Tien bestuurders in beroep vrijgesproken voor kettingbotsing Zonnebeke

De correctionele rechtbank van Ieper heeft zich in beroep uitgesproken over de kettingbotsing eind 2013 in Zonnebeke. In totaal werden 59 processen overgedaan. Er zijn tien volledige vrijspraken verleend. In 22 gevallen werd het oordeel van de politierechter volledig gevolgd. Voor de overige bestuurders was er strafvermindering.

De kettingbotsing gebeurde op 3 december 2013 op de A19 in Zonnebeke. In de dichte mist botsten toen bij verschillende ongevallen in totaal 131 voertuigen. Daarbij vielen twee doden en tientallen gewonden. Er werden 74 bestuurders gedagvaard door de rechtbank. Twee van hen werden vrijgesproken. Van de 72 veroordeelde bestuurders tekenden er 52 beroep aan. Het parket ging ook nog in beroep tegen 7 uitspraken.

Ook in beroep werd algemeen genomen de "overmacht" ingeroepen als schulduitsluitingsgrond. "Overmacht is onverenigbaar met een nalatigheid, of een gebrek aan voorzichtigheid", motiveert de strafrechter in zijn vonnis het verwerpen van dat argument. De overdreven snelheid werd dan ook in de meeste gevallen voldoende geacht om de bestuurder alsnog te veroordelen. In vele gevallen werd een deel van de eerder opgelegde geldboete wel met uitstel verleend.

Vrijspraak en strafvermindering

In tien gevallen werden de bestuurders volledig vrijgesproken. De strafrechter sprak ook enkele van hen gedeeltelijk vrij. Daarbij werd bijvoorbeeld geoordeeld dat een bestuurder niet verantwoordelijk was voor onopzettelijke slagen en verwondingen aan een andere bestuurder, maar wel te snel reed.

De bestuurder van een betonmixer, die een van de botsingen veroorzaakte met het voertuig van een dodelijk slachtoffer, werd vrijgesproken voor onopzettelijke doding. Omdat hij in de mist reed aan een snelheid van 90 km/uur, werd hij toch nog veroordeeld, onder meer ook voor onopzettelijke slagen en verwondingen. Hij krijgt een gevangenisstraf van drie maanden en een boete van 1.200 euro. De vrachtwagenchauffeur krijgt ook een rijverbod van twee maanden.

Ook in het tweede dodelijk ongeval werd beroep aangetekend. De vrachtwagenbestuurder verkreeg de vrijspraak voor onopzettelijke doding.