Zwarte bendes in Brussel: enige nuancering - Elke Van Hellemont

Met de film 'Black' staat de problematiek van de zwarte stadsbendes in Brussel opnieuw in de schijnwerpers. Voor vele kijkers zal Adil El Arbi’s en Bilall Fallahs film de eerste ontmoeting zijn met deze bendes, hoewel ze reeds sinds de vroege jaren 90 door de straten van Matongé dwalen. En ja, de film neemt je mee door Brussel en brengt je op plaatsen waar ook in het echte leven bendeleden te vinden zijn.
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Elke van Hellemont is doctoraal onderzoekster aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), KU Leuven. Sinds 2007 voert zij een onderzoek uit naar de Sub-Saharaanse stadsbendes in Brussel.

Meer nog, met de komst van 'Black' herhaalt de geschiedenis zich in de kleine bendewereld van Brussel.Waar de film New Jack City (Mario Van Peebles, 1991) nog steeds de meest aangehaalde referentie is om Matongés eerste bende, de New Jacks, te beschrijven, zo zal 'Black' voor het merendeel van de bioscoopbezoekers een referentiepunt zijn in hun beeldvorming over de hedendaagse bendes. Dus wederom zal een fictieve film met veelvuldige verwijzingen naar de werkelijkheid het beeld van de ‘zwarte’ bendes bij een breder publiek mede vorm geven. En daar horen toch enkele belangrijke kanttekeningen bij gemaakt worden.

Te veel groepsverkrachtingen, te weinig steekpartijen

In 'Black' is het topic van groepsverkrachting in bendeverband prominent aanwezig. Ook in de realiteit – zoals onder meer enkele spraakmakende rechtszaken in 2001 en 2004 getuigen – werden leden van bendes, met namen waarin creatief met het adjectief ‘Black’ omgesprongen werd, schuldig bevonden aan groepsverkrachting. Echter leidt de disproportionele aandacht aan dit delict in mediaberichtgeving, evenals in 'Black', tot een bijzonder vertekend beeld over het voorkomen van groepsverkrachtingen bij deze bendes. Dit werkt op zijn beurt niet enkel een manifeste overschatting van de problematiek in de hand, zoals vastgesteld kan worden in politieke debatten, het miskent ook het aandeel van het bendefenomeen erin.

Meer nog zorgt het ervoor dat men volledig voorbijgaat aan het drama van de ‘zwarte’ stadsbendes dat vooral de Congolese gemeenschap in Brussel sinds jaren in zijn greep houdt. In tegenstelling tot de film 'Black' behoren zowel de dader als het slachtoffer van het meest uitgesproken bendegeweld uitsluitend tot de zwart Afrikaanse gemeenschap en de Congolese diaspora in Brussel in het bijzonder. Een variëteit aan steekwapens speelt sinds lang een lugubere maar prominente rol in deze bendewereld. Door de jaren heen werd een groeiend aantal jonge Congolese mannen verwond, verminkt of zelfs gedood in een steekpartij. De frequentie en de desastreuze gevolgen van deze steekpartijen enerzijds en het disproportioneel en irrationeel karakter van het geweld anderzijds drijft de Congolese gemeenschap tot wanhoop.

Te veel orde, te weinig chaos

Veel heeft te maken met het ongeorganiseerde en onvoorspelbare karakter van deze steekpartijen en het bendegeweld in het algemeen. Dus in tegenstelling tot het ‘georganiseerde’ karakter van bendeconfrontaties in 'Black', heeft bendegeweld in Brussel een bijzonder ‘wanordelijk’ kantje. Dit geldt in het bijzonder voor het wapengebruik. Waar in 'Black' leden van de ‘zwarte’ bende meermaals en bijna uitsluitend revolvers tevoorschijn halen, overstijgt in de realiteit het gebruik van keuken- en tuinmateriaal (keukenmessen, schroevendraaiers en plooizagen) ruimschoots het gebruik van vuurwapens.

