Europees Parlement hamert op samenwerking tussen nationale inlichtingendiensten

De aanslagen van Parijs hebben eens te meer aangetoond dat de nationale inlichtingendiensten in de Europese Unie meer moeten samenwerken en informatie moeten uitwisselen. Dat betoogden de grootste politieke families in het Europees Parlement in Straatsburg tijdens een debat over het terreurdrama in de Franse hoofdstad.

Liberaal fractieleider Guy Verhofstadt hamerde erop dat alle grote terreuraanslagen op Europees grondgebied sinds 11 september hebben aangetoond dat nationale inlichtingendiensten te weinig info uitwisselen. Zo kon terreurverdachte Salah Abdeslam in de nacht na de aanslagen van Parijs ongehinderd voorbij een politiecontrole in Cambrai raken omdat hij wel bij de Belgische, maar niet bij de Franse politie bekend was.

Verhofstadt maande de Europese Commissie dan ook aan een wetsvoorstel op tafel te leggen dat de uitwisseling van informatie tussen nationale autoriteiten verplicht maakt. "Met een Europees inlichtingenagentschap was Abdeslam zeker en vast gearresteerd. Als we moeten kiezen tussen soevereiniteit en veiligheid, dan moet veiligheid de bovenhand halen", zei de Belgische oud-premier.

Niet iedereen voorstander

De Duitse en Franse regering zegden onmiddellijk neen tegen een Europees inlichtingenagentschap toen eurocommissaris Dimitris Avramopoulos het idee vorige week opwierp. Ook de Britten wijzen zo'n agentschap van de hand. "Meer Europa is niet steeds het antwoord. Wat we wel nodig hebben, is meer vertrouwen tussen nationale diensten om informatie uit te wisselen", zei Syed Kamall, de fractieleider van de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR).

Volgens Kamall hoeft het ook niet te verwonderen dat de Schengenzone onder druk staat. "Zolang de buitengrenzen van de Europese Unie verzwakt zijn, zal de roep om interne grenzen binnen de Europese Unie sterker klinken." Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker erkende dat Schengen "gedeeltelijk comateus" is, maar nam zich voor alles in het werk te stellen om de ruimte zonder binnengrenzen overeind te houden. "De eenheidsmunt heeft geen zin als Schengen valt."