Frankrijk vraagt Belgische leger om in Mali te blijven

Enkele dagen nadat Frankrijk artikel 42.7 van het Europees verdrag had ingeroepen naar aanleiding van de aanslagen in Parijs, heeft ons land een eerste -voorlopig nog algemene- vraag gekregen van de Fransen. Parijs vraagt ons land om onze engagementen in de Sahel zeker niet af te bouwen, luidt het bij minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA).

Artikel 42.7 van het Europees verdrag houdt in dat wanneer een lidstaat "gewapenderhand" wordt aangevallen, de andere lidstaten de plicht hebben dit land met alle middelen hulp en bijstand te verlenen. Daarbij wordt bilateraal bekeken waarover het concreet kan gaan.

Vandaag kwam er effectief een vraag vanuit Parijs, zo valt te horen op het kabinet-Vandeput. In eerste instantie gaat het om een algemene vraag aan de landen actief in de Sahel -waar Frankrijk het voortouw neemt- om hun engagementen zeker niet af te bouwen. Parijs wil zich concentreren op de prioriteiten in nasleep van de aanslagen. Het gaat dan zowel om een grotere inzet binnen de Franse landsgrenzen als in de strijd tegen IS in Syrië en Irak.

België is op dit moment al actief in Mali, waar een tachtigtal militairen instaat voor de bescherming van de Europese opleidingsmissie EUTM Mali. Ze zijn actief in het kamp van Koulikoro, maar escorteren ook konvooien tussen het kamp en de hoofdstad Bamako.

Vandeput

Minister Vandeput liet eerder deze week in de Kamer al verstaan dat België actief zal blijven in Mali. "Wat we doen kan veranderen, maar we gaan wel blijven", verduidelijkt zijn woordvoerder. Een verlengde aanwezigheid in de Sahel past immers ook in de nieuwe strategische visie van Vandeput, die meer wil inzetten op de Sahel.

Wat ons land concreet zal doen in Mali na januari 2016, wanneer de huidige missie afloopt, ligt nog niet vast. Vandeput houdt zijn operationeel plan voor 2016 nog even in beraad, net om daarin volop rekening te kunnen houden met de Franse vraag, luidt het nog.