Klimaatministers naar Parijs voor "akkoord op donderdag"

Op de klimaattop in Parijs zijn vandaag de klimaatministers van de 197 deelnemende landen aangekomen. De technische onderhandelingen van de eerste week evolueren de komende dagen naar een politieke discussie. De Franse minister Laurent Fabius, voorzitter van de klimaatconferentie, hoopt donderdag al tot een conclusie te komen.

Voor ons land nemen federaal minister van Energie Marghem (MR) en haar Waalse collega's Carlo Di Antonio (CDH) en Paul Furlan (PS) deel aan de onderhandeling. Morgen zakken ook Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V) en Brussels minister Céline Fremault (CDH) naar Parijs af.

"Frankrijk heeft erop aangedrongen dat de bevoegde ministers echt in de zaal zouden zitten, om zeker te zijn dat er compromissen kunnen worden gesloten", zegt een Belgische onderhandelaar. "In Kopenhagen (dat wordt beschouwd als een mislukte klimaattop, nvdr) namen de Denen zelf het heft te veel in handen, waardoor ze het vertrouwen kwijt raakten. Op andere klimaattoppen waren het dan weer de regeringsleiders die moesten onderhandelen. Nu zijn het de vakministers, dat is een goede zaak."

Voorzitter Laurent Fabius rekent naar eigen zeggen donderdag al op een akkoord. Officieel loopt de conferentie tot vrijdag, maar er wordt algemeen verwacht dat de eindonderhandeling zal uitlopen tot in het weekend. Volgens zijn Belgische collega Marghem is dat inderdaad haalbaar. "Als alles goed gaat, hebben we donderdag een akkoord", zei ze vanmorgen in een korte toespraak tot de Belgische delegatie. "België gaat voor een leesbare, ambitieuze en bindende tekst."

Wallonië heldert klimaatfinanciering op

De Waalse ministers Furlan en Di Antonio hebben vanmorgen in Parijs duidelijkheid verschaft over de invulling van hun 8,25 miljoen euro aan klimaatsteun. Een van de voornaamste strijdpunten op de klimaattop is de geldstroom van de ontwikkelde naar de ontwikkelingslanden, om hen te helpen bij het beperken van de uitstoot. Die zou vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard euro extra moeten bedragen.

België heeft zich vorige week geëngageerd om tot 2020 jaarlijks 50 miljoen euro extra uit te trekken. In het intra-Belgisch klimaatakkoord werd beslist dat daarvoor 25 miljoen euro van de federale overheid komt, naast 14,5 miljoen euro van Vlaanderen, 8,25 miljoen euro van Wallonië en 2,25 miljoen euro van Brussel.

Die 250 miljoen euro komt bovenop de reguliere ontwikkelingshulp, bevestigt minister Marghem vanuit Parijs. "Sommigen zullen natuurlijk zeggen dat het niet ambitieus genoeg is, maar we moeten de centen wel vinden. We zitten in een periode van besparing en trekken al heel veel geld uit voor ontwikkelingssamenwerking. Ook daarvan gaat een deel naar klimaatprojecten."

De Waalse ministers hebben nu bevestigd jaarlijks 8 miljoen euro in het groen klimaatfonds te zullen storten. Daarnaast wordt 1,2 miljoen euro uitgetrokken voor "fast start finance". Het geld gaat naar vijf projecten die strijden tegen de opwarming in Afrika en Zuid-Amerika.

De fast start finance maakt deel uit van een globaal bedrag van 30 miljard euro dat op de klimaattop in Kopenhagen werd voorzien. Die som komt dus niet in aanmerking voor de 100 miljard euro die in Parijs wordt gezocht. België heeft zijn beloofde deel van die 30 miljard, zo'n 150 miljoen euro, overigens nooit gehaald.