Meer dan 400 burgerslachtoffers bij Russische aanvallen in Syrië

De Russische luchtaanvallen in Syrië hebben in totaal al aan 1.300 mensen het leven gekost. Meer dan 400 onder hen waren burgers, zo meldt het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten (SOHR) in Londen. Rusland, bondgenoot van de Syrische president Bashar Al-Assad, is sinds eind september militair actief in Syrië.

Onder de burgerslachtoffers zijn er 97 kinderen en bijna 70 vrouwen, zo meldt SOHR. De organisatie haalt haar informatie bij een eigen netwerk van informanten. Bij de aanvallen zouden ook meer dan 380 aanhangers van de terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) en bijna 550 leden van andere rebellengroepen gedood zijn.

Volgens het Kremlin zijn de luchtaanvallen enkel gericht tegen de terreurgroep IS. In de praktijk blijkt echter dat een groot deel van de bombardementen gericht is tegen andere tegenstanders van het regime, al leven die eveneens op vijandelijke voet met IS.

Het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken meldde vandaag dat het de Russische ambassadeur in Ankara op het matje heeft geroepen. Turkije is niet te spreken over de luchtaanvallen in het noorden van Syrië. De bombardementen hebben ook plaatsen getroffen waar leden van de Turkmeense minderheid leven, klinkt het in een mededeling. De aanvallen kunnen dan ook "ernstige consequenties" hebben, aldus een woordvoerder.

"Geen grondtroepen"

De woordvoerder van het Kremlin, Dmitri Peskov, zegt intussen dat er geen sprake is van grondtroepen op Syrische bodem. Putin heeft nochtans eerder gezegd dat de militaire interventie tot nu toe onvoldoende is gebleken. Een suggestie, zo lijkt het, dat er binnenkort wel grondtroepen aan de strijd zouden kunnen deelnemen.