De brandverzekering tegen terreur - Jens Franssen

Defensie is als een brandverzekering. Je betaalt die niet graag, tot je ze een keer nodig hebt. Zoals nu.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Jens Franssen is defensie specialist voor VRT Nieuws.

Ja, die Dingo’s zien er ongelofelijk groot en robuust uit. Toch? Nu, dat zijn ze ook. Al zit je er verrassend krap in binnenin, zeker als je ermee een hobbelige zandweg op moet. De voorbij jaren trok ik ermee op uit in Libanon en Afghanistan. Nu staan ze dus hier in Brussel, aan het Centraal-Station, voor operatie Homeland. Ik blijf het een vreemd zicht vinden.

De militairen die nu tijdelijk mee de veiligheid verzekeren in de straten van Brussel vervullen één van de kerntaken van Defensie, namelijk de ultieme en flexibele veiligheidsgarantor in uitzonderlijke omstandigheden. Vandaag is dat de terreurdreiging, maar morgen zou dat evengoed een grote ramp kunnen zijn, of een ontwrichtende pandemie.

Acuut geldgebrek

Maar achter de kazernemuren is intussen een heel ander verhaal te horen. Door jaren van politieke stiefmoederlijke behandeling en onderfinanciering moeten de patrouillerende soldaten intussen logeren in wel erg krakemikkige barakken (in Peutie en Brasschaat). En de militairen die nu in reserve worden gehouden weten zelfs niet eens goed onder welk statuut ze nu eigenlijk vallen.

De vraag rijst of Defensie deze operatie Homeland in 2019 (mocht het dan nodig zijn) even snel zal kunnen opzetten (laat staan een tijdje volhouden). Want ondanks de strategische plannen die in de stijgers staan wordt er de komende twee jaar nog zoveel extra budget weggesneden bij Defensie dat 2019 halen een moeilijk klus wordt. Bovendien begint er vanaf 2017 bij Defensie een gigantische natuurlijke uitstroom van zo’n 1000 soldaten per jaar. Geld om extra te rekruteren is er niet. Dat zeg ik niet, dat vertellen bezorgde generaals op het hoofdkwartier mij.

Dat ons land deze zomer gestopt is met het bombarderen van terreurgroep IS boven Irak had overigens ook al alles te maken met centen. En dat we pas vanaf komende zomer opnieuw verder zullen bombarderen heeft louter en alleen te maken met het feit dat dan het nieuwe boekhoudkundige jaar bij Defensie van start is gegaan. En er dus hopelijk dan weer wat budget is voor operaties. Hopelijk houden de strategische planners en boekhouders van IS daar ook wat rekening mee.

Curator

In tegenstelling tot bijvoorbeeld de politie heeft Defensie de voorbije jaren nooit op extra middelen kunnen rekenen, integendeel. Maar het Departement blinkt dan ook uit in onzichtbaarheid, werkt weinig efficiënt en de leiding ervan is wat wereldvreemd. ‘Was Defensie een bedrijf, dan zou er een curator aan te pas komen’, ook hier citeer ik een generaal.

Intussen lijkt het idee wel langzaam gerijpt dat Defensie een noodzakelijk deel van ons binnen- en buitenlands beleid is en dat de jarenlange onderfinanciering ervan diplomatiek en politiek erg duur aan het worden is. Nauwelijks drie maanden geleden vertelde een topdiplomaat me nog dat het soortelijk gewicht van ons land erdoor in ijltempo aan het verdampen is. ‘Als ons land naast een tijdelijk zitje in de VN-veiligheidsraad grijpt, dan heeft dat met onze defensie- inspanningen te maken’, vertelde die.

Ambitieus maar niet duur

Nu de laatste hand wordt gelegd aan het Strategisch Plan voor Defensie, dat de lijnen voor een paar decennia moet krijten, heeft de politiek de kans om een ambitieus plan voor een lenige en flexibele krijgsmacht uit te tekenen. Een krijgsmacht die aan een toekomstige regering zoveel mogelijk autonome opties kan aanbieden.

En ambitieus hoeft niet noodzakelijk erg duur te zijn. Het vergt wel keuzes én een volwassen kerntakendebat, waarbij Defensie ook alle kaarten op tafel moet durven leggen. Want het budget optrekken voor Defensie naar het Europese gemiddelde vraagt naast budgettaire, ook politieke keuzes. Elke euro kan tenslotte maar één keer worden uitgegeven.

Bedrijfscultuur

Politici mogen nu evenzeer de kans niet laten liggen om komaf te maken met de oude wat vermolmde bedrijfscultuur binnen Defensie. Transparantie, communicatie en return-on-investment moeten deel gaan uitmaken van het DNA van het leger. De niet mee-geëvolueerde structuur moet deels op de schop en de hiërarchie veel vlakker. Responsabilisering zoals in het bedrijfsleven kan door deels financiële autonomie in te voeren én eindelijk een modern human resources beleid te voeren. Misschien moet de huidige minister van Defensie (Steven Vandeput, N-VA) voor dat laatste wat advies inwinnen bij zijn collega van Ambtenarenzaken*. Die is dit soort dingen al op de rails aan het zetten in andere departementen.

De lat moet hoog liggen. Het gaat tenslotte om onze veiligheid.

(*De minister van Ambtenarenzaken is Steven Vandeput, N-VA)