Vreemdelingen vinden steeds vaker job, al is het dikwijls slechtere job

Mensen van vreemde origine vinden steeds meer een job, maar het zijn vooral slechter betaalde en onzekere jobs. Dat blijkt uit een nieuwe socio-economische monitoring van het Gelijkekansen­centrum en de Federale Overheidsdienst (FOD) Werkgelegenheid.

Het nieuwe rapport wijst er -net als analyses door de EU en de OESO- op dat de achterstand van personen van vreemde origine op de arbeidsmarkt in geen enkel ander EU-land zo groot is als in België.

Opmerkelijke vaststelling in het rapport is dat de werk­gelegenheid van personen van Belgische origine tussen 2008 en 2012 daalde (-0,5 procentpunten) terwijl die van zowat alle andere originegroepen steeg. Deze evolutie zou erop wijzen dat nogal wat personen van vreemde origine aan de slag gaan in het meer dynamische maar vaak ook het meer onzekere segment van de arbeidsmarkt. Zo nam deeltijdwerk toe, en gingen ook heel wat personen van vreemde origine als zelfstandige aan de slag.

Kwaliteit van jobs

"Bijna 1 op de 2 mensen van vreemde origine werkt in laagbetaalde jobs. Daarnaast vinden we 1 op 3 in deeltijdse jobs. De werkgelegenheidsgraad van mensen van vreemde origine is dan wel toegenomen tussen 2008 en 2012, de kwaliteit van die jobs nuanceert de stijging", zegt Patrick Charlier, directeur van het Gelijkekansencentrum. "Het aantal Oost-Europese vrouwen dat een baan gevonden heeft met dienstencheques is verviervoudigd in vijf jaar."

Het Centrum tekent een oververtegenwoordiging op van mensen van vreemde origine binnen de uitzendsector, de bouw, de schoonmaaksector en de horeca, sectoren waar het werk slechter betaalt, onregelmatige arbeidstijden kent en waar jobs vaak onzeker zijn. "Werknemers van vreemde origine missen dan wel minder de aansluiting tot de arbeidsmarkt, de kloof met personen van Belgische origine blijft zorgwekkend. Ook uitgesplitst per sector blijkt dat de kansen niet gelijk zijn."

Vrouwen van vreemde origine krijgen intussen meer kansen op de arbeidsmarkt. Het verschil tussen het aandeel mannen en vrouwen van vreemde origine aan het werk, wordt kleiner.

Directeur Charlier pleit voor een interministeriële conferentie Werk waar naast de beleidsverantwoordelijken voor Werk ook de beleidsverantwoordelijken voor Integratie zich samen buigen over de achterstand tot en op de arbeidsmarkt.