OESO drukt België met neus op school­verlaters­probleem

1 op de 6 jonge Belgen tussen 25 en 35 jaar heeft geen enkel diploma of getuigschrift van het middelbaar onderwijs. Dat blijkt uit een nieuwe doorlichting van ons onderwijs door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

De OESO lichtte het onderwijs in verschillende industrielanden door en kwam voor ons land met verontrustende cijfers op de proppen.

Zo blijkt 1 op de 6 jonge Belgen tussen de 25 en 34 jaar geen enkel diploma of getuigschrift van het middelbaar onderwijs te hebben. Ons land ligt met dat cijfer net boven het gemiddelde van alle OESO-landen, maar wel flink wat hoger dan de cijfers van de landen waarmee België vergeleken zou moeten worden, schrijft de OESO in haar rapport.

Een ander opvallend cijfer: specifiek in Vlaanderen blijkt 1 op de 20 laaggeschoolden tussen 25 en 64 jaar niet overweg te kunnen met een computer. Slechts 5 procent van hen blijkt voldoende ICT-vaardigheden te hebben. Het OESO-gemiddelde ligt op 7,3 procent, Nederland scoort hier 13 procent.

Uitsluiting

Dirk Van Damme, onderwijsexpert bij de OESO, vreest voor de gevolgen voor de jongeren zonder diploma op de arbeidsmarkt. "Men komt niet alleen zonder diploma op die arbeidsmarkt, maar ook met heel weinig vaardigheden en dan kom je heel gemakkelijk in een spiraal van langdurige werkloosheid en maatschappelijke uitsluiting terecht."

Van Damme wil niet meteen de relatie leggen tussen deze cijfers en de gebeurtenissen van de voorbije dagen en weken (gedesillusioneerde jongeren die op het slechte (terreur)pad komen, nvdr.), "maar er is absoluut een verband tussen schoolse mislukking en het gevoel bij een deel van de migrantenbevolking dat ze eigenlijk uitgesloten worden."

Hoogtse uitgaven per leerling

Het geld dat ons land per leerling in het middelbaar onderwijs uitgeeft, is in 7 jaar tijd nochtans met 18 procent gestegen (periode 2005-2012). Ons land is daarmee een van de koplopers wat betreft de uitgaven per leerling in het middelbaar onderwijs.

Die stijging is het gevolg van twee factoren, zegt Van Damme: de in vergelijking met andere OESO-landen hoge loonkosten van onze leerkrachten en de versnippering van opleidingen waardoor ons onderwijs hoge kosten heeft.

Van Damme is er dan ook van overtuigd dat het aanbod aan opleidingen in ons onderwijs gerationaliseerd moet worden. Iets waaraan de minister van Onderwijs ook aan het werken is, benadrukt hij. "Een aantal opleidingen moeten er uit en we moeten beter afspreken wie wat doet."

Op zich is het goed dat we veel geld uitgeven aan onderwijs, besluit Van Damme, "we moeten in de toekomst investeren". "Maar het geld wordt niet altijd op een zeer doelmatige manier ingezet."