God is terug in Amerika - Bert De Vroey

Nog voor de aanslag in San Bernardino begon de ene na de andere Republikeinse kandidaat steeds scherper stelling te nemen tegen de komst van moslims naar de VS. Kandidaat Donald Trump wil de grenzen sluiten voor alle moslimbezoekers en –inwijkelingen.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Bert De Vroey is buitenlandredacteur bij het VRT-journaal, en volgt ook godsdienstthema’s. Voor de radio volgde hij 14 jaar lang de Amerikaanse politiek.

De christelijke identiteit als politiek thema en argument is terug van weggeweest in de Amerikaanse politiek. Dat heeft te maken met de komst van vluchtelingen en vooral met de jihadistische terreur. Maar er is ook een verband met de voorverkiezingen voor het Witte Huis, die over twee maanden van start gaan in een christelijk-conservatieve landbouwstaat.

Met de opkomst van de Tea Party, vanaf 2009, leek het in Amerika alsof de rol van God en religie een beetje was uitgespeeld. De conservatieve beweging richtte haar pijlen vooral op de ziekteverzekeringswet van president Obama en op de illegale immigratie. En ook al kwamen bij de ziektewet zijdelings wel thema’s ter sprake als abortus, het was toch vooral de rol van de overheid die de tegenstanders dwarszat - een invloed die ze als ‘bemoeizucht’ en ‘machtsmisbruik’ omschreven.

Veel Tea Party-aanhangers vertonen overigens meer libertaire dan vrome trekjes. God en godsdienst leken eventjes minder aanwezig in het conservatief activisme. Maar kijk, in de republikeinse campagne voor de voorverkiezingen zijn God en geloof, en ideeën als de christelijke identiteit van Amerika, weer helemaal terug.

Moslims ongewenst

Deze keer komt de bedreiging voor the christian right niet van seculiere of lauw-gelovige progressieven uit eigen land, maar van een buitenlandse vijand: de islam. Die manifesteerde zich plots op de drempel van Amerika - eerst als vluchtelingencrisis, daarna als onvoorspelbare terreur.

Nog voor de aanslag in San Bernardino begon de ene na de andere Republikeinse kandidaat steeds scherper stelling te nemen tegen de komst van moslims naar de VS. De Texaanse senator Ted Cruz stelde voor om enkel nog christelijke vluchtelingen op te vangen in Amerika; moslims die gevaar liepen konden maar beter naar islamitische landen uitwijken. Ook zijn rivaal Jeb Bush, oud-gouverneur van Florida, vond dat christenen prioriteit moesten krijgen, al sloot hij niet volledig de deur voor moslims die door de veiligheidsdiensten grondig waren gescreend. Maar de kandidaat die het verst ging in zijn verzet tegen moslimmigratie was Donald Trump. Die opperde eerst om een moslimregister aan te leggen in de VS; daarna wou hij de grenzen sluiten voor alle moslimbezoekers en -inwijkelingen.

Dubbele godsdienstvrijheid

Republikeinen zwaaien doorgaans graag met de Amerikaanse grondwet; sommige Tea Party-adepten hebben er een haast heilige verering voor. Toch valt het op hoe makkelijk de recente voorstellen tegen moslims voorbijgaan aan het Eerste Amendement van de Amerikaanse grondwet. Dat fundamentele en historische rechtsprincipe garandeert een tweeledige godsdienstvrijheid: elke godsdienst mag vrij worden beoefend (vrijheid voor een godsdienst), en niemand mag door de overheid tot een bepaalde godsdienst of levensbeschouwing worden verplicht (vrijheid van godsdienst).

De Amerikaanse samenleving blijft niet gevrijwaard van controverses en discussies over godsdienstkwesties, maar vooralsnog is er geen beter uitgangspunt bedacht voor de regeling van geloofszaken in een moderne seculiere staat die tegelijk tolerant wil zijn voor ieders levensbeschouwing. Het weren of discrimineren van moslims, enkel op basis van hun geloofsovertuiging, lijkt haaks te staan op de geest van dat principe, zelfs al zijn de gedupeerden geen Amerikaanse staatsburgers. De vrijheid voor de islamitische godsdienst is hier met voeten getreden.

Maar terloops en tersluiks staat ook het andere deel van die dubbele godsdienstvrijheid onder druk. Met hun voorkeur en pleidooien voor (uitsluitend) christelijke vluchtelingen geven de republikeinse kandidaten te kennen dat ze de VS als een inherent christelijk land blijven zien. Ze leggen hun eigen geloof misschien niet op, maar verwachten wel dat iedereen het deelt.

