Joie de Vivre - Cathérine Ongenae

Nabestaanden van de slachtoffers van de aanslagen in Parijs nemen zich voor zo vrij en gelukkig te zijn dat het pijn doet. Donker bestrijden met licht: je bent een inwoner van de lichtstad of je bent het niet. Waarbij de auteur denkt: er is hoop.

Cathérine Ongenae is journaliste, columniste en co-auteur van het boek 'Seksisme. nee, wij overdrijven niet!' (Uitgeverij Polis).

Eerst is er verstomming. Of toch wat men ermee bedoelt. Alleen is het meer dan geen woorden vinden. Het is ook niet zo dat je het niet kunt bevatten. Dat kun je wel. Je bent geen oen. Je weet wat er gebeurd is.

De verstomming vertaalt zich vooral in je gedachten die plots geen kant op kunnen. Je denkt aan een onbekommerde vrijdagavond. Hoeveel heb je er zo beleefd? Je denkt aan je eigen kwetsbaarheid, ook op andere dagen. De scholen, het openbaar vervoer, de ochtendfiles op de ring van Brussel. Elke plek waar mensen samenkomen, is een mogelijk doelwit. Voetbal of niet.

CCC

Je denkt: 'Wacht, groeide ik niet op met terrorisme? De CCC? De Baader-Meinhofgroep? De ETA? De IRA? Action Directe?'
Je herinnert je plots dat je op school ooit een spreekbeurt gaf over terrorisme. Was dat niet dezelfde periode als toen de Bende van Nijvel de Delhaizes tot onveilige zone maakten?

Eigenaardig genoeg komt ook de hongerdood van Bobby Sands in je op. Men fluisterde zijn naam op de speelplaats. Bobby Sands was een IRA-strijder die overleed aan hongerstaking omdat hij van de Britse regering eiste om als politiek gevangene te worden erkend. Toen hij overleed stond de wereld op zijn kop. Je was toen tien. Maar zijn naam ben je niet vergeten.

Fruits de mer

Je groeit op met dichtgespijkerde vuilnisbakken. Met overgeslagen metrostations in Londen. Later neem je na 9/11 het eerste het beste vliegtuig naar New York en negeer je het terreuralarm in Parijs. Je neemt de metro. Deels uit rebellie, deels uit een gevoel van onsterfelijkheid.

Parijs. Jaren was de stad een soort van tweede thuis. Zes keer per jaar, soms meer nog, stortte je je er in het gewoel. Parijs en zijn joie de vivre. Je rende van zaal naar museum naar modeshow. En 's avonds naar een restaurant waar een pianist speelde en je collega het op een zingen zette. Waar je fruits de mer at met je beste vriendin en tot laat in de nacht rode wijn dronk uit bolglaasjes. De stad waar de taxichauffeurs je foeterend naar je bestemming brengen.

Geen premature visie

De laatste keer was je er met man en kind, logeerde je in het appartement van Parijzenaars. Blijkbaar vlakbij een van de getroffen restaurants. Het vreemde gevoel dat je erheen wil. Nu. Om de stad te omhelzen en haar te vertellen dat je zult blijven komen.

De verstomming laat zich nog steeds niet verwoorden. Je kunt je niet engageren voor grootse meningen. Niet nu. Elke grote verkondiging staat je tegen.

Je hebt wel nagedacht over de geopolitieke toestand, maar er is teveel dat je niet weet. Je ventileert liever geen premature visies. Niet als het over zoiets gaat. Er gebeurt teveel boven onze hoofden.
Je hebt een hekel aan fundamentalisme en rigiditeit, ongeacht de cultuur. Vive la liberté.

Veerkracht

Dus je richt je blik op de bewonderenswaardige veerkracht van de Parijzenaars. Hun waardigheid inspireert en ontroert. "Het enige wat ik kan doen is zo goed mogelijk doen wat ik al deed", zegt een vriendin die er woont. Ze klinkt betraand en jazeker, ze is bang. Zij is namelijk hier en haar gezin is daar. Maar ze is vastberaden. Leven zal ze.

Je leest getuigenissen van nabestaanden van slachtoffers. De nu alleenstaande vader die de terroristen aanspreekt: "Mijn haat krijg je niet. Noch die van mijn kind." Mensen nemen zich voor zo vrij en gelukkig te zijn dat het pijn doet. Donker bestrijden met licht: je bent een inwoner van de lichtstad of je bent het niet.

Le Nouveau Petit Prince

"Het zijn stoute mannen", zegt een jongetje tegen zijn vader.
De vader reageert: "Zij hebben geweren, wij hebben bloemen.'
De kleine, met bezorgde blik: "Ja maar, die bloemen, zullen die ons beschermen?"
"Ja", zegt de vader.
Le Nouveau Petit Prince est arrivé.

Je herinnert je plots dat auteur en gevechtspiloot Antoine de Saint-Exupéry het boekje schreef in volle Tweede Wereldoorlog. Dat het was bedoeld voor kinderen maar werd gekoesterd door volwassenen. Je kent de woorden van de vos uit het hoofd: On ne voit bien qu'avec le coeur. L'essentiel est invisible pour les yeux.

En je weet: waar veerkracht is, is hoop.
 

lees ook