Waar in 'Black' de confrontatie tussen twee bendes een a priori geplande actie is, zijn vecht- en steekpartijen tussen bendes in de werkelijkheid vooral het resultaat van opportuniteit en toevalligheid. De kleinschaligheid van Brussel en het feit dat ze tot dezelfde gemeenschap behoren zorgt ervoor dat ze elkaar gemakkelijk tegenkomen op een soiree, of dat ze elkaar kruisen in de stad of op doortocht in de Brusselse metro. De desorganisatie die deze bendes kenmerkt, heeft dan ook al meermaals tot vergissingen en ‘ongelukken’ geleid. Zo overleed in 2002 D'Okito Djunga Patrick aan verwondingen opgelopen door een fonduevork nadat hij foutief gehouden werd voor een bendelid. Het chaotische karakter van de bendes wordt ook weerspiegeld in het feit dat geweld tussen bendeleden van dezelfde bende op zijn minst even vaak gebeurt als geweld tussen leden van verschillende bendes.

Ook dit eindigt soms met een dodelijk slachtoffer. Zo werd in 2009 de negentienjarige Jonathan Luzimadio neergestoken in Anderlecht. De dader maakte net als hij deel uit van de Black Pit Hot Boys, een bende die voornamelijk uit Congolese jongeren bestond. Nog schrijnender en absurder zijn de gevallen waarin jonge bendeleden neergestoken worden door een ‘kennis’, waarbij de belangrijkste reden voor de dodelijke afloop de loutere aanwezigheid van een steekwapen lijkt te zijn. Dit laatste leek immers tot zover de enig mogelijke verklaring voor de dood van één van de meest recentste slachtoffers van een ‘bendegerelateerde’ steekpartij, Bernard Kule Bateba, in 2012.

Te veel sensatie, te weinig angst

Stellen dat in 'Black' het buitensporige karakter van het geweld en het gemak waarmee de jonge mannen geweld hanteren volledig uit de lucht gegrepen is, gaat opnieuw een stap te ver. Deze bendes hebben in het verleden immers meermaals krantenkoppen gehaald met gedrag dat inderdaad niet anders omschreven kan worden als ‘buitensporig’ en vooral met wapens die op zijn minst ‘spectaculair’ te noemen zijn. Echter gaat het opnieuw over momenten die enerzijds het alledaagse karakter van het bendegeweld steevast overstijgen en anderzijds het echte drama ervan dan weer onvoldoende vastleggen.

Het chaotische en onvoorspelbare karakter van het geweld dat sinds de jaren 90 met het bendefenomeen gepaard gaat, voedt vandaag een dagelijkse angst bij vele ‘zwarte’ jongeren om slachtoffer te worden van een steekpartij. Die angst gaat de grenzen van de bendewereld voorbij en leeft ook bij jonge Afrikaanse mannen die niets met het fenomeen te maken hebben. Het stimuleert tevens een vicieuze logica waarbij de angst voor steekpartijen, jongeren ertoe aanzet zich te bewapenen met ‘homemade’ steekwapens ter bescherming. Dat dit laatste enkel een toename in het aantal steekpartijen in de hand werkt, hoeft geen betoog.

De film maakt echter enkele minder spectaculaire knipogen naar de werkelijkheid die erg waarheidsgetrouw zijn, zoals het bestaan van een florerende marihuanamarkt aan de Rue Longue Vie in Elsene. Ook de afpersing van Congolese zangers in de organisatie van optredens in Matongé refereert aan praktijken waar voornamelijk de eerste bendes in Brussel berucht om werden. Maar in feite zou de mate waarin de film 'Black' de werkelijkheid correct weergeeft zijn kijkers vooral niet te veel moeten bezighouden. Daar draaien een spannend boek en een meeslepende film immers niet om. Dat deze bendeproblematiek echter meer aandacht krijgt op het witte doek dan erbuiten zou onze federale en Brusselse beleidsmakers toch enigszins mogen verwonderen, misschien zelfs wat verontrusten.


 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.