Brief aan mijn geradicaliseerde Poolse Maja

De slotaflevering van deze blog, waarin de auteur een brief schrijft aan zijn Poolse geliefde. Over de pijn van migratie, over het verscheurd worden tussen twee landen, over wat de globaliserende wereld doet met een individu, of twee, of vier.

Het was een rustige week in Kazimierz Dolny, maar niet voor….

Met die zin, Maja, opende ik elke aflevering van deze blog tijdens ons verblijf in Polen. Je vond dat een geestige trouvaille, zo telkens met diezelfde zin te beginnen.

Nu is het dus de laatste keer dat ik hem neerpen. Het was een rustige week in Kazimierz Dolny, maar niet voor ons. Want in jouw hoofd en hart woedt een storm. Ik ken je 15 jaar. Ik zie dat.

Je zei het met een glimlach die twijfelde tussen droefenis en verontschuldiging, Maja, dat "het niet meer lukt". Dat je Polen, je vaderland, "steeds harder ging missen". Je noemde je "geradicaliseerd als Poolse".

Na vijftien jaar België had het knagende gemis zich een weg naar de uitgang gebaand en werd het uitgesproken. Niet dat je je had verveeld in België. Integendeel. Eerst had je jaren lang je eigen boekhandel. Dan werd je directeur van het Nationaal Visserijmuseum. Als Poolse was je drukdoende met het Vlaamse erfgoed van de visserij. Veel dieper kan een integratie moeilijk gaan, lijkt me. En natuurlijk is je Nederlands, jij slimme talenknobbel, stukken beter dan dat van de modale Franstalige politicus of Belgische royal.

Je romans schrijf je in het Pools. En ik betrap er je op dat je ook steeds in het Pools blijft rekenen en tellen. Een volledige "taalmigratie" zoals jij die linguïstische odyssee noemt, is het natuurlijk nooit geworden. Je was dan ook al 24 toen je naar België verhuisde. Voor mij.

Dat België ontving jou, hoe zal ik het beleefd omschrijven, "koeltjes". Ons huwelijk werd tegen het licht gehouden om te zien of het niet om een schijnhuwelijk ging. Om te bewijzen dat we wel degelijk samenwoonden, moest je de koddige politieman met zijn zware Gentse accent antwoord geven op vragen over je aanstaande zoals "Hoe drinkt hij zijn koffie? Met melk? Suiker?"

Jouw graad van Doctor werd erkend, maar de onderliggende licentiaatsdiploma’s, die natuurlijk belangrijker zijn in de toenmalige zoektocht naar werk, niét.

Je Belgische nationaliteit werd je pas verleend nadat we een proces hadden ingespannen en jij jezelf met pasgeboren baby en longontsteking aan de rechtbank had gepresenteerd om te bewijzen dat je wel degelijk in België verbleef.

Want helaas voor ons had de politie eerder geconcludeerd: "De vreemdeling woont niet op het aangeduide adres en kan bijgevolg geen aanspraak maken op de Belgische nationaliteit". De agent was drie keer langs gekomen. Drie keer tijdens de werkuren. Drie keer was je inderdaad niet thuis. Je was tweehonderd meter verderop in je boekhandel aan het werk. De simpelste Google-zoekopdracht had dat aan het licht kunnen brengen.

Passons. Die perikelen vormen nu eenmaal het administratieve vagevuur waarmee het Kafkaiaanse België zijn nieuwkomers ontvangt. Voor ons zijn die perikelen intussen al lang gestold tot tragikomische verhalen voor op feestjes.

Mijn vrienden verwelkomden jou in hun beste Engels wél allerhartelijkst. In tegenstelling tot dat stijve stel aan de restauranttafel naast ons dat net iets te luid begon te klagen over de "stortvloed aan Oost-Europeanen die naar ons land komen". Je begreep toen gelukkig nog geen Nederlands. En dat restaurant vergleed meteen van mijn favoriete honk naar een no go-zone.

