Bangladesh hangt twee politici op wegens oorlogsmisdaden uit 1971

Twee politici uit de oppositie in Bangladesh zijn terechtgesteld wegens oorlogsmisdaden tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van 1971 tegen Pakistan. Dat heeft minister van Binnenlandse Zaken Asaduzzaman Khan bekendgemaakt. Enkele uren eerder had president Abdul Hamid een laatste genadeverzoek voor beiden van de hand gewezen.

De voormalige afgevaardigde van de BNP-partij, Salauddin Quader Chowdhury (66), en de vroegere minister Ali Ahsan Mohammad Mujahid (67) van de islamistische partij Jamaat-e-Islami zijn in de centrale gevangenis van de hoofdstad Dhaka opgehangen.

"Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Bangladesh is omgedraaid en gerechtigheid is geschied", verklaarde de minister van Binnenlandse Zaken aan de pers.

Oorlogstribunaal

Een oorlogstribunaal had Chowdhury en Mujahid in 2013 ter dood veroordeeld door ophanging wegens deelname aan volkerenmoord, folterpraktijken en misdaden tegen de mensheid tijdens de oorlog van 1971.

Iedereen die in de oorlog tegen Pakistan tegen de afscheuring van Bangladesh streed, moet voor het speciale tribunaal verschijnen. Het tribunaal heeft de voorbije jaren al 24 oorlogsmisdadigers veroordeeld, de meesten van hen werden ter dood veroordeeld. Tot nog toe werden nog maar twee mensen effectief terechtgesteld.

"Politiek gemotiveerd"

De oppositie klaagt dat de processen politiek gemotiveerd zijn. Ze werden daadwerkelijk ook zonder internationale waarnemers gehouden. Vele politici van de oppositie van het Zuid-Aziatische land, een van de armste landen ter wereld, zijn bovendien verdwenen, nog veel meer zitten achter de tralies.

De veiligheidstroepen waren voor de executies wegens mogelijke onlusten door de aanhangers van de oppositie in verhoogde staat van paraatheid gebracht.