Europese supertelescoop loert naar vreemde kosmische botsing

Foto's gemaakt door de VLT-telescoop in Chili geven een gedetailleerd beeld van de spectaculaire nasleep van een 360 miljoen jaar oude kosmische botsing. Tussen het "puin" bevindt zich een zeldzaam, mysterieus jong dwergstelsel, zo heeft de Europese Zuidelijke Sterrenwacht ESO bekendgemaakt.

NGC 5291 is een elliptisch sterrenstelsel op bijna 200 miljoen lichtjaar van ons in het sterrenbeeld Centaurus. Meer dan 360 miljoen jaar geleden was NGC 5291 betrokken bij een hevige botsing waarbij een ander sterrenstelsel zich met enorme snelheid in zijn kern boorde. Bij deze kosmische crash werden enorme stromen gas de nabije ruimte ingeblazen, die zich later samenvoegden tot een ring rond NGC 5291.

Mettertijd trok de materie in deze ring samen tot tientallen stervormingsgebieden en diverse dwergstelsels. De zwaarste en helderste klont materie rechts van NGC 5291 is een van deze dwergstelsels en kreeg de naam NGC 5291N.

Vermoedelijk is de Melkweg, net als alle grote sterrenstelsels, ontstaan door de samenvoeging van kleinere stelsels in de begintijd van het heelal. Zo'n dwergstelsel zou, als het tot nu toe ongeschonden is gebleven, normaal gesproken veel extreem oude sterren moeten bevatten.

Voor NGC 5291N lijkt dat echter niet op te gaan, zegt de ESO. Ook hebben gedetailleerde waarnemingen laten zien dat de buitenste delen van het stelsel eigenschappen hebben die doorgaans in verband worden gebracht met de vorming van nieuwe sterren. Maar die waarnemingen stemmen weer niet overeen met de bestaande theoretische modellen. Astronomen vermoeden dat deze ongewone aspecten het gevolg zijn van hevige botsingen van gas in het gebied.

NGC 5291N ziet er niet uit als een gemiddeld dwergstelsel. In plaats daarvan vertoont het sterke overeenkomsten met de klonterige structuren zoals die voorkomen in tal van de sterrenvormende sterrenstelsels in het verre heelal. Dit maakt het luidens de ESO tot een uniek stelsel in onze kosmische achtertuin en een belangrijk laboratorium voor het onderzoek van vroege gasrijke sterrenstelsels, die normaal gesproken veel te ver weg staan om zich met de huidige telescopen gedetailleerd te laten bekijken.

Meer informatie vindt u op de website van de ESO.