Het Russische klimaatscepticisme - Jan Balliauw

Begin volgende week start de langverwachte klimaatconferentie in Parijs. Onze redactie zal dit breed duiden. Vandaag: wat mogen we verwachten van Rusland, dat in het verleden altijd sceptisch stond tegenover de opwarming van de aarde.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Jan Balliauw is Rusland correspondent van VRT Nieuws.

Voor de ingang van het Melnikov Permafrost Instituut in Jakoetsk prijkt trots een mammoet. Dit dier, dat lijkt op een olifant met extra lange slagtanden, is 4000 jaar geleden uitgestorven door een klimaatverandering. Maar in de permanent bevroren ondergrond van Siberië worden nog altijd resten gevonden van deze diersoorten.

De onderzoekers van het Permafrost Instituut moet je niets wijs maken over de invloed van het klimaat op het leven, ze ondervinden het dagelijks aan den lijve. Jakoetsk, 200.000 inwoners en de koudste stad op aarde, is gebouwd op permafrost. Iedere wijziging van de permanent bevroren ondergrond heeft meteen gevolgen. In de stad zijn verschillende verzakte gebouwen te zien omdat de funderingspalen niet diep genoeg in de permafrost zitten of omdat de grondplaat te dicht tegen de grond ligt waardoor die te veel opwarmt. Het Permafrost Instituut bestudeert nauwgezet de bevroren ondergrond en dat is niet alleen voor Jakoetsk belangrijk. Meer dan 60 procent van het Russische grondgebied heeft een permanent bevroren ondergrond.

Opwarming?

Het Instituut heeft zelfs een tunnel gebouwd naar het eeuwige ijs. Het is buiten uitzonderlijk warm als Stefan Blommaert en ik in juni 2011 voor onze Canvas-serie Back in the USSR afdalen in de tunnel. Onze begeleider wil absoluut dat we dikke warme jassen aantrekken, een wat vreemd zicht bij een buitentemperatuur van 30 graden. Maar als we beginnen af te dalen langs de trap die ons naar de tunnel brengt, voelen we plots een bijtende koude op ons afkomen. Meteen zien we ijs langs de wanden. In de tunnel, 12 meter onder de grond, is het permanent 6 graden onder nul. De ijsafzettingen tegen de muren zijn 10.000 jaar oud, zegt onze gids. In een ijsblok zit een bloem, alsof ze pas geplukt is. Als deze ondergrond zou ontdooien ten gevolge van de opwarming van de aarde, dan verliest die iedere draagkracht en zouden wegen en gebouwen gewoon wegzakken in de drassige ondergrond.

Toch maken de wetenschappers in dit gerenommeerde Instituut zich weinig zorgen over de opwarming van het klimaat. Directeur Rudolf Zhang is een zachtaardige man, maar met een duidelijke mening: “Onze onderzoekers zijn geneigd te denken dat de opwarming van de aarde al ten einde loopt. Ze denken dat er in de nabije toekomst, misschien over twintig of dertig jaar, juist het omgekeerde zal gebeuren en het opnieuw kouder zal worden.” Ik val bijna van mijn stoel van verbazing. Als ik hem zeg dat hij daarmee in gaat tegen de algemene wetenschappelijke consensus, herhaalt hij stellig dat hun gegevens er op wijzen dat in de nabije toekomst een periode van afkoeling begint. Directeur Zhang voegt er nog aan toe dat de uitstoot van broeikasgassen door menselijke activiteiten geen beslissende rol speelt voor het klimaat.

Meer zee-ijs

Twee jaar later, in september 2013, bezoek ik in Moermansk het Marine Biologisch Centrum. Hier worden de noordelijke zeeën bestudeerd. Die zijn van cruciaal belang voor Rusland. Het grootste deel van de Russische kust ligt aan een noordelijke zee. Moermansk is uitgekozen als vestigingsplaats voor het instituut omdat de stad aan de baai van Kola ligt, een lange fjord die uitmondt in de noordelijke Barentszzee en een belangrijke economische maar ook strategische rol speelt. Er zijn verschillende havens en het is ook de thuisbasis van de Noordelijke Vloot, de grootste van Rusland met ettelijke kernduikboten. De baai is zo aantrekkelijk omdat die tijdens de wintermaanden grotendeels ijsvrij blijft door een uitloper van de warme Golfstroom. Het instituut houdt daarom al decennia de ijsvorming bij in de Baai van Kola en op de noordelijke zeeën.

