Twijfel over levensduurverlenging Doel 1 en 2

CD&V wil herbekijken of het nog nodig is om de oudste kerncentrales van het land tien jaar langer open te houden, nu de scheurtjescentrales opnieuw opengaan. Dat laat Kamerlid Leen Dierick verstaan, zonder zich uit te spreken voor het ene of het andere scenario. Open VLD wacht een voorstel van bevoegd minister Marie Christine Marghem (MR) af.

De kerncentrales Doel 1 en Doel 2 draaien al sinds 1975. Volgens de oude wet op de kernuitstap moesten ze dit jaar de deuren sluiten, maar de federale meerderheid keurde intussen een nieuwe wet goed die een levensduurverlenging tot 2025 mogelijk maakt. Een verlenging zou wel honderden miljoenen euro aan extra investeringen vereisen.

Minister Marghem onderhandelt momenteel met Electrabel en moederbedrijf Engie over de modaliteiten van een eventuele verlenging. De heropening van Doel 3 en Tihange 2 versterkt alvast haar onderhandelingspositie, oordeelt CD&V-Kamerlid Dierick. "Voor de volgende winter komt er 2.000 megawatt extra, dus het is nu allemaal toch niet meer zo dringend."

CD&V wil daarom "het ganse plaatje herbekijken". De heropening van de scheurtjescentrales betekent op zich niet dat de oudste kerncentrales voor de christendemocraten zomaar dicht kunnen, maar ze willen wel de hele situatie opnieuw afwegen. Het regeerakkoord koppelde immers nog andere voorwaarden aan de beslissing om al dan niet over te gaan tot een levensduurverlenging.

Concreet moest bijvoorbeeld ook rekening gehouden worden met de evolutie van de Belgische productiecapaciteit, met de interconnectiecapaciteit met het buitenland en de mogelijkheid om buitenlandse capaciteit te integreren in het Belgisch net. "Wij zeggen dus niet zomaar dat de levensduurverlenging zeker niet of zeker wel moet gebeuren. We willen dat allemaal rustig opnieuw evalueren en ook bekijken welke financiële impact er zou zijn", besluit Dierick.

Coalitiepartner Open VLD neemt voorlopig slechts akte van de nakende heropening. "Wat betreft de levensduurverlenging van Doel 1 en 2 wachten wij een voorstel van de bevoegde minister af. We zullen deze discussie binnen de regering voeren", besluit Kamerlid Frank Wilrycx.