Of die Beotiër van een trambestuurder bij De Lijn die het vertikte om je vooraan te laten uitstappen (wat in Warschau gebruikelijk is), maar het ook vertikte om je uit te leggen dat je zijn vehikel langs de achteruitgang diende te verlaten. Pas vier haltes verder liet hij zijn gijzelaarster eindelijk gaan. Bij mijn thuiskomst die winteravond vond ik je klappertandend van de kou in een heet bad.

Dat domme, platte racisme ligt ver achter ons. Met je kraaknette Nederlands, je talrijke optredens in alle mogelijke media en je functies en lidmaatschappen van acht culturele raden van bestuur en verenigingen ben jij de model-immigrante bij uitstek. Een schoolvoorbeeld van integratie en een rolmodel voor nieuwkomers.

En toch. Het zal, zo merk en zeg je zelf, "nooit genoeg zijn". Nooit zal jij, je land, je achtergrond als evenwaardig worden beschouwd. Mensen met de beste bedoelingen vragen je vaak "Is Polen nog zus of zo? Heeft Polen al dit of dat?" Het zijn ces petits mots qui tuent.

‘Al’, ‘Nog’, alsof Polen een negorij is die er best aan doet zo snel mogelijk het lichtende voorbeeld van modelstaat België te kopiëren. Terwijl, Polen. Een land dat economisch harder boomt dan België zich kan herinneren. Het enige land ter wereld met vier Nobelprijswinnaars Literatuur. Een land dat als eerste Europa bevrijdde van het naargeestige communisme.

Beate bewondering voor Polen hoeft niet. Maar een minimum aan historisch inzicht heeft nog niemand kwaad gedaan. Een cultuurmaker die ik hoog heb zitten, zei me onlangs onomwonden dat "de Polen zeer enthousiast hebben gecollaboreerd met de nazi’s".

Het is bijna grappig om zoiets te horen uit de mond van een zoon van Vlaanderen, dat, net als Wallonië trouwens, een hele divisie collaborerende jongens leverde aan de bloedhonden van de SS.

Terwijl Polen met zijn Armia Krajowa van 400.000 strijders veruit het grootste en meest geduchte maquis had in heel bezet Europa. En terwijl Polen 16 procent van zijn bevolking aan de Duitse terreur verloor: het hoogste percentage wereldwijd, meer dan de Sovjets en meer dan verliezer Duitsland. Zeggen dat Polen collaboreerde met de nazi’s, is historisch even correct als zeggen dat de Sioux collaboreerden met de US cavalerie.

Een collegaatje van me mailde onlangs: "Ik verneem van mijn Poolse poetsvrouw dat er (bijna) geen migranten zijn in Polen en dat ze daar ook helemaal niet welkom zijn. Straf vind ik dat!".

Dan denken wij aan onze lieve vriendin Ludmila die in vluchtelingencentra met kindjes uit Tsjetsjenië en Oekraïne werkt. Dan denk ik hoe makkelijk het zou zijn om aan de hand van één vox popje Antwerpen als wereldhoofdstad van het racisme af te schilderen. Dan begrijp ik jou, Maja, als je zuchtend zegt dat je het "beu" raakt om permanent jouw land te hoeven verantwoorden tegenover al die Belgen die hun onwrikbare meninkje klaar hebben, niet gehinderd door enige feitenkennis.

Jouw pijn is de pijn van elke migrant, Maja. Natuurlijk mis je je familie, je ouders, broer, tante. Natuurlijk mis je je cultuur en je taal. Het nieuwste meesterwerk van je gelauwerde vriendin-schrijfster Olga Tocarczuk bestellen via Amazon is heel iets anders dan het boek te verwerven tijdens een auteursmeeting waarbij je kan bijpraten met Olga.

