Minder militairen, meer strategie - Sven Biscop

De activering van de EU-bijstandsclausule na de aanslagen in Parijs moet niet leiden tot het uitzenden van meer Europese militairen. Belangrijker zijn meer samenwerking tussen politie en inlichtingendiensten en vooral ook meer strategie. Wat is de Europese visie op de toekomst van Syrië en het Midden-Oosten?
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina
frederic.raevens@scarlet.be

Prof. Dr. Sven Biscop doceert Belgisch en Europees buitenlands beleid aan de Universiteit Gent, en doet aan het Egmont – Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen in Brussel onderzoek naar Europese strategie.

Wij hebben IS eerst aangevallen. Sinds 2014 voeren we bombardementen uit om de zelfverklaarde Islamitische staat van de kaart te vegen. Het is als reactie op de IS-tegenaanval, de aanslagen in Parijs, dat de Europese Unie voor de eerste keer het artikel over wederzijdse bijstand activeert.

“Indien een lidstaat op zijn grondgebied gewapenderhand wordt aangevallen, rust op de overige lidstaten de plicht deze lidstaat met alle middelen waarover zij beschikken hulp en bijstand te verlenen overeenkomstig artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties”, stelt Artikel 42.7 van het EU-verdrag.

Eigenlijk zouden wij, Europeanen en Amerikanen, geen luchtaanvallen moeten hebben uitvoeren. Het is eerst en vooral aan de landen van de regio zelf om IS te verslaan, want het is hun overleven waarvoor het loutere bestaan van IS een dodelijke bedreiging vormt.

Helaas hebben verschillende van onze bondgenoten in de regio IS eerst mee grootgemaakt. Tot op de dag van vandaag blijven er middelen naar IS vloeien. Ja, ook Europa is in oorlog, niet sinds de aanslagen, maar sinds het begin van de luchtcampagne. Maar het is niet in de eerste plaats onze oorlog. Daarom ook is het voor ons een beperkte oorlog, die wij vooral vanuit de lucht voeren.

Geen grondtroepen

Het opvoeren van de Europese en Amerikaanse operaties is dan ook niet het antwoord op de aanslagen. Wij moeten zeker geen grondtroepen sturen, want dat is precies de escalatie waar IS op aanstuurt. Cruciaal is om druk te zetten op onze bondgenoten in de regio, om eindelijk alle aanvoerlijnen naar IS af te snijden, en om hun grondoperaties uit te breiden. Die kunnen onze luchtmachten dan des te effectiever ondersteunen. Alleen zo kan duidelijk gemaakt worden dat dit een oorlog is tussen de staten van de regio en de anti-staat die hen allen bedreigt, en niet tussen moslims en niet-moslims.

Het is dus niet op militair vlak dat de EU nu het verschil gaat maken. De militaire operaties zijn al bezig sinds 2014, door een coalitie onder Amerikaans bevel, en daaraan moet niets veranderd worden. Wel zouden EU-lidstaten die nog niet deelnemen dat nu kunnen doen. Of ze zouden in andere operaties de troepen kunnen aflossen van degenen die wel deelnemen (de Franse troepen in Mali bijvoorbeeld), of hen financieel bijstaan.

Wederzijdse bijstand binnen en buiten de EU

Toch was de vraag van Frans President François Hollande om de bijstandsclausule te activeren meer dan terecht.

1 Ten eerste kunnen de lidstaten nu haast niet anders dan een gemeenschappelijk beleid voor de regio ontwikkelen.

Eensgezindheid was er tot nu toe niet. Op een recente bijeenkomst over Syrië konden Hollande, de Duitse Kanselier Angela Merkel en de Britse Premier David Cameron alleen maar overeenkomen dat ze niet overeenkomen… De EU moet nu een diplomatiek offensief voeren, samen met de VS én Rusland, om een akkoord te forceren tussen allen die tegen IS vechten over hoe na IS de macht verdeeld zal worden.

