Nederland neemt weinig nieuwe maatregelen na "Parijsdebat"

In tegenstelling tot België gaat het Nederlandse kabinet na de aanslagen in Parijs geen spectaculaire nieuwe veiligheidsmaatregelen nemen om terroristische aanslagen te voorkomen. "Er is al veel gedaan en de veiligheidsdiensten, de politie en de krijgsmacht zijn goed voorbereid om dag en nacht over onze veiligheid te waken", zei premier Mark Rutte na afloop van het Kamerdebat over Parijs.

Volgens de Nederlandse premier behoren de diensten tot de beste ter wereld en zijn ze tot op het hoogste niveau getraind om aanslagen te voorkomen. Hij riep alle Nederlanders op om zich niet te laten "gijzelen door angst". Morgenavond is het weer weekend en daar moeten we gewoon plannen voor maken, zei Rutte. "Het beste antwoord op terreur is doorgaan met ons leven. Wij zijn met meer. Wij hebben een sterkere samenleving en we kunnen dit aan."

Partijen hadden het kabinet wel gevraagd om meer actie. Zo willen VVD, CDA en SGP dat een reis naar Syrië strafbaar wordt. Wie terugkeert, moet vervolgd worden. Rutte zei dat teruggekeerde Syriëgangers alleen kunnen alleen worden opgepakt als er aanwijzingen zijn dat ze een gevaar zijn voor de samenleving, of dat ze strafbare feiten hebben gepleegd. Het strafbaar stellen van verblijf in door terroristen gecontroleerd gebied is al eerder onderzocht, maar stuitte toen op te veel juridische bezwaren.

Minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie beloofde het opnieuw te bekijken, ook al verwacht hij een negatief oordeel van de Raad van State en van de Eerste Kamer (de Senaat). Hij bekijkt ook of het mogelijk is teruggekeerde Syriëgangers preventief vast te zetten en jihadisten verplicht te laten deradicaliseren.

Oorlog met IS "Feitelijke constatering"

Rutte verdedigde zijn uitspraak dat Nederland in oorlog is met terreurbeweging IS. Dat is een "feitelijke constatering" en geen juridische, zei hij.

Vicepremier Lodewijk Asscher, die het woord oorlog juist niet in de mond had genomen, zei dat Rutte ook namens hem sprak. Hij voegde eraan toe dat hij zuinig is met het gebruik van het woord.