(On)zin van de volksjury

De discussie over de zin of onzin van een volksjury woedt al sinds de invoering na de Franse revolutie. Maar voor het eerst is het voor echt. Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) is assisen liever kwijt dan rijk. De regering heeft op zijn voorzet beslist dat de assisenprocedure de uitzondering wordt. Als ook het parlement begin volgend jaar zijn zegen geeft, zullen zware misdadigers vooral voor de correctionele rechtbank verschijnen. "Terzake" bracht enkele ervaren experts als Antoon Boyen en Sven Mary samen voor een debat op een bijzondere locatie.

Assisen dreigt te verdwijnen

Tijdens een assisenproces oordelen twaalf burgers over schuld of onschuld van de beschuldigde. De volksjury is samengesteld op basis van de kieslijsten, door lottrekking. Voor de start van het proces kunnen verdediging en Openbaar Ministerie juryleden wraken. Dat betekent: uit de jury houden. Eén van de redenen waarom minister van Justitie Geens af wil van assisen, is omdat volgens hem “de volksjury niet representatief is voor de diversiteit van onze samenleving”.

De volksjury is niet representatief

Minister van Justitie Geens haalt nog verschillende argumenten aan om assisen af te schaffen. Eén daarvan is: "De specialisatie en ervaring van de beroepsrechter is een meerwaarde tegenover de volksjury, om de waarde en de wettigheid van het aangeleverde bewijs correct te kunnen inschatten."

Beroepsrechters oordelen beter dan juryleden

Volgens tegenstanders bestaat het gevaar dat een jurylid zich in zijn of haar oordeel laat leiden door de voorzitter, door de overtuigingskracht van een met vuur pleitende advocaat, door andere juryleden of… door de media. Want: "juryleden zijn beïnvloedbaar".

Juryleden zijn beïnvloedbaar

Zo nu en dan toch eensgezindheid rond onze tafel. Maar wat als de volksjury inderdaad verdwijnt? Hoe zullen we moorden en zware misdaden dan beoordelen? Het antwoord op die vragen krijgt u morgen van ons panel in het tweede deel van het groot assisendebat.