Pas dan kan er een wapenstilstand komen op alle andere fronten en kunnen effectieve grootschalige grondoperaties tegen IS beginnen. Frankrijk moet dan wel zelf afstappen van de weigering om met Assad te praten. Nu hij op het terrein ondersteund wordt door Russische troepen, zal hij onvermijdelijk minstens tijdelijk deel blijven uitmaken van de nieuwe machtsdeling.

2 Ten tweede staan de lidstaten nu onder zware druk om hun samenwerking voor de interne veiligheid van de EU op te voeren. Nu is het moment om een grote stap te zetten in de integratie van de Europese inlichtingendiensten. Tot nu toe wisselen die vooral bilateraal inlichtingen uit, van land tot land, maar niet op EU-niveau. Ook voor bijzondere politieoperaties op grote schaal is meer samenwerking nodig, want niet alle lidstaten hebben daartoe de capaciteit.

3 Ten derde heeft Hollande de vraag terecht eerst aan de EU en niet aan de NAVO gesteld. We hebben nu geen klassieke collectieve defensie tegen een invasie van een vijandig leger nodig, maar een eengemaakte strategie voor het Midden-Oosten en systematische samenwerking tussen politie en inlichtingendiensten. De NAVO kan dat niet leveren, de EU wel. Natuurlijk blijft de NAVO essentieel als afschrikking tegenover staten met vijandige bedoelingen. Maar dit is slechts één dimensie van de veel bredere wederzijds bijstand die het EU-verdrag blijkt te omvatten.

De VS zouden er goed aan doen deze stap te verwelkomen. Als ze echt een sterke EU willen, dan is het beste dat ze kunnen doen: doen alsof ze bestaat. Dat betekent: over de cruciale strategische kwesties van de dag met de EU praten i.p.v. met elke lidstaat apart en de lidstaten zo dwingen met één standpunt naar voor te komen.

Gevolgen op lange termijn

De nadruk ligt nu natuurlijk op IS en de crisis in Syrië en Irak. Maar de activering, voor de eerste keer, van de wederzijdse bijstandsclausule moet de EU ook structureel in staat stellen een sterkere actor te worden. Tot nu toe was dit verdragsartikel niet meer dan een (belangrijk) symbool. Om echt te bewijzen dat de EU meer is dan een markt, dat ze een echte politieke unie is, wiens lidstaten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, moet de bijstandsclausule vertaald worden in strategie, planning en structuren.

De Hoge Vertegenwoordiger voor het EU buitenlands en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, is net beginnen werken aan een nieuwe Globale Strategie voor de EU. Zij kan deze gelegenheid aangrijpen om in die strategie klaar en helder neer te schrijven voor welke veiligheidsproblemen Europa zelf verantwoordelijkheid moet opnemen, of het nu onder EU-, NAVO- of een andere vlag is, en desnoods alleen.

Aan Europa zelf om de veiligheid van ons grondgebied en onze grenzen te garanderen, om de leiding te nemen in het stabiliseren van onze buurlanden, en om bij te dragen aan het vrij gebruik van de wereldzeeën, de ruimte, en cyberspace. Problemen in elk van deze domeinen kunnen aanleiding geven tot de activering van de bijstandsclausule.

Strategie

De EU-lidstaten moeten niet alleen de militaire capaciteiten hebben om deze verantwoordelijkheden op te nemen. Ze moeten vooral ook veel beter voorbereid zijn, door een geïntegreerde inlichtingencapaciteit op te zetten, liefst door de EU gefinancierd. En ze moeten de kennis die ze zo verwerven omzetten in duidelijke beleidsopties door een sterke dienst voor strategische planning te creëren, die de beleidsmakers continu voedt met opties voor diplomatieke, economische, politie- of militaire actie.

Als de toekomstige Globale Strategie hierin lukt, zal ze tegemoet komen aan de wens van de burgers dat Europa iets voor hun veiligheid doet, zonder in de val te trappen van het loutere korter termijn-denken. Dan zal ze een echte strategie zijn.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.