De mondharmonica van Marian

In de twintigste eeuw werd Polen getroffen door de twee grootste politieke demonen ooit: nazisme en communisme. Vandaag barst Polen als een veelkleurige vlinder uit de cocon van dat verleden. Maar overal struikel je nog over de littekens, de ongewilde souvenirs en de anekdotes uit die woelige tijden.

Het was een rustige week in Kazimierz Dolny, maar niet voor de inwoners van het stadje Kamien, een beetje zuidelijker langs de Vistula. In Kamien hebben ze immers een nieuwe brug over de Vistula geopend. Het lijkt een fait divers maar dat is het niet.

De opening van de brug is niet minder dan het uiteindelijke, finale afsluiten van de Tweede Wereldoorlog in Kamien. De vorige brug was gebouwd en geopend in juli 1939. Amper een dikke maand later, op 1 september, vielen de legers van Hitler Polen binnen. Op 10 september werd de brug door terugtrekkende Poolse troepen vernield in een poging om de Duitse opmars te vertragen.

De brug had dus amper een maand haar diensten bewezen voor ze tot oorlogspuin werd herleid. En sindsdien, al die tijd, zegge en schrijven 76 jaar lang, was er geen nieuwe brug gebouwd. Wie bij Kamien de Vistula over wou, moest op een krakkemikkige veerboot. Nu pas is er de nieuwe brug. Nu pas is de oorlogsschade hersteld. Nu pas is deze oorlogswonde geheeld.

Bloedland Polen

De Tweede Wereldoorlog was in onze contreien vast geen wandeling in het park. Maar het Duitse wangedrag in het westen valt bleek uit in vergelijking met de onnoemelijke wreedheid en terreur die Polen te beurt vielen. Niet minder dan zes miljoen Polen hebben de Duitsers vermoord. Dat is 18 procent van de totale bevolking. Met dat cijfer is Polen de trieste wereldrecordhouder. Ter vergelijking: in de USA kostte de oorlog het leven aan 0,2 procent van de bevolking. In de USSR is het cijfer 11 procent. Verliezer Duitsland zag 7,2 procent van de bevolking omkomen. Geen land heeft dus zo geleden als bloedland Polen.

In de ziekelijke nazi-ideologie waren de Slaven niets meer dan, welja, slaven. Poolse mensen waren Untermenschen. In werk- en vernietigingskampen werden Polen aan slavenarbeid onderworpen, gemarteld, uitgehongerd, opgehangen, doodgeschoten. Al in de eerste periode van de bezetting begingen de Duitsers massale misdaden. In Bydgoszcz schoten de nazi’s in één klap 20.000 burgers dood. In 1940 reeds werden 15.000 politieke leiders, priesters en leraren naar Dachau afgevoerd of doodgeschoten in het woud van Palmiry. Enzoverder, enzovoort. De lijst met Duitse terreurdaden is schier eindeloos, de aantallen nauwelijks te bevatten.

Tot wanneer zo iemand uit de eigen, aangetrouwde Poolse familie stamt. Zo vertelde nicht Joasja me over haar oom die een bloeiende kruidenierszaak had in de stad Kielce: “Plots werd oom opgepakt. Misschien had iemand het gerucht verspreid dat hij voor een deel Joods bloed had? Misschien werd hij het slachtoffer van een jaloerse zakelijk concurrent? We begrijpen nog altijd niet waarom oom dood moest.”

Oceaan van puin

Bijna drie weken na de Duitse invasie viel, op 17 september, ook de Sovjet-Unie Polen binnen. Die aanval was het logische gevolg van het pact tussen nazi’s en communisten. Die hadden afgesproken Polen onder hen beiden te verdelen. In het kielzog van de soldaten rukte ook de Stalinistische geheime politie van de NKVD op. Die gingen tekeer als bloedhonden. Het zijn deze lui die om en bij de 20.000 Poolse officieren en intellectuelen afmaakten bij Katyn, een bloedbad dat de Russische propaganda tot begin jaren 1990 in de schoenen van de Duitsers probeerden te schuiven.

