Schieten met eikels - Van Dievel Consulting

‘Patron, zijt ge niet beschaamd!’ Verveeld keek ik op van mijn bezigheid. Ik was in de hof van mijn modeste villa, met mijn gesofisticeerde FN 303 - geweer eekhoorntjes uit de bomen aan het schieten, welke diertjes met kreetjes van smart en pijn naar beneden tuimelden. Voor de kenners: ik gebruikte kogels gevuld met afwasbare verf. ‘Sadist!’ siste onze trainee Dinska Bronska mij met van kwaadheid fonkelende ogen toe. ‘Dierenbeul!’ blafte mijn junior partner en dobermann Brabançonne mij in het gezicht. Ik haalde onverschillig mijn schouders op. Al die critici achter hun burelen moesten maar eens zeggen wat ze in mijn geval zouden doen. Het was toch overduidelijk dat de eekhoorntjes een gevaar betekenden voor zichzelf en voor hun omgeving.

Louis van Dievel is senior writer en moderator bij Vrt Nieuws.

Op het natte gras lagen enkele knaagdiertjes in stervensnood te kronkelen. Niet voor lang evenwel, want uit de beschutting van het struikgewas sprongen zes Robocops van het BBT – helaas beter bekend onder hun bijnaam de bottinekes - tevoorschijn, die de eekhoorns met hun zware maat 45 enfin, soit, het moet niet al te bloederig worden. Na gedane arbeid slaakten deze Robocops een yell en doken weer de onderbegroeiing in.
‘Ziet ge?’ zei ik, ‘deze schadelijke dieren lijden niet onnoemelijk. En wie er anders over denkt is een wereldvreemde softie.'

Oma's aan de top

Dinska Bronska begon te hyperventileren van woede.
‘Gij,… gij,…’ begon ze, maar ze kreeg niet gezegd wat ze wilde zeggen.
‘Gij zijt gefrustreerd, Dinska,’ nam ik het woord van haar over, ‘gij kunt niet verkroppen dat ge de finale van ‘K3 zoekt K3’ niet hebt gehaald. Ik had u nog zo gezegd dat ge uw haar niet groen mocht verven. En dat Concerto voor Natasja geen liedje van K3 is.’
Die zat. Onze trainee, afkomstig uit de Moldavische steppen, werd wit, rood en paars tegelijk, een krachttoer die enkel de volkeren uit Oost-Europa klaarspelen.
Haar handen transformeerden zich voor mijn ogen tot levensbedreigende klauwen. Veiligheidshalve zette ik een stap achteruit en richtte kwansuis het fantastische wapen van FN– een relatiegeschenk van een dankbare burgemeester – op mijn medewerkster.
Om haar extra te sarren neuriede ik met een valse grijns “Oma’s aan de top”. Wie bij VDC wil werken moet een olifantenvel hebben.
‘Ik herken u niet meer, patron,’ stiet zij op fluistertoon uit.

Maak u nuttig

‘En gij,’ richtte ik mij tot de eveneens flabbergasted Brabançonne, ‘gij zoudt beter de bladeren die de gazon ontsieren bijeen harken, in plaats van illusies na te jagen. Maak u nuttig voor het bedrijf. Of denkt ge soms dat het geld op mijn rug groeit?’
Ik begon waarlijk plezier te krijgen in het terechtwijzen van mijn ondergeschikten.
Brab gromde nijdig en liet een dubbele rij vervaarlijke en indrukwekkende dobermannenbieters zien. Hij was niet weerhouden in de talentenjacht van de Openbare Omroep, een wedstrijd die tot doel had een opvolger voor Jelle Cleymans in Thuis te vinden. “Goed geprobeerd maar houd iemand anders voor de gek, Van Dievel”, had de VRT geantwoord op zijn sollicitatie, verkeerdelijk in de mening verkerend dat ik de kandidatuur van Brabançonne had ingediend.

Brabançonne was speciaal naar de kapper geweest en zich door de figaro een kleurspoeling voor zijn vacht laten aanpraten, in Venetiaans blond nota bene. Ooit al een rosblonde dobermann gezien? Het idee alleen! Maar Brab had niet willen luisteren. Hij had een lofzang op Thuis en een reeks foto’s van zichzelf ingestuurd, alsmede een amateurfilmpje waarin hij enige dramatische scènes met Jelle Cleymans, aka Jens de barman, naspeelde. Tenenkrullend!

Boekenbeursdrama

‘En laat mij nu met rust,’ maakte ik een eind aan het dovemansgesprek.
En ‘ai!’ riep ik, toen ik tussen de ogen werd geraakt door een salvo welgemikte eikels. In het geboomte hadden overlevende eekhoorntjes het gewapende verzet georganiseerd . Met griezelige precisie bestookten zij mij met de volop voor handen zijnde herfstvruchten. Ik loste een waarschuwingsschot met mijn FN 303 en zocht dekking in de keuken, waar Dinska inmiddels met de potten en pannen rammelde.
‘Kan het met wat minder lawaai?’ informeerde ik, nog steeds in I am the boss-modus.
‘Hoe was het op de boekenbeurs, patron?’ informeerde Dinska, quasi terloops.
Ik had nog zo gehoopt dat mijn eigen kleine mislukking onvermeld zou blijven.
‘Dat ging wel,’ mompelde ik.
‘Uw uitgever heeft gebeld,’ zei Dinska, ‘hij wil weten wanneer hij die zes paletten met boeken mag terugbrengen.’
Ik bestudeerde de barometer en antwoordde niet.
‘Wat voor boeken zijn dat, patron?’ drong Dinska Bronska aan.
Ik wilde de keuken ontvluchten maar een vastberaden Brabançonne versperde mij in het deurgat de weg.
‘Ja, wat voor boeken zijn dat, patron?’ vroeg hij op zijn beurt.
Ik begon overvloedig te transpireren.
‘Zijn dat soms die 5.000 onverkochte exemplaren van uw meesterwerk, patron?’ draaide Dinska het mes in de wonde.
‘De drukker heeft zijn rekening al gestuurd, patron,’ strooide Brab dan weer zout in dezelfde wonde, ‘vijfentwintigduizend euro alstublieft, hoe gaan we dat geld terugverdienen?’
Ik duwde Brabançonne met geweld opzij, repte mij naar de bibliotheek met zijn immer weldoend haardvuur en deed de deur achter mij op slot.

Ik was ervan overtuigd geweest dat mijn boek op de boekenbeurs een kaskraker zou geworden zijnn, nu Jeroen Meus daar niet signeerde.
Maar van mijn kookboek “Honderd recepten voor Gebakken Lucht” was slechts één exemplaar verkocht. Aan mij. Incognito. En de paar honderd present- en recensie-exemplaren die de uitgever met de moed der wanhoop had rondgestuurd, waren op een paar boeken na terug naar de afzender gezonden. Behalve door Bart De Wever, die rijkelijk maar zonder bronvermelding uit mijn standaardwerk had geciteerd in zijn keukenrecept voor een asielbeleid saignant.
 

lees ook