"Specifieke aanpak nodig voor radicaliserende meisjes"

Meisjes die naar Syrië vertrekken om zich aan te sluiten bij de terreurorganisatie IS zijn vaak jonger dan hun mannelijke lotgenoten en blijken ook vatbaarder te zijn voor de IS-retoriek. Dat staat in een rapport van de Raad van Europa. SP.A-Kamerlid Dirk Van der Maelen, die meewerkte aan het rapport, wil een specifieke aanpak voor radicaliserende meisjes.

Volgens de Franse inlichtingendiensten maken meisjes tot 40 procent uit van de jongeren die naar Syrië vertrekken. Dirk Van der Maelen, mede-auteur van het rapport over "foreign fighters" van de de Raad van Europa vindt dan ook dat er dringend werk gemaakt moet worden van een specifieke aanpak voor radicaliserende meisjes en jonge vrouwen.

"We weten dat die meisjes jonger zijn dan de jongens die vertrekken. We weten dat de meisjes aangetrokken worden -meer nog dan jongens- door een leven in het kalifaat waarbij zij zich opofferen voor een man waarvoor zij bewondering hebben, iemand die strijdt voor de islam. Ze zijn bereid om in een rol te gaan leven die haaks staat op de levenswijze van vrouwen in onze samenleving", aldus Van der Maelen.

Focus op preventie

"Nu de meeste repressieve maatregelen genomen zijn, is het tijd om te werken op preventie", argumenteert Van der Maelen die benadrukt dat nieuwe wetten alleen de radicalisering niet zullen tegenhouden.

"Waarom vertrekken jonge mensen van bij ons naar een land dat ze niet kennen? Waarom gaan ze leven in een vreemde cultuur waar een taal gesproken wordt die ze meestal niet eens verstaan? Om die vragen te kunnen beantwoorden, moet het lokale niveau versterkt worden. We moeten radicalisering stoppen aan de bron, daar waar de haat gezaaid wordt."

"Systematischer informatie uitwisselen"

De Raad van Europa, met haar expertise op het vlak van mensenrechten en internationaal recht, zou de nieuwe repressieve maatregelen tegen het licht moeten houden, stelt Van der Maelen voorts. "Dit is geen probleem dat je snel kan oplossen, maar we moeten wel kritisch zijn voor de maatregelen genomen in eigen land en de rest van de Europese Unie."

Zowel Van der Maelen als de Europese antiterreurcoördinator Gilles de Kerchove hameren bovendien op een versterkte internationale samenwerking. "Het is fout om te zeggen dat de EU-lidstaten onderling geen informatie uitwisselen, maar ze moeten daarvoor veel systematischer de daartoe uitgebouwde gemeenschappelijke platformen gebruiken", klinkt het. Daarbij zijn systematische controles van de Schengengrenzen erg belangrijk.

De Raad van Europa verenigt meer dan 40 landen en richt zich onder meer op de strijd tegen terrorisme.