De website van de superbe kwaliteitskrant "Gazeta Wyborcza" bezoeken is heel iets anders dan de Gazeta dagelijks te halen in het krantenwinkeltje om de hoek waar je tegelijkertijd ook een snoepje voor de kinderen koopt. Een film als het Oscarwinnende "Ida" thuis op DVD bekijken, is heel iets anders dan met de popcorn-etende kinderen naar de bioscoop te gaan in het stadje Pulawy vlak bij ons eigenste Kazimierz Dolny.

Polen verandert razendsnel, Maja, dat zien we bij elk bezoek. Nieuwe wegen, restaurants, musea. Een optimistische samenleving die in talrijke Grote Dingen zoveel beter scoort dan België.

Als zelfbewuste dame vind je het fijn om zien hoe vanzelfsprekend vrouwen in het zogezegde "conservatieve" Polen topfuncties bekleden. Directeur van een grote uitgeverij. Professor. Voorzitter van de Nationale Bank. Burgemeester van hoofdstad Warschau. Allemaal vrouwen.

Polen heeft nu, met Beata Szydlo, al de derde vrouwelijke premier sinds de val van het communisme 25 jaar geleden. En België? Tja. Mathilde Schroyens was ooit burgemeester van Antwerpen.

Bij die Grote Dingen hoort ook dat parfum van geschiedenis dat je in Polen overal proeft. Jij mist in België, bijvoorbeeld, de schimmen van de door jou zo gekoesterde Joodse mensen die we zo nabij ervaren wanneer we wandelen in de Joodse wijk in Krakow. Of wanneer we staren naar de woonkazernes in de Prozna-straat in Warschau. En wanneer we thee drinken in het kosjer café "Bajgiel" waar de foto’s uit 1935 ons van de muren aankijken.

Polen, ooit het grootste land van Europa, dan brutaal verdeeld tussen de buren en in de twintigste eeuw slachtoffer van nazisme en communisme, de twee grootste politieke demonen ooit. Het bewustzijn van die woelige geschiedenis: in Polen kan je op elke straathoek spoorzoeken naar het recente en verre verleden.

Jouw geschiedenis is bij ons grotendeels onbekend. Dat gebrek aan historisch inzicht verklaart, om één voorbeeld te geven, waarom Vlamingen in bewondering staan voor aartsbisschop Romero die in El Salvador werd vermoord toen hij zijn stem verhief tegen de fascistische krachten, terwijl er vaak lacherig wordt gedaan over de Poolse priester Jerzy Popieluszko die vermoord werd toen hij zijn stem verhief tegen de communistische onderdrukker. Zulk een dwazigheden irriteren je. Je hebt gelijk.

Ook ontelbare Kleine Dingen leiden tot het gemis waar je nu onder kreunt. België is tot de laatste vierkante centimeter volgebouwd, toegewezen aan deze of gene zone, helemaal via structuurplannen volgepland. In Polen heb je letterlijk en figuurlijk de ruimte voor vrijheid, initiatief, leven.

In België ontmoet je tijdens een treinrit van ons geliefde Koksijde naar Brussel minstens zes dialectzones met passagiers die het regionale gewauwel als norm hanteren. In Polen ontmoet je tijdens een lange treinrit een student die, hoewel lazarus, de gesprekspartner steeds met het hoofse "pan" (mijnheer) of "pani" (mevrouw) blijft aanspreken. In Polen blijft een waarde als beleefdheid het sociale verkeer regelen.

België is een knikkebollend landje dat zich gelaten wentelt in de superieure sociale zekerheid en de eigen rijkdom op de beurs. In Polen spatten de daadkracht, durf en initiatief van de muren.
Een "natuurgebied" in België is een strookje gras aan de berm van de E40. In Polen verdwaal je in oeroude bossen.

“Jij Germaan!”, zo verwijt je me soms, Maja, wanneer ik Polen chaotisch noem, het wilde verkeer voorop. Wanneer ik het bizar vind als mensen op een mail met een aanvraag tot een interview niet reageren, maar me hartelijk ontvangen wanneer ik "live" opduik.

