Britse aanval op Bagdad afgeslagen

18 tot 24-11-1915: een Britse poging om Bagdad in te nemen is mislukt. De Turken konden de Britse koloniale troepen 25 kilometer ten oosten van de stad afslaan.

Twee dagen lang is er gevochten nabij Ctesiphon. Deze stad aan de Tigris, ooit de hoofdstad van het oude Parten- en Sassaniedenrijk, ligt zo’n 25 km ten oosten van Bagdad.

De Britten rukten met 11.000 Indiërs op, begeleid door een paar oorlogsschepen langs de rivier. Ze hebben de Turkse verdedigers en hun bevelhebber, kolonel Noereddin Bey, blijkbaar onderschat.

Zicht op de ruïnes van een paleis van de Sassanieden in Ctesiphon. beginfoto: een boot vol met paarden op de Tigris, Britse militairen kijken vanop de kade toe. The Illustrated War News, 17-11 en 1-12-1915.

De 19.000 Turkse soldaten hadden zich bij Ctesiphon ingegraven en tientallen kanonnen opgesteld. Uiteindelijk bliezen de Britten de aantocht richting Kut al-Amara, meer dan 60 km oostwaarts.

Voor de Britten is dit de zwaarste tegenslag in hun lange veldtocht in Mesopotamië. Die begon precies een jaar geleden, toen ze de havenstad Basra wisten te veroveren.

"De Engelse nederlaag in Irak"; uit het Duitse satirische weekblad Lustige Blätter, 1915, nr 51.

Mogelijk krijgen de Britten het nog moeilijker. De Duitse veldmaarschalk von der Goltz is immers aangesteld als nieuwe bevelhebber van het Turkse leger in Mesopotamië. De 72-jarige baron von der Goltz, die vorig jaar nog een tijd gouverneur-generaal van België was, heeft nog het Turkse leger hervormd.

Zicht op Bagdad, voorlopig onbereikbaar voor de Britten. The Illustrated War news, 10 november 1915.

Servische regering wijkt uit naar Albanië

De, Servische regering heeft de stad Mitovica (of Mitowika) verlaten en gaat zich vestigen in Shkodër (Scutari), in het noorden van Albanië.

Na de val van Niš, twee weker eerder, was de regering uitgeweken naar het westen van het land. Maar dat is bedreigd door het Oostenrijks-Hongaarse leger dat vanuit het noorden oprukt en zopas de stad Novi Bazar heeft verovert.

Zicht op Shkodër in april 1913, toen tijdens de belegering van de stad door de Montenegrijnen de burgerbevolking de stad mocht verlaten

Voor de Servische regering is de vlucht naar Albanië de enige mogelijkheid om aan omsingeling te ontkomen. Albanië is een neutraal land, maar verkeert in een totale anarchie.

Shkodër werd eerder dit jaar door troepen van Serviës bondgenoot Montenegro bezet. Het noordelijke deel van Albanië staat al een tijd onder Servisch-Montenegrijnse controle.
 

Het Servische leger op de terugtocht, rechts de Servische koning Peter bij zijn troepen (Le Miroir, 2-1-1916).
De Geallieerden spelen een dodenmars voor hun Sevische bondgenoot (Lustige Blätter, 1915).

Akkoord over de bevoorrading van Nederland

De Britse regering heeft een akkoord gesloten met de Nederlandse maatschappij NOT over de bevoorrading van Nederland.

De Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij (NOT) werd opgericht door de grote rederijen en banken in Amsterdam en Rotterdam, speciaal om afspraken te maken met de Geallieerden. Die eisen dat Nederlandse schepen geen goederen vervoeren die voor Duitsland zijn bestemd. De Nederlandse regering is echter neutraal en dient de internationale regels op dat gebied te respecteren, de NOT niet.

Fransen en Britten controleren de lading van schepen uit neutrale landen met X-stralen, om te zien of er geen verboden goederen worden meegesmokkeld

De NOT, die vrijwel de hele scheepvaarthandel controleert, staat als privébedrijf formeel los van de overheid. Ze kan dus afspraken maken die dwingend zijn voor Nederland. Een handigheid waar de Duitsers weinig kunnen tegen doen.

De Britse regering heeft een soortgelijk akkoord in de maak met de rederijen van het eveneens neutrale Denemarken.

" De meoilijke positie van vrouw Nederland: ze is zo druk bezig om het Britse en het Duitse kind te vriend te houden, dat ze haar eigen kind moet verwaarlozen". Tekening uit De Amsterdammer, 14 november 1915.
"Hoe Duitsland de vrijheid van de zee voor Nederland ziet". Anti-Duitse prent van de Nederlandse politieke tekenaar Louis Raemaekers, die oorspronkelijk verscheen in De Telegraaf.

Petrograd verbiedt verkoop van eau de cologne

In de Russische hoofdstad Petrograd  (voor de oorlog Sint-Petersburg geheten) is de verkoop van eau de cologne voortaan strafbaar. Sinds het gebruik van sterke drank in Rusland verboden werd omwille van de oorlog, is de verkoop van eau de cologne fors gestegen.  Dit goedje bestaat immers voor zowat 90 % uit alcohol.

Tekening uit Ulk, 1915 : "Het aloholvrije Rusland: breng mijn vrouw een kan eau de cologne en mij een fles eau de quinine".