Toelatingsexamen arts moet vergelijkend worden

Een makkelijker ingangsexamen voor de opleidingen arts en tandarts, maar dan wel een waarbij enkel de besten -en dus niet zomaar al wie geslaagd is- mogen starten. Daarvoor pleiten de experts die in opdracht van minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) de toegangsproef tegen het licht hielden. De minister zelf spreekt zich nog niet uit.

Het eerste Vlaamse toelatingsexamen dateert van 1997. Het moet de instroom van nieuwe studenten in lijn brengen met het vastgelegde aantal afgestudeerden dat effectief een Riziv-nummer krijgt en dus als arts of tandarts aan de slag kan.

De enorme groei van het aantal deelnemers, van 914 in 1998 tot 6.185 dit jaar, leidde er echter toe dat het examen steeds moeilijker moest zijn.

Een vergelijkend examen kan dat verhelpen, argumenteert de begeleidingscommissie die het systeem grondig evalueerde. Daarbij zou niet langer iedereen die geslaagd is automatisch met de opleiding kunnen beginnen, maar kan simpelweg vooraf bepaald worden dat enkel de besten mogen starten.

Voordelen en nadelen

Voordeel is vooreerst dat men zeer precies kan bepalen hoeveel studenten mogen starten. Bovendien zorgt een makkelijker examen voor meer uiteenlopende scores, wat de differentiatie tussen de deelnemers eenvoudiger maakt. Daarnaast zou het schrappen van een slecht gestelde vraag -zoals in 2014- ook geen impact meer hebben op het aantal geslaagden.

Een vergelijkend examen houdt echter in dat er slechts één examenmoment zou zijn per jaar en dat een positief resultaat slechts twee jaar geldig zou blijven. Studenten zouden ook meteen moeten kiezen voor de optie arts of tandarts en het aantal deelnames zou beperkt worden tot drie.

Hoe dan ook gaat het voorlopig slechts om een advies. Onderwijsminister Crevits (CD&V) heeft nog niets beslist. "Het is zeker geen piste om uit te sluiten, maar als we iets nieuws gaan doen, moet het zeker beter zijn", verduidelijkt ze. De minister vindt ook dat het huidige systeem er goed in slaagt om het aantal nieuwe studenten af te stemmen op het contingent.

Studenten niet enthousiast

Het Vlaams Geneeskundig StudentenOverleg (VGSO) is geen voorstander van een numerus fixus bij het toelatingsexamen . Dat zeggen de studenten in een reactie.

"We geloven namelijk dat de student zelf aan de basis moet staan van het al dan niet slagen op de proef en niet moet vergeleken worden met de rest. Verder vrezen we dat de competitie tussen de studenten onderling stevig zal worden aangewakkerd, wat de belasting voor het examen nog groter zal maken", zegt VGSO in een persbericht.

Een bijkomend nadeel van een vergelijkend examen is volgens hen dat er maar één examenmoment per jaar georganiseerd kan worden.

"Zoals minister Crevits vandaag benadrukt heeft, gaat het in dit stadium slechts om adviezen. Deze adviezen zullen nog verder getoetst en besproken worden. Ook hierin zal het VGSO een constructieve partner blijven", benadrukt de studentenorganisatie.