Vlaams onderwijs vervrouwelijkt voort

Het onderwijs in Vlaanderen vervrouwelijkt voort. Dat blijkt uit cijfers van minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). Zo is het percentage vrouwen in het gewoon basisonderwijs de voorbije tien jaar gestegen van 82 naar 86,5 procent en in het gewoon secundair onderwijs van 58 naar 62 procent.

Volgens minister Crevits is de "feminisering" van het onderwijs geen uniek Vlaamse gegeven. In alle OESO-landen samen bedroeg het gemiddelde percentage vrouwen 97 procent in het kleuteronderwijs, 82 procent in het lager onderwijs, 67 procent in het lager secundair onderwijs en 57 procent in het hoger secundair onderwijs. "Deze OESO-gemiddelden leunen opvallend sterk aan bij de percentages voor Vlaanderen", aldus Crevits.

Vroegere cijfers toonden aan dat vrouwen niet enkel het grootste aandeel leverden van het onderwijspersoneel, maar dat hun aandeel kleiner werd naarmate het ging om jobs met meer prestige. Aan de universiteiten is dat nog steeds duidelijk: het aandeel mannen ligt bij de professoren op dit ogenblik rond 76 procent, terwijl bij de assistenten de vrouwen al de meerderheid hebben met 53 procent tegenover 47 procent mannen. Bij het administratief en technisch personeel van de universiteiten is het aandeel mannen slechts 38 procent.

Bij de schooldirecteurs in het basisonderwijs was het aandeel mannen in 2004 nog 52 procent, in 2014 is het gedaald naar 42,5 procent. In het basisonderwijs als geheel zijn de vrouwelijke directeurs nu in de meerderheid. In het secundair onderwijs zijn we nog niet zo ver, maar een zelfde evolutie tekent zich af: het aandeel mannelijke directeurs is op 10 jaar tijd afgenomen van 73 procent naar 63 procent.