China is vuil én proper - Stefan Blommaert

Op het einde van de week start de langverwachte klimaatconferentie. Onze redactie zal dit breed duiden. Vandaag: wat doet China niet, of wat doet dat immense en sterk groeiende land wel? Stefan Blommaert zoekt het uit.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Stefan Blommaert is buitenland verslaggever bij VRT Nieuws en kenner van China. Hij was enkele jaren correspondent in dat land.

Onlangs was het weer zover. Vervuiling, en niet van de minste. In het noordoosten van China werden ongeziene hoogtes van luchtverontreiniging bereikt. Beelden van Chinezen te voet of op de fiets die in grote steden als Shenyang een ondoordringbaar grijze luchtsoep trotseerden gingen de wereld rond. De concentratiewaarden van fijn stof bereikten een onmogelijk geachte 1400 (microgram fijn stof per kubieke meter) op een schaal die maar tot 500 gaat. Ter vergelijking: bij ons wordt de alarmdrempel bereikt bij 70, dan draaien ze de 90 km/u borden op de autostrades richting aankomend verkeer.

De Wereldgezondheidsorganisatie van haar kant raadt een gemiddelde concentratie aan van niet meer dan 10 µg/m³. Zelf maakte ik tijdens mijn correspondentschap in Peking ooit een piek mee van 900, en ik kan u verzekeren, dat pakt stevig op de adem.

Wat de inwoners daar in het noorden van China eerder deze maand meemaakten gaat gewoonweg elke verbeelding te boven.
China heeft terecht de reputatie de grootste vervuiler ter wereld te zijn. Met zijn uitstoot van CO2 neemt het land zowat een kwart van de wereldwijde emissie voor zijn rekening. Decennia van ongeziene economische groei eisen hun tol. Fabrieken doen draaien, elektriciteit opwekken, het spectaculair toegenomen wagenpark laten rijden, alsmaar uitdijende steden verwarmen, daar heb je brandstof voor nodig, en lange tijd was dat vrijwel uitsluitend fossiele brandstof. En dan vooral – behalve uiteraard voor de auto’s – extreem vervuilende steenkool. De Chinezen hebben zelf weinig olie en gas, maar ze beschikken wel over enorme steenkoolvoorraden. En dus draait zowat driekwart van de Chinese economie op zwarte kolen. Of nog: bijna de helft van alle steenkool ter wereld wordt in China verstookt.

Oorlog aan de pollutie

Lange tijd waren ecologische verzuchtingen geen issue in China. De enige bekommernis voor de Chinese autoriteiten was de economische groei. Luchtverontreiniging – of pollutie in het algemeen – werd gewoon genegeerd, en niet alleen door de overheid. “Het is wat mistig vandaag,” zegden gidsen als ze buitenlandse toeristen bij smog en ontij kwamen verwelkomen op de luchthaven.

En daarmee deden ze niets anders dan de doorsnee Chinees. Op vuile dagen waren het vrijwel uitsluitend expats die een mondmaskertje droegen. Belachelijk, vonden de plaatselijke inwoners. Maar in dat ontkenningsgedrag is de voorbije jaren langzaamaan verandering gekomen. De situatie werd immers zo erg dat de struisvogelhouding gewoon niet langer vol te houden was. En ook de overheid wisselde het geweer van schouder, niet in het minst uit angst voor het groeiende sociale ongenoegen over de steeds dramatischer wordende vervuiling. Amper enkele weken na de hoofdstedelijke ‘airpocalypse’ in januari 2013 verklaarde premier Li Keqiang op de jaarlijkse zitting van het Volkscongres (het Chinese parlement) de ‘oorlog aan de pollutie’.

2030

Hoge woorden, de toon was gezet. Maar wat zou dat in de praktijk betekenen? Het was niet de eerste keer dat Chinese leiders ronkende verklaringen aflegden om vervolgens zo goed als niets te ondernemen. Maar stilaan begint de hoogdringendheid blijkbaar dan toch door te dringen bij de politieke top in Peking.

Enkele maanden na het Volkscongres zegde president Xi Jinping al toe om in 2030 tot ‘piekemissies’ te komen. Wat betekent dat China vanaf dat ogenblik minder CO2-uitstoot zal beginnen produceren. Of om het grafisch uit te drukken: de top is tegen dan bereikt, daarna gaat het bergaf met de vervuiling.

2030 ligt natuurlijk nog veraf, maar in vergelijking met de houding van China ten tijde van de klimaatconferentie in Kopenhagen (2009) – toen de Chinezen zich verzetten tegen nochtans gematigde doelstellingen – is dit een eerbaar objectief. Ook opmerkelijk is dat de hoofdstad Peking ernaar streeft om tegen 2020 geen steenkool meer te gebruiken voor haar verwarming of energieproductie.

