Verbod Koppen is tegen de grondwet - Dirk Voorhoof

Dirk Voorhoof, professor mediarecht is formeel: Het uitzendverbod van de reportage van "Koppen" over grooming is manifest ongrondwettig en strijdig met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Dirk Voorhoof is hoogleraar mediarecht in Gent.

Het staat klaar en duidelijk in artikel 25 van de Belgische Grondwet: “De censuur kan nooit worden ingevoerd”. Artikel 19 van de Grondwet waarborgt iedereen het recht op vrijheid van meningsuiting, behoudens bestraffing, achteraf dus, van de misdrijven die bij de uitoefening van de expressievrijheid zijn gepleegd. De overheid mag niet vooraf tussenkomen. En ook een rechter of rechtscollege is een deel van de overheid.

Een aangekondigd boek of een artikel in een krant of tijdschrift kan daarom niet preventief verboden worden door de rechter. Er moet minstens eerst enige verspreiding of openbaarmaking zijn.

De rechter moet ook vooraf kennis kunnen nemen van de inhoud van het gewraakte boek of artikel of van een uitzending op televisie, om het manifest schadelijk of kwetsend karakter ervan en de spoedeisendheid en noodzakelijkheid van een voorlopige maatregel te kunnen beoordelen.

Dus nooit censuur vooraf, zonder dat de rechter kennis heeft van de mogelijk strafbare of onrechtmatige inhoud.

Achteraf kan men als journalist of programmamaker wel vervolgd worden, of aansprakelijk worden gesteld. Dat is de grondwettelijke verankerde waarborg van de persvrijheid in België. Preventieve controle en censuur beschouwen we als iets uit het verre verleden, of iets wat gebeurt in landen die we niet als democratisch beschouwen.

De beschikking van de voorzitter van de rechtbank te Brussel van gisteren, 2 december 2015, in verband met het aangekondigde programma Koppen van die avond, gewezen op eenzijdig verzoekschrift, negeert deze basisprincipes compleet.

Spelregels van onze democratie

Het is overigens niet de eerste keer dat een rechter preventief een tv-programma verbiedt. Het overkwam de VRT en VTM/Telefacts al meerdere keren. Toen enkele jaren geleden ook de RTBF met een dergelijk verbod werd geconfronteerd naar aanleiding van een aangekondigd programma in de reeks Au nom de la loi, trok de omroep finaal naar het Europees Hof (EHRM) in Straatsburg, aanvoerend dat een dergelijke verbod in strijd was met de Belgische Grondwet en niet voorzien was bij wet.

Het Europees Hof maakte in het arrest van 29 maart 2011 in de zaak-RTBF t/ België duidelijk dat een rechterlijk verbod van een tv-uitzending in België geen voldoende wettelijke basis heeft en een manifeste bedreiging inhoudt van de essentie van de expressievrijheid.

Dat nu opnieuw toch weer preventief een uitzendverbod werd opgelegd is opmerkelijk, zeker nadat zowel in het Rechtskundig Weekblad als in De Juristenkrant deze basisprincipes en de toelichting bij de rechtspraak van het Europees Mensenrechtenhof nadrukkelijk aandacht hebben gekregen. 

Sinds het arrest van het EHRM in de zaak-RTBF t/ België is er geen juridische verantwoording mogelijk voor een dergelijk uitzendverbod. Men kan van oordeel zijn dat voor de toekomst in uitzonderlijke omstandigheden, zoals bijvoorbeeld privacybescherming, dringende voorlopige maatregelen in kort geding tegen media mogelijk moeten zijn. Maar daarvoor is dus een grondwetswijziging nodig en minstens ook een duidelijk wettelijk kader, met minimaal in dit soort zaken ook een tegensprekelijke procedure, met verweermogelijkheid dus van de kant van het journalistieke medium. En met een publicatie- of uitzendverbod enkel als een uiterste, laatste maatregel, voor zover geen andere oplossing mogelijk is. Dat zijn de spelregels van de democratische rechtsstaat.

Informatie toevoegen

Om te vermijden dat in de toekomst onverantwoorde rechterlijke tussenkomsten in de pers- en expressievrijheid kunnen gebeuren via procedures op eenzijdig verzoekschrift, verdient het wetsvoorstel dat in de Kamer werd ingediend door Dirk Van der Maelen (SPa) en Renaat Landuyt (SPa) opnieuw van onder het stof te worden gehaald.

Het wetsvoorstel stelt de inlassing voor van een nieuw artikel in het Gerechtelijk Wetboek (art. 1028/1), luidend als volgt: “Betreft de vordering een publicatie of de uitzending van een programma via de media, beveelt de rechter al naar gelang de rectificatie ervan, de verplichte inlassing dat de publicatie of het programma het voorwerp is van een rechtsgeding dan wel dat de verzoeker de publicatie of het programma als lasterlijk, beledigend of inbreuk op het recht op privacy beschouwt”.

Geen uitzendverbod dus, maar andere voorlopige maatregelen. Op die manier kunnen op grondwetsconforme wijze en rekening houdend met artikel 10 van het EVRM de persvrijheid en de rechten van anderen verzoend worden, zonder preventief uitzendverbod door de rechter. Eerder een rectificatierecht dus, dat snel kan uitgeoefend worden, waardoor informatie wordt toegevoegd.

Dit sluit ook aan bij de tekst en de geest van Grondwet, onverminderd de andere rechtsmiddelen die de betrokkenen kunnen aanwenden achteraf zoals een recht van antwoord, een burgerlijke aansprakelijkheidsvordering of een eventuele strafklacht.

Omgekeerd effect

Finaal nog een bedenking: het is zonneklaar dat dit uitzendverbod van Koppen in een procedure op derdenverzet, in beroep, voor het Hof van Cassatie en desnoods voor het Europees Hof in Straatsburg niet overeind kan blijven.

De advocaten van de jonge man wiens naam men wenste te beschermen hebben hun cliënt een bijzonder slechte dienst bewezen door hem mee te slepen in een procedure die ze finaal niet kunnen winnen. Advocaten hebben de plicht naar andere en betere middelen te zoeken om de belangen van hun cliënten te verdedigen. Nu hebben ze hun cliënt meegenomen in een doodlopende straat, en de jonge man daarmee in de volle schijnwerpers gezet.

Terwijl de VRT, blijkbaar, in de reportage de nodige voorzorgen heeft genomen en de juiste toelichting heeft gegeven zodat van een persoonsverwisseling geen sprake kon zijn. Je mag er niet aan denken als straks personen die een gelijkluidende naam hebben zich preventief kunnen verzetten tegen journalistieke rapportering waarin een bijna-naamgenoot vermeld wordt. In de zaak Koppen was het bovendien duidelijk dat het om een volstrekt fictieve persoon ging, geen naamgenoot, maar amper gelijkend, en zeker ook geen leeftijdsgenoot.

Dat media zelf naar de rechter moeten stappen om een reportage te mogen uitzenden, is wel helemaal de wereld op zijn kop zetten. Dat is nochtans de enige mogelijkheid die de VRT nu rest om alsnog de aflevering van Koppen over grooming te kunnen uitzenden.

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.