"Leden Kamercommissie Terreur weten niet waarover ze praten"

De Antwerpse onderzoeksrechter Karel Van Cauwenberghe maakt zich naar eigen zeggen grote zorgen over de antiterreurmaatregelen die onze politici aankondigen. Vooral het feit dat de maatregelen de rechters lijken opzij te zullen zetten, stuit hem tegen de borst. "Beseft men wel wat ze aan het zeggen zijn? Men zou zich beter eerst informeren vooraleer agenda's op te maken" zegt de rechter aan VRT Nieuws.

Volgende week komt de Kamercommissie Terreur voor het eerst bijeen om zich te buigen over wetteksten om de antiterreurmaatregelen in de praktijk om te zetten. Op tafel ligt onder meer:

  • de verhoging van het aantal uren dat iemand in voorlopige hechtenis kan zitten: van 24 naar 72 uur.
  • het opleggen van een enkelband als administratieve sanctie aan iemand die radicaliseert.

Geen evidente maatregelen: ze beroven de vrijheid van iemand die nog niet veroordeeld is én bovendien zou de directe controle door een rechter worden opzijgeschoven.

N-VA'er Koen Metsu (zie kleine foto) is voorzitter van de Commissie. Hij gaf meer uitleg tijdens een debat in "De zevende dag" (zie video onderaan): "Ik ben geen jurist, maar meer pragmaticus. De juristen gaan mij mogelijk een beetje tegenspreken, maar ik denk dat we de tijd voorbij zijn van denken in termen van 'Kan dit wel en mag dit wel?' We moeten stilaan meer naar een veiligheidscultus, geen politiestaat, waar die zaken ingebakken zijn zodat zij kunnen ageren en de terreur kunnen fnuiken."

"Men is aan het overreageren"

Karel Van Cauwenberghe zag het debat in "De zevende dag" en spreekt als jurist meer dan een beetje tegen. "Ik heb de indruk dat men niet weet waarover men praat. Men gooit alles op één hoop. Men kent wel een aantal juridische termen, maar men weet niet goed hoe het in de praktijk eraan toe gaat", reageert hij bij VRT Nieuws.

Over de verlenging van de voorlopige hechtenis bijvoorbeeld: "Men wil die verlengen om meer tijd te hebben om bewijzen te verzamelen, maar dat is niet de bedoeling van de voorlopige hechtenis. De bewijsvoering gebeurt tijdens het gerechtelijk onderzoek. Bovendien moet de Grondwet daarvoor gewijzigd worden, en daar spreekt niemand over."

En ook - en vooral - bij het gebruik van de enkelband voor mensen die radicaliseren plaatst Van Cauwenberghe ernstige vraagtekens. "De tussenkomst van een rechter is de beste garanties in ons systeem. Het rechterlijke afhandelen van zaken - zeker bij vrijheidsberoving - is en blijft fundamenteel. Men is hier aan het overreageren."

Striemende kritiek

De kritiek van onderzoeksrechter Van Cauwenberghe is striemend. "Het is de algemene teneur. Men doet uitspraken waarvan ik me afvraag: Beseft men wel wat ze aan het zeggen zijn? Als ik dat allemaal hoor, maak ik mij zorgen hoe het er in de Commissie aan toe zal gaan."

Volgens Van Cauwenberghe zullen de maatregelen dan ook "niet werkbaar" zijn en "helemaal niet in de praktijk kunnen gerealiseerd worden". "Ik snap wel dat het allemaal snel moet gaan, maar we mogen fundamentele regels niet overboord gooien."

De onderzoeksrechter vindt dat onze huidige wetteksten eigenlijk voldoen om te strijd met de terreur aan te gaan. "Maar justitie heeft wel betere ondersteuning nodig en meer middelen om korter op de bal te kunnen spelen. Voor heel Antwerpen hebben we nu bijvoorbeeld maar twee onderzoeksrechters die zich met terreur bezighouden."

Karel Van Cauwenberghe besluit: "Kan het echt niet beter? Kunnen ze echt geen betere analyse van ons systeem maken. We moeten kijken hoe we onze huidige regelgeving kunnen optimaliseren, zonder er nieuwe koterij bij te steken, anders beklaag ik mijn collega's."