Bourgeois houdt vast aan standpunt over Oosterweel

De Vlaamse regering gaat haar plannen in verband met de Oosterweelverbinding in Antwerpen niet wijzigen na de kritiek van het Rekenhof op de begroting. "We blijven bij het standpunt dat je investeringen moet kunnen afschrijven", reageert Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA).

Het Rekenhof vindt dat de regering-Bourgeois de kosten voor de Oosterweelverbinding onterecht uit de Vlaamse begroting houdt. De begroting staat er eigenlijk slechter voor dan de Vlaamse regering wil doen uitschijnen.

Bourgeois is niet van plan om de plannen over Oosterweel bij te sturen na de kritiek van het Rekenhof. "Ofwel doen we de investering en doen we dat ten koste van heel wat andere inspanningen. Dan zeg je: we gaan een half miljoen nog eens bijkomend op de begroting besparen. Dat is niet onze optie, want dan moet je in de spieren gaan snijden. Ofwel doe je die investering niét, als je zegt dat we dat nominale evenwicht in handen moeten houden."

De Vlaamse regering blijft bij haar plan om een derde weg te volgen: Oosterweel buiten het begrotingsplaatje houden. "We gaan ervan uit dat we eventjes in het rood moeten kunnen gaan om te kunnen investeren", zegt hij. "We vragen trouwens aan de Europese Commissie om daarvoor een uitzondering te maken, omdat het een uitzonderlijke investering is. We blijven bij het standpunt dat je investeringen moet kunnen afschrijven."

Rekenhof kritisch voor meerjarenraming

Het Rekenhof is kritisch voor de meerjarenraming van de Vlaamse regering, die op 20 november werd goedgekeurd. Daaruit blijkt dat de begroting de komende jaren in evenwicht zal zijn en zelfs overschotten zal boeken. Maar dat kan enkel als de bouwkosten voor de Oosterweelverbinding buiten het plaatje worden gehouden. Dat gaat om jaarlijks zo'n half miljard euro.

Worden die uitgaven wél meegerekend, dan duiken de begrotingscijfers de eerstkomende jaren in het rood, tot zelfs bijna -941 miljoen euro in 2018. De regering verdedigt haar aanpak door de Oosterweel te bestempelen als een "zichzelf terugverdienende investering", met name dankzij de toekomstige tolinkomsten.

Het Rekenhof heeft kritiek op die aanpak. Dat de eenmalige uitgaven voor de asielcrisis buiten het plaatje worden gehouden, kan het Rekenhof nog begrijpen omdat daar Europese afwijkmogelijkheden zijn voorzien. Voor de Oosterweel-uitgaven is het "minder duidelijk op welke basis wordt afgeweken".

En omdat de begroting door de Oosterweel-uitgaven in het rood duikt, wijkt de Vlaamse regering af van het afgesproken begrotingstraject. Dat traject voorzag een evenwicht in 2017 en 2018. Volgens het Rekenhof zal Vlaanderen ook opnieuw rond de tafel moeten gaan zitten over de Belgische begrotingsafspraken.

Nog meer bedenkingen

Maar het Rekenhof zit met nog meer vragen over de meerjarenraming. Zo bestempelt het de ingeschreven inkomsten uit de kilometerheffing en de vergroende verkeersbelasting als "onzeker".

Voorts is de ambitie om tegen 2020 te voldoen aan de 3 procent-norm voor Onderzoek en Ontwikkeling onzeker. Het Rekenhof wijst er ook op dat de meerjarenraming geen rekening houdt met eerder besliste groeipaden in welzijn. Het gaat dan met name om de geplande invoering van de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en het groeipad voor de gelijkschakeling van subsidiebedragen in de kinderopvang.