten. Ik begreep Eva Daelemans best goed. Als een starter snel wordt opgepikt, weegt de druk zwaar. Je schakelt zo hoog mogelijk om niet teleur te stellen. Je moet je evenwicht nog leren kennen. De stroom lijkt een wild water, elke golf een bedreiging. Zonder mentoring is het koffiedik kijken: hoe dicht liggen zwemmen dankzij de stroom, erop surfen of zeilen bij verzuipen? Je bent onhandig in kleine, essentiële dingen en kan de speling op je bewegingen niet inschatten. Spanning zet zich in je lichaam, kortsluiting volgt.
Ik kreeg geen burn-out en liep de spanning eruit. Een heel zwaar trainingschema dragen voelt erg geruststellend. Je geest wordt er stil van. Wanneer het pijn gaat doen, mag je dat negeren van je dokter. Je kan alles.
Een ijsberg heeft zijn voordelen. Bij een grote smak snapt iedereen: die kan écht niet meer. Burned out. Alles wat je niet durft toegeven, vertelt het grote tegen-de-vlakte-gaan.

Intussen waren er alleen nog ijsbergen in romans. Alles was heel.
Je nipt van de thee. Waarschijnlijk worden het straks heel nieuwe obstakels. Je bent wat bang als je de stroom ziet lopen, maar hebt er ook zin in. Er is veel om evenwicht voor te bewaren, onder andere jijzelf. Voorlopig voelt het alsof je danst. Je hoopt dat je dat kan bewaren.
Je kijkt met je zonnebril op naar boven. Er is geen reden om te vluchten. 't Is oktober. De zon warmt je huid. De weg ligt open.

lees ook