"Sommige bso- en tso-diploma's bieden nauwelijks meer kansen dan helemaal geen diploma"

Ons onderwijs munt uit in het reproduceren van ongelijkheden en sommige studierichtingen in het beroeps en technisch middelbaar onderwijs bieden nauwelijks meer beroepskansen aan hun afgestudeerden dan wie geen diploma behaalde. Dat zijn conclusies uit een 40 jaar durend onderzoek over de prestaties van afgestudeerden uit het technisch en beroepssecundair onderwijs op de arbeidsmarkt.

Marc Blommaert, Jo Meyer en Jan Van Damme onderzochten de materie voor het Steunpunt Studie- en Schoolloopbanen (SSL), een consortium van verschillende onderzoeksgroepen van drie Vlaamse universiteiten. Het is een onderzoek dat ogen opent, zeker in tijden waarin sprake is van een hervorming van het middelbaar onderwijs.

De studie onderzocht studie- en beroepsleven van zo'n 500 personen die in de eerste helft van jaren 70 van de vorige eeuw vanuit één van de toenmalige Leuvense Rijkskleuterscholen overgingen naar het lager onderwijs en die gevolgd werden tot ze 35 jaar oud werden.

In de kleuterklas wordt al bepaald wie succesvol wordt

Het reproduceren van ongelijkheden blijkt een belangrijk kenmerk te zijn van ons onderwijssysteem én van de arbeidsmarkt. De succesvolle en minder succesvolle groepen onderscheiden zich van in het kleuteronderwijs. De kloof tussen de latere onderwijsvormen vormt zich reeds daar, ook die tussen technisch en beroepsonderwijs.

Daarnaast blijken sommige studierichtingen, zoals "snit en naad" of "kleding en haartooi" in het bso, maar ook "schoonheidszorgen" in het tso, nauwelijks of niet tot meer succesvolle beroepsloopbanen te leiden dan het niet behalen van een diploma.

Tot slot blijken erg veel afgestudeerden zich achteraf hun vroegere studiekeuze te beklagen. Veelal had men, achteraf gezien, liever een andere studierichting gevolgd, verder gestudeerd of hoger gemikt.