"Kinderen op de vlucht moeten minstens tijdelijk verblijfsrecht krijgen"

Kinderen op de vlucht moeten minstens tijdelijk verblijfsrecht krijgen voor de duur van hun beschermingsmaatregel én hun omgeving moet een stem krijgen in de beoordeling rond het verkrijgen van een permanent verblijfsrecht. Dat schrijft het Kinderrechtencommissariaat (KRC) in zijn jaarverslag 2014-2015, dat vandaag wordt voorgesteld.

"We willen de aandacht extra vestigen op jongeren op de vlucht die jarenlang in een pleeggezin wonen, zonder dat hun verblijfsregeling in orde wordt gemaakt", legt kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen uit. De beslissing om een kind te plaatsen, komt namelijk van de jeugdrechter, en heeft niets te maken met het aanvragen van asiel. "Als zij 18 jaar worden, blijkt plots dat ze niet wettelijk in ons land verblijven. Dat wil zeggen dat ze behandeld worden als een volwassene als ze uiteindelijk een asielaanvraag indienen, en dat bij de evaluatie van die aanvraag niet wordt gekeken naar hun voorgeschiedenis."

Het Kinderrechtencommissariaat pleit er dan ook voor dat de kinderen minstens tijdelijk verblijfsrecht krijgen terwijl ze in de pleegzorg verblijven, en dat het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatslozen (CGVS) expliciet rekening houdt met hun voorgeschiedenis bij het onderzoek van de aanvraag.

Vanobbergen benadrukt nog dat de jongeren waarvan sprake is in het jaarverslag, al een hele tijd in ons land verblijven en bijvoorbeeld het slachtoffer zijn van fraude die ooit in hun gezin is gepleegd om asiel te krijgen in ons land.

"Het rapport loopt tot eind augustus 2015 en heeft dus nog geen betrekking op de 'nieuwe vluchtelingencrisis'", zegt Vanobbergen. Hij benadrukt dat er vandaag veel inspanningen worden gedaan op vlak van opvang, pleegzorg en onderwijs voor de vluchtelingen, maar dat de groep niet-begeleide minderjarigen die aankomt in ons land ook steeds groter wordt. "Het wordt dan ook moeilijk om voldoende voogden te vinden en om de kinderen toegang te geven tot onderwijs", zegt hij. "Met de spreiding van de vluchtelingen is het bovendien mogelijk dat kinderen in een stad of gemeente terechtkomen waar bijvoorbeeld wel nog plaats is in de lagere school, maar niet meer in het middelbaar onderwijs, of andersom."