Leefloner mag niet meer dan 4 weken per jaar naar buitenland

Een leefloner die langer dan vier weken per jaar in het buitenland verblijft, kan de betaling van zijn uitkering geschorst zien. Dat staat in een wetsvoorstel van minister van Maatschappelijke Integratie Willy Borsus (MR), dat vandaag groen licht kreeg van de ministerraad. De liberale minister zal de OCMW's vragen de maatregel strikt toe te passen.

"Het is normaal dat de begunstigden van een leefloon beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt", licht Borsus (foto) toe. "Deze maatregel is logisch en past in de context van het vertrek van sommige begunstigden van het leefloon naar gebieden zoals Syrië of Irak, maar ook gewoon in het gekende fenomeen van de mensen die in het buitenland gaan verblijven en het leefloon blijven genieten."

Concreet bepaalt de wettekst dat iedereen die een leefloon krijgt het bevoegde OCMW moet waarschuwen dat hij een week of langer in het buitenland zal verblijven. "We kunnen ervan uitgaan dat, wanneer een persoon een week of langer naar het buitenland vertrekt, de voorwaarden met betrekking tot de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt in het gedrang kunnen komen", aldus Borsus.

In die periode wordt het leefloon wel uitbetaald. Dat is in het wetsvoorstel van de MR-minister niet het geval wanneer een leefloner langer dan vier weken per kalenderjaar in het buitenland verblijft, tenzij "uitzonderlijke omstandigheden" het verblijf rechtvaardigen.