En toch koploper

Maar er zijn niet alleen Chinese beloftes en een inschikkelijker houding ten aanzien van het klimaat. Er zijn ook de reële veranderingen. En die staan in schril contrast met wat de meeste mensen bij ons weten over China – namelijk dat het een van de meest vervuilde en vervuilende landen ter wereld is. Wat velen niet weten is dat China ook koploper is inzake hernieuwbare energie.

Als je in het noordwesten van het land over de autostrades rijdt, is de kans groot dat je eindeloze konvooien vrachtwagens passeert met tientallen-meters-lange wieken op hun opleggers. De provincies Gansu en Xinjiang, met hun uitgestrekte woestijnen, worden volgebouwd met windturbineparken. Twintig of dertig turbines elk, zoals bij ons? Nee, vele honderden, soms duizenden. Hetzelfde gebeurt in de bergachtige gebieden in het noordoosten van China, en ook meer en meer offshore.

Net zo worden er massaal zonnepanelen geplaatst, in steppes, op heuvelhellingen of daken van fabrieksloodsen en nieuwe flatgebouwen. Ecocities verrijzen her en der, met perfect geïsoleerde gebouwen, grote en kleine windmolens in alle straten, solar langs de invalswegen, thermo uit de grond, elektrisch aangedreven openbaar vervoer, fietspaden alom.

Verbluffend

De cijfers over duurzame energie in China zijn verbluffend. Op een totale elektriciteitscapaciteit van 1500 Gigawatt namen wind-, zonne- en hydro-opwekking vorig jaar zowat 400 GW voor hun rekening. De Chinezen geven evenveel uit aan hernieuwbare energie als de Verenigde Staten en de Europese Unie samen – dixit de topvrouw van het Internationaal Energieagentschap. Of om het in centen uit te drukken: vorig jaar besteedde China ruim 80 miljard dollar aan schone energiebronnen, meer dan dubbel zoveel als de Verenigde Staten.

Nog een vergelijking: alleen al in de eerste drie maanden van dit jaar installeerden de Chinezen evenveel zonnepanelen als er in heel Frankrijk staan. En tenslotte: voor het komende decennium wordt verwacht dat het aandeel van hernieuwbare energie in de totale stroomproductie van China jaarlijks met 3 tot 4% zal stijgen.

Dat alles gaat de vuile lucht natuurlijk niet op korte termijn schoon krijgen. De hoofdstad Peking slaagt er wel in om tijdens belangrijke evenementen een staalblauwe hemel tevoorschijn te toveren. Door fabrieken en steenkoolcentrales tijdelijk te sluiten – of in hun geheel te verhuizen, zoals in de aanloop naar de Olympische Spelen van 2008 –, door de helft van de wagens uit het verkeer te halen en zelfs het gebruik van barbecues tijdelijk te verbieden.

De media verzinnen voor zulke periodes dan steevast toepasselijke namen als Olympic Blue, APEC Blue of Victory Parade Blue. Maar een fundamentele oplossing van het probleem vergt uiteraard meer tijd en volgehouden inspanningen. Of om het met klimaattopterminologie te zeggen: het zal nog vele jaren duren voor de piekvervuiling in de Chinese steden bereikt wordt.

En toch nieuwe steenkoolcentrales

Bovendien kunnen er ook nog flink wat vraagtekens worden geplaatst bij de goede intenties van de Chinese autoriteiten. Zo hebben ze dit jaar alleen al toestemming gegeven voor de bouw van 155 nieuwe steenkoolcentrales. Weliswaar schoner en efficiënter dan de oudere types, maar toch, steenkool. En daarbovenop kwam onlangs het bericht dat volgens nieuwe gegevens de jaarlijkse CO2-uitstoot in China 17% hoger ligt dan de regering eerder had meegedeeld. Geen kleine correctie is dat, en iets wat de discussie op de klimaatconferentie in Parijs er ook niet simpeler op zal maken.

De Chinese autoriteiten zijn de voorbije jaren ongetwijfeld een nieuwe weg ingeslagen, zowel wat intenties als wat reële maatregelen betreft. Maar de steenkoolindustrie, de vervuilende bedrijven en de autobezitters blijven maatschappelijke spelers die nog lang hun invloed zullen blijven uitoefenen op de besluitvorming.

Kortom, een Chinees milieuverhaal dat allesbehalve eenduidig is.