Met zelotenijver probeerden de Russen al vanaf 1940 Polen te dwingen in de rol van onderworpen communistische vazalstaat. Met dat doel voor ogen werden twee miljoen Poolse “bourgeois” verbannen naar verafgelegen oorden zoals Kazachstan, Siberië, de Goelagarchipel. Binnen het jaar na aankomst was de helft van die mensen dood. Gestorven door koude, honger, ontbering.

In de latere jaren van de oorlog werd Warschau herschapen tot een oceaan van puin. Eerst kwamen de Joden aan de beurt in het getto waar ze met 380.000 opeen waren gepakt. In de lente van 1943 waagden ze een gewapende opstand. De nazi’s roeiden de Joodse helden uit en deporteerden de laatste overlevenden naar vernietigingskampen. Een jaar later, in de zomer van 1944, nam het Poolse verzet in Warschau de wapens op tegen de bezetter.

Op dat moment was het Rode Leger opgerukt tot aan de overzijde van de Vistula. Doch Stalin gaf het bevel om niets te doen om de Polen te helpen. De Russen keken toe hoe de nazi’s, met de Gründlichkeit hen eigen, Warschau in puin legden en de mensen vermoordden. Straat na straat, huis na huis, riool na riool werden de Polen opgejaagd, neergeschoten, met vlammenwerpers verbrand.

Kleine bordjes, grote geschiedenis

Al die gruwelen zijn in het hedendaagse Warschau tot indrukwekkende monumenten gestold. Er is Umschlagplatz, van waaruit de Joden op transport werden gezet. Je kan het “POLIN Museum van de Geschiedenis van Poolse Joden” en het ”Museum van de Warschau-opstand” bezoeken. Er zijn gigantische monumenten voor de gedeporteerden naar het oosten en voor de opstandelingen van Warschau.

Maar persoonlijk vind ik de kleinere overblijfselen nog pakkender. Aan de drukste straat van de stad, Aleje Marszalkowska, vind je een bordje aan de voet van het spuuglelijke Novotel. In zijn droge mededeling is het bordje ijzingwekkend: “Hier hebben de nazi’s op 28 januari 1944 102 Polen vermoord.” Helaas vind je zulke bordjes op talrijke plaatsen in Warschau. Waar nu hoogbenige secretaresses en drukdoende zakenlui achteloos voorbij flaneren, hangen de herdenkingsbordjes voor die zovele vermoorde mensen.

Van het Joodse getto vind je her en der nog contouren in de grond in de wijken Mirow en Muranow. Maar de meest indrukwekkende plek om het getto onder je huid te voelen kruipen, is Ulica Prozna, de enige straat die van het Joodse getto nog overeind staat. Een rij huurkazernes in baksteen, waar je je vinger nog in de gaten van de kogelinslagen kan stoppen en waar op de verdiepingen levensgrote foto’s hangen van Joodse mensen uit de tijd van toen. Een oudere man met pijpenkrullen, een tienermeisje met een aanstekelijke glimlach, een jonge moeder met een kinderwagen. Ze kijken je aan en hun blik tuurt naar een diepte waar het ongemakkelijk toeven is.

Duitse hoeves

Na Wereldoorlog Twee stal Stalin grote stukken van oost-Polen. Oekraïne en Wit-Rusland werden met Poolse grond uitgebreid. In ruil kreeg Polen lappen Duitse grond. Breslau werd het Poolse Wroclaw, Pozen werd Poznan, Danzig werd Gdansk. De Duitsers werden verdreven en vervangen door Polen uit het Oosten.

In de regio bij de Duits-Poolse grens zie je nog altijd de talrijke ex-Duitse boerderijen in hun typische stijl in rode baksteen. Die “poniemieckie” erfenis, “datgene wat de Duitser heeft achtergelaten”, wordt tot op vandaag door de Polen niet echt als nieuwe thuis aanvaard. Dat zie je aan de deplorabele stand van talrijke boerderijen. Veel onderhoudswerk, laat staan grondige renovatie, is er niet aan besteed. De Poolse inwoners vrezen nog steeds dat de nakomelingen van de verdreven Duitsers ooit terug opdagen om erf en goed terug op te eisen. Dat handige zakenlui in de jaren 1990 begonnen met “heimwee-bustours” door de ehemalige Heimat heeft dat Poolse wantrouwen nog aangescherpt.