Net op het moment dat ik het instituut bezoek hebben ze bericht gekregen dat een van hun onderzoeksschepen vast zit in het ijs en bevrijd moet worden door een kernijsbreker. Begin september zou de ijsdikte op de Noordpool nochtans het minimum moeten bereiken, maar er was meer ijs dan verwacht. Ik heb een interview gevraagd met een wetenschapper van het instituut over het klimaat en het poolijs. Plots komen drie personen de zaal binnen waar we onze camera hebben opgesteld. Met grafieken in de hand leggen ze me uit dat de ijsvorming in de noordelijke zeeën cyclisch is. Iedere dertig, veertig jaar begint een nieuwe periode van afkoeling of opwarming. Volgens een van de professoren was 2012 het absolute dieptepunt van de ijsvorming, en toont 2013 (de helft meer ijs dan in 2012) aan dat een nieuwe periode van afkoeling begonnen is. Vandaar ook dat hun onderzoeksschip is vastgelopen in het ijs.

Cyclisch

Wat ik hoorde in Jakoetsk en Moermansk, is niet het verhaal van enkele dissidente Russische klimaatsceptici maar lijkt de consensus te zijn onder Russische wetenschappers. Zowel het instituut van Jakoetsk als van Moermansk staan internationaal hoog aangeschreven en kunnen ook terugvallen op hun ervaring en decennialange waarnemingen in het hoge noorden. Kort gezegd komt hun standpunt hier op neer: het klimaat is cyclisch en de menselijke activiteiten hebben daar maar weinig invloed op.

Die wetenschappelijke consensus is ook doorgedrongen tot in het Kremlin. Toen Poetin president werd in 2000 onderzocht zijn staf de klimaatkwestie zeer grondig, en aanvaardde de conclusie van de Russische wetenschappers. Dat zei zijn belangrijkste economisch adviseur van toen, Andrej Illarionov, onlangs tegen persbureau Reuters. Poetin liet zich daarna opmerken met enkele schertsende opmerkingen op een internationale klimaatconferentie in 2003: Door de opwarming van het klimaat moesten de Russen minder geld spenderen aan bontmantels en zou de graanproductie gaan stijgen. Bij Poetin is dat scepticisme gebleven, ondanks de dodelijke zomer van 2010 toen naar schatting 50.000 mensen stierven door hitte, droogte en bosbranden. De hoofdstad Moskou was gedurende weken quasi onleefbaar door een dikke smog van veenbranden in de omgeving terwijl temperaturen werden opgetekend tot bijna 40 graden.

Rusland moet zich intussen niet al te sterk profileren in de internationale klimaatdiscussie. Het heeft het grote voordeel dat het Kyotoprotocol 1990 als uitgangspunt nam. Toen lag de uitstoot van de inefficiënte Sovjetindustrie zo hoog, dat het land een grote reserve heeft aan broeikasgassen die het mag uitstoten. Rusland komt voor de volgende klimaatconferentie nu met het aanbod om de uitstoot tegen 2030 te verminderen tot 70 tot 75 procent van het niveau in 1990. Dat is in de praktijk evenwel nog een stijging in vergelijking met 2012. En zelfs dan nog wil Moskou dat ook de opname van broeikasgassen door bossen, waarmee Rusland rijk is bedeeld, heel ruim wordt berekend in een nieuw klimaatakkoord.