Wanneer ik het raar vind dat geen hond weet wie de eigenaar is van deze of gene lap grond: afgenomen van vooroorlogse Joodse eigenaars, later genationaliseerd door de communisten en daarna geprivatiseerd voor de toevallige huidige bewoners?

Wanneer ik verbaasd kijk naar jou en je vrienden die natte ogen krijgen bij de vrolijke melancholie van Chopin, de nationale componist die de Poolse ziel op muziek heeft gezet. Rudyard Kipling wist het al: “East is east and west is west, and never the twain shall meet.”

Is dat zo? Is de kloof niet te overbruggen? Onze slimme twaalfjarige Laura kan na drie maanden verblijf op de Poolse school bogen op topresultaten, zelfs voor streekeigen vakken als"‘Poolse taal" en "Geschiedenis". Mauro, onze sloeber van acht, heeft rond zich een hele bende mountainbike-rijdende vriendjes verzameld. Ze proberen met valse Poolse Zloty’s uit het Monopolyspel snoep te kopen in de winkel op de markt.

Zelfs onze hond, die peperdure, rotverwende Franse bulldog Bobik, doet zijn best om te integreren. Ietsje verderop in de straat zwerven drie straathonden die iedereen in de buurt kent als de "dreads".

Onverzorgd als ze zijn, is hun vacht inderdaad tot dreadlocks samengeklit. Die drie wandelen parmantig langs het hek van onze tuin. Onze sjieke hond wil niets liever dan deel uit maken van deze straatbende. Eén keer is het hem gelukt. Samen met de "dreads" huppelde onze Bobik naar het marktplein.

Zijn platte snoet leek te zeggen: "Zie je wel? Ik ben ook cool. Streetwise." Alsof het westen van Europa probeert om zich voor één keer aan te passen aan het vrijere, opener, durvender Oosten.

Toen we elkaar leerden kennen, Maja, lagen onze landen ver van elkaar. Om elkaar een weekendje te zien, vlogen we soms via Milaan of Kopenhagen. Vandaag is die afstand tussen Polen en België danig gekrompen. Pendelen is een haalbare kaart.

Drie weken geleden opende Wizzair een nieuwe verbinding naar Charleroi vanuit Lublin, de grote stad op drie kwartier rijden van ons huis in Kazimierz Dolny. De vlucht duurt twee uur en een kwartier. Dan een uurtje met de trein van Charleroi tot Brussel en een kwartier met de bus naar de VRT. Alles samen ongeveer vier en een half uur reistijd.

Het geval wil dat ik er vanuit onze Belgische woonplaats Koksijde bijna even lang over doe. Na de recentste geniale aanpassing van de dienstroosters van de NMBS kost de trip naar Brussel me twee uur en drie kwartier. Via plekken als Lichtervelde, Kortrijk, Oudenaarde, Munkzwalm en Aalst maak je een Ronde van Vlaanderen vooraleer in de hoofdstad aan te komen. En dan de bus naar de VRT in Schaarbeek. Kortom: van Kazimierz Dolny naar de VRT of van Koksijde naar de VRT, het verschil in reistijd is gering. Ook dat is de globaliserende wereld.

We verblijven nu al drie maanden in Polen, Maja. Je geniet van elke seconde, dat zie ik. Polen is voor jou wat chocolade is voor mij: hoe meer ik er van krijg, hoe meer ik er van wil. Ik citeer, Maja, uit het liedje “België” van de Nederpopband Het Goede Doel uit de jaren 1980. Jij zat als prille tiener achter je IJzeren Gordijn toen de band ironisch zong van: "Waar kan ik heen, ik kan niet naar Polen, ik wil niet naar Polen, daar gaat het te goed.” En in het refrein: “Ik heb getwijfeld over België."

Dat woordje. "Getwijfeld." Wij hebben een gesprek te voeren, Maja.