Verdronken land

Ook de communisten hebben veel traditioneel Pools erfgoed stukgemaakt. In Warschau prijkt het “Paleis voor Cultuur en Wetenschap”, een ongewild cadeau van de megalomane Stalin aan het “Poolse broedervolk”. De gigantische toren is in het centrum neergepoot zonder enige consideratie voor het stedelijke weefsel. Zo is het gebeurd dat een stemmige, gezellige straat zoals Chmielna brutaal in tweeën is geknipt: Chmielna loopt stuk op het terrein rond het Paleis en pas aan de overzijde van het reusachtige plein gaat de straat weer verder.

Een tijd geleden waren we in het Bieszczady-gebergte, in het aardige dorp Polanczyk. Deze in de jaren '40 en '50 nog godvergeten uithoek hebben de communisten bevolkt met mensen die ze van overal elders hierheen lokten. Weinige families zijn hier meer dan pakweg drie generaties geworteld. Volgens de communistische planning -en u weet hoe dol communisten waren op planning- moest deze regio toeristisch gebied worden. Met dat doel werd onder meer het Solina-meer uitgebreid. Dat gebeurde drastisch. Verschillende dorpen en kerken en een kerkhof werden boudweg onder water gezet. De kaarten van het meer tonen nu die verdronken dorpen aan. In ruil voor dat verlies is Polanczyk inderdaad een toeristische plek geworden – dàt is dan toch gelukt, ten koste van het verleden.

Koning Sigismund

Mijn schoonvader Marian reisde in de jaren '50 als 14-jarig kereltje helemaal in zijn uppie naar Warschau. In zijn donkerblauwe marinierskostuumpje en met zijn kartonnen valiesje was hij het mikpunt van spot van de coole tieners van Warschau. De stad lag toen nog grotendeels in puin. Zoals zovelen werd Marian aangelokt door het idee om de Poolse hoofdstad herop te bouwen. Al dat jong volk troepte samen in de wijk Mariensztat, een volkse buurt aan de voet van het historische centrum, de Oude Stad. Jonge, levenslustige jongens en meisjes bouwden steen op steen het nieuwe Warschau. ’s Avonds werd er gepraat, gedronken, gedanst.

Veel van die jonge hormonenhuishoudingen vonden er een lief. In de openlucht vrijende koppeltjes in Mariensztat werden bespied door lokale tieners die de minnaars bang maakten door nachtdieren na te bootsen.

Ook vandaag is Mariensztat nog altijd een aangenaam, authentiek plekje middenin de stad. Er zijn drie cafeetjes rond een plein. Er zijn trappen die naar de Oude Stad leiden. Die trappen heeft schoonvader Marian destijds ontelbare keren beklommen. ’s Ochtends om verder te bouwen aan Warschau. En ’s avonds, na het feesten, om zijn mondharmonica te verstoppen in de puinhopen waar de zuil van Koning Sigismund had gestaan, pal voor het oude koninklijke paleis. Schoonvader Marian vond dat een prima bergplaats voor zijn geliefde instrument. Hij was bang dat de mondharmonica gestolen zou worden, mocht hij het kleinood gewoon in zijn kamer achterlaten. Dan was hij beter zorgvuldig onder het puin verstopt.

Wie schetst Marians verbazing wanneer hij op een dag de zuil van Koning Sigismund heropgebouwd aantrof? Het puin was netjes geruimd, de zuil terug opgericht, het standbeeld van Sigismund op de zuil geplaatst. De mondharmonica rust nog steeds ergens onder de voeten en de zuil van Koning Sigismund. Zo dicht als Polens verleden onder de oppervlakte van het heden ligt, zo dicht onder de grond bij Koning Sigismund rust de mondharmonica van schoonvader Marian.