Stadsbendes in Brussel: "Complex om in kaart te brengen"

Met de film "Black" staat de problematiek van Brusselse stadsbendes volop in de aandacht. Er is de film, maar er is ook de realiteit. En het blijkt heel moeilijk te zijn om een exact getal te plakken op het aantal bendes en hoeveel jongeren daarbij betrokken zijn. "Het fenomeen is zo flou, zo complex", zegt criminologe Elke Van Hellemont. Zij onderzoekt al jaren de zwart-Afrikaanse stadsbendes in Brussel. "De statistieken die er op dit moment zijn, zijn vooral interpretatie."
www.newspix.be

"Het is heel moeilijk om een exact getal te plakken op het aantal bendes in Brussel en op het aantal jongeren dat daaraan verbonden is", zegt Elke Van Hellemont. "Het is zo flou, zo moeilijk te vatten." Van Hellemont is criminologe aan de KU Leuven en onderzoekt al sinds 2007 het fenomeen van zwart-Afrikaanse jeugdbendes in de hoofdstad.

Vorig jaar publiceerde de krant La Capitale cijfers over het aantal Brusselse jongeren dat actief is bij een bende. Er is sprake van 36 bendes waarbij 652 jongeren betrokken zijn. Die cijfers komen van Binnenlandse Zaken en zijn getrokken uit de databank voor stadsbendes die de Brusselse politie sinds 1999 bijhoudt. Of die databank ook de werkelijkheid weerspiegelt, daar heeft Van Hellemont haar bedenkingen bij.

"De procedure om te bepalen wat een bende is en wanneer iemand bij een bende zit, is zwak uitgewerkt. Vanaf wanneer is een groep jongeren een stadsbende? Wanneer maakt iemand deel uit van een bende? En wanneer is het de moeite om een bende of een bendelid in die databank te zetten? Hoe bepaalt de politie dat? Dat is op dit moment vooral interpretatie. Het ontbreekt aan kennis. Ook de middelen en politieke wil om het correct in kaart te brengen, hangen af van willekeur."

"Jongeren komen elkaar op straat tegen, hangen samen rond, sommige groepjes begaan overvallen of andere criminele feiten, maar hangt dat dan samen met de specifieke problematiek van stadsbendes of met jeugddelinquentie? Dat onderscheid is heel complex. De databank laat ons wel zien dat er íets speelt in de hoofdstad, maar is verre van exact."

"Niet allemaal georganiseerd geweld en afrekeningen"

De doctoraatsstudie van Van Hellemont verschijnt volgende maand. "Voor ik begon met mijn onderzoek was er eigenlijk gewoon niks. Wat we wél wisten over bendes, kwam vooral uit Amerikaanse en Canadese onderzoeken en had weinig vandoen met de realiteit van Brussel. Ik heb dus enorm veel data moeten verzamelen en verwerken. Alleen al de etnografie van de bendes in kaart proberen te brengen heeft 18 maanden geduurd."

Van Hellemont voert vooral onderzoek naar de zwart-Afrikaanse bendes in de hoofdstad, meer bepaald de Congolese. "Er zijn natuurlijk ook andere groepen: de Maghrebijnse, de "gemixte", de Belgo-belge... Het is niet omdat je ze niet ziet, dat ze er niet zijn. Hun aanwezigheid is minder uitgesproken, ze vallen ook minder op."

Wat de zwart-Afrikaanse bendes onderscheidt van de andere, zijn de gewelddelicten. Die nemen heel grote proporties aan en zijn soms echt gruwelijk. Je ziet daar bijvoorbeeld heel veel steekpartijen, bijna elk wapen dat ze kunnen vinden is goed. Messen, schroevendraaiers, fonduevorken... Maar ook gewelddelicten met dolken, machètes, wapens... Die verhalen hebben een grote spektakelwaarde en halen dan ook makkelijk de pers."

Toch wil Van Hellemont nuanceren dat het allemaal om georganiseerd geweld en afrekeningen gaat, het clichébeeld dat we allemaal hebben als het gaat om geweld tussen bendes. "Veel van die delicten zijn eigenlijk "ongelukken". Veel jongeren op straat horen van bendegeweld, voelen zich angstig, nemen zelf een wapen mee. En van het moment dat ze denken zich bedreigd te voelen, trekken ze hun mes. Het is eigenlijk de angst voor het geweld die het geweld voortbrengt."

"Initiatieven tegen jeugddelinquentie werken niet noodzakelijk bij bendes"

Wat kan de maatschappij doen om om te gaan met het fenomeen van jongerenbendes? "Er worden veel initiatieven genomen die inzetten op de preventie van jeugddelinquentie, maar dat heeft maar weinig te maken met preventie als het gaat over jeugdbendes. Dat zijn twee verschillende zaken", zegt Van Hellemont.

"Die stadsbendes, dat is een heel andere dynamiek, zeker bij die zwart-Afrikaanse bendes zie je wat ze teweegbrengen, die spiraal van geweld..." Wat alleszins zeker moet gebeuren, is de Congolese gemeenschap zelf bij betrekken bij preventie en opvolging, zegt Van Hellemont.