Opbrengsten

Intussen houdt het land wel degelijk volop rekening met de klimaatverandering, maar dan vooral met wat het kan opbrengen. Zo wordt de hele noordelijke kust in gereedheid gebracht om de Noordelijke Zeeroute commercieel uit te baten. Met het smeltende poolijs wordt het gebruik van die route eenvoudiger en wordt ze ook commercieel interessanter omdat minder ijsbrekers moeten worden ingezet. Ze verkort ook met twee derden de afstand tussen China en de afzetmarkten in Europa. De route wordt nu al sporadisch gebruikt, maar kan maar echt een succes worden als de schepen ook kunnen rekenen op reddingsdiensten en de nodige logistiek langs de noordelijke kust van Rusland. Ten tijde van de Sovjet-Unie bestond dat allemaal, maar na de ontbinding van de grootmacht in 1991 was er geen geld en aandacht meer voor het hoge noorden.

Het opwarmende klimaat zorgt er ook voor dat de ontginning van grondstoffen in het hoge noorden eenvoudiger wordt. Ik kreeg in april de mogelijkheid de in aanbouw zijnde LNG terminal op het Jamal-schiereiland te bezoeken samen met een groep streng geselecteerde journalisten. Het was de eerste persreis die hoofdaandeelhouder Novatek organiseerde. Mijn bezoek was mogelijk gemaakt door de rol die Zeebrugge speelt in het project. In de wintermaanden wordt het vloeibare gas naar Zeebrugge gebracht met ijsbestendige LNG-tankers om daar te worden ‘overgepompt’ in gewone LNG-schepen. In de zomer gaat het Jamalgas rechtstreeks via de Noordelijke Zeeroute naar de markten in Azië.

De vlucht naar Sabetta was al spectaculair genoeg. Het laatste half uur vlogen we over de witte desolaatheid van het Jamal schiereiland waar geen mens woont. Plots landden we op de nieuwe internationale luchthaven van Sabetta die dient om de duizenden werknemers naar hier te brengen. Op enkele jaren tijd wordt de LNG terminal gebouwd in uitzonderlijk moeilijke omstandigheden. Tijdens mijn bezoek was het zonnig, windstil en maar -13 graden. Voor de werknemers aan het project leek het wel zomer. In de winter dalen de temperaturen ’s nachts gemiddeld tot -30 graden en dat koudegevoel wordt nog versterkt door een bijna altijd aanwezige wind. Toch vordert het werk snel, voornamelijk door de enorme middelen die ingezet worden. Sabetta is de grootste bouwplaats boven de poolcirkel. Het is iedere bezoeker meteen duidelijk dat dit project een prioriteit is voor het Kremlin. Het moet ervoor zorgen dat Rusland ook in de toekomst een leidende rol als energieleverancier kan blijven spelen.

Scepticisme

Dat verklaart ook misschien een deel van het scepticisme over de klimaatverandering. Rusland leeft van het verbranden van olie en gas, net wat de klimaatverandering veroorzaakt, althans als je de overgrote meerderheid van de wetenschappers in de wereld mag geloven. Maar het scepticisme heeft ook diepere oorzaken. Russen hebben een groot ontzag voor de natuurelementen die, zeker in de winter, het leven danig kunnen verstoren. Ze houden er meer rekening mee dan wij. Dat merk je meteen als er hier wat sneeuw valt en het verkeer meteen tot stilstand komt. In Rusland blijft alles werken omdat de bevolking en de overheid geleerd hebben zich aan te passen aan de grillen van de elementen. De Russen denken dat ze dat ook in de toekomst wel zullen kunnen doen mocht het weer veranderen door het wijzigende klimaat.

Aan de andere kant heeft Rusland bijna een te veel aan natuur. Grote delen van het grondgebied zijn onbewoonbaar en ontoegankelijk. De natuur in de ogen van veel Russen is iets groots waar wij mensen nauwelijks invloed op kunnen uitoefenen. Die houding zie je ook terugkomen in de klimaatdiscussie in Rusland waar het scepticisme over de menselijke invloed overheerst. Door die houding is het weinig waarschijnlijk dat Moskou met nieuwe doortastende initiatieven naar de klimaattop van Parijs zal komen. Rusland zal net als op vorige klimaatbijeenkomsten zich eerder gedragen als een geïnteresseerde waarnemer en ervoor zorgen dat zijn eigen belangen niet in gevaar komen.