In feite sluimert dat idee, impliciet of expliciet, in heel brede lagen van de Amerikaanse politiek. Je kan ook opwerpen dat het obligate "God bless you, and God bless America" waarmee elke president zijn toespraken afrondt, getuigt van eenzelfde vooronderstelling: we zijn allemaal gelovig. Atheïsten storen zich daar ook aan, maar meestal wordt die formule verdedigd met het argument dat "God" niet op een welbepaalde god hoeft te wijzen: het kan net zo goed Jahweh, God of Allah zijn.

Toch wordt die impliciete veronderstelling door veel Republikeinen luidop en expliciet uitgesproken: de VS zijn niet alleen christelijk, ze horen dat ook te zijn. Wat het Eerste Amendement ook moge vooropstellen: Amerika is door diepgelovige protestanten gesticht en aan de Bijbelse God toegewijd - religieus, cultureel en politiek. En zo de politici al zelf niet die mening zijn toegedaan, dan kunnen christelijk-activistische drukkingsgroepen of conservatieve kerken hen makkelijk in die richting duwen.

Iowa

De voorverkiezingen voor de Republikeinse nominatie voor het Witte Huis gaan op 1 februari van start. De eerste staat waar er gestemd wordt is Iowa: een relatief dunbevolkte boerenstaat met drie miljoen inwoners (amper 1 procent van de Amerikaanse bevolking).

Opvallend in de Republikeinse gelederen van Iowa is de invloed van de conservatieve evangelische kerken. Die kunnen daar campagnes maken en kraken, en niet zelden is de winnaar bij de Republikeinen in Iowa een notoire pilarenbijter. Dat was zo met de zuidelijke predikant Mike Huckabee in 2008, en met de oerconservatieve katholiek Rick Santorum in 2012.

Iowa winnen is geen must om uiteindelijk de nominatie in de wacht te slepen, maar het helpt wel. Een zege in Iowa is een uitstekende springplank voor het vervolg van de campagne; het trekt aandacht, vertrouwen en nieuwe sponsors aan. In de aanloop naar 1 februari is vooral de (bij ons nog) minder bekende senator Ted Cruz goed bezig om een web van relaties en steunbetuigingen te weven in de evangelische kerken van Iowa.

Zijn vader, een bejaarde maar bekende radicaal-conservatieve predikant, helpt hem daarbij. Dat werpt vruchten af: deze week kwam een eerste peiling uit waarin Cruz voorsprong nam op Trump. Veel waarnemers in de VS zagen het voorstel van Trump, om moslims te weren uit de VS, als een onbeholpen poging om die achterstand weer in te lopen.

Evangelische islamofobie?

Je kan je afvragen of dat soort verdachtmakingen tegenover "de" islam of tegenover "alle" moslims wel nodig is om evangelische kiezers te paaien. Veel christenen zullen trouwens opmerken dat er bepaald niets "evangelisch" is aan dat soort hate-speech. Maar voor veel overtuigd evangelische gelovigen is het belangrijk dat de Amerikaanse samenleving homogeen en harmonieus naar hun christelijke ideaalbeeld gevormd wordt. Hun geloof is niet enkel een privézaak, maar een project en maatschappijprogramma.

Er staat zelfs nog meer op het spel. Conservatief-evangelische kerken hechten ook groot belang aan Israël en het Bijbelse heilige land, waardoor ze van nature al wantrouwig staan tegenover moslims en de islamitische landen in het Midden-Oosten. Voor hen is christelijke standvastigheid tegenover een islamitische bedreiging een absolute noodzaak. En die standvastigheid vereist dat de dingen bij hun naam worden genoemd.

Cocktail

In feite is de opstoot van een soort religieuze koorts in de voorverkiezingscampagne in het rurale Iowa geen uitzondering. Maar samen met de vluchtelingencrisis en de terreuraanslagen vormt die campagne nu een riskante cocktail, die de kandidaten ophitst tot provocerende en soms gemene uitspraken. Hillary Clinton (presidentskandidate in het Democratische kamp) heeft al gewaarschuwd: dat soort uitlatingen kan Amerikanen juist nog meer in gevaar brengen. En voor de jihadi’s van IS en konsoorten zijn die haatdragende uitspraken - excusez le mot - … een godsgeschenk. Zij vragen niet liever dan dat christenen en moslims elkaar wereldwijd in de